• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's
College aantekeningen

College aantekeningen Sociale en cross culturele psychologie (PSBA1-18)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's

Uitgebreide samenvatting van hoorcolleges 1 t/m 9 van sociale en crossculturele psychologie.

Voorbeeld van de inhoud

1


Samenvatting Sociale en cross culturele psychologie
College 1 inleiding
Definitie sociale psychologie (G. Allport): wetenschappelijk onderzoek naar hoe gedachten,
gevoelens en gedrag van individuen wordt beïnvloed door aanwezigheid van anderen.
Belangrijke onderwerpen zijjn macht, gehoorzaamheid, vooroordelen, groepsgedrag,
identiteit en emoties.
Confirmation bias: onderzoekers gaan alleen op zoek naar bevestigende resultaten.
Experimenteel realisme: hoge interne validiteit. Een laboratoriumexperiment heeft dat,
maar weinig mundane realisme: lage externe validiteit.
Subject-effect: deelnemers passen hun gedrag aan als reactie op dat ze in een experiment
zitten, ipv de uitgevoerde manipulatie
Demand characteristics: deelnemers van een onderzoek proberen het doel te raden van het
onderzoek en passen hun gedrag hierop aan.
Discours-analyse: methode die wordt gebruikt om tekst en taal te analyseren met als doel
om te begrijpen hoe taal wordt gebruikt.
Radicale behaviorisme (Skinner): gedrag kan worden uitgelegd aan de hand van interactie
met de omgeving. In de jaren 50-60 was het einde hiervan en was de cognitieve revolutie
(cognitieve processen hadden invloed op sociaal gedrag).
Collectivistische theorie: mensen gedragen zich op een bepaalde manier omdat ze aan
groepsnormen willen voldoen in een bepaalde omgeving.
Reductionisme: Verklaring voor een ingewikkeld onderwerp, naar een makkelijker niveau
uitleggen. Hierdoor kan er een probleem ontstaan dat de onderzoeksvraag op een ander
niveau is dan het verklaringsniveau.
Positivisme: Wetenschap is heilig. Kennis is gebasseerd op waarnemingen, metingen en
feiten en alles wat niet bewezen kan worden is zinloos. Sociale psychologie bekritiseerd om
het positivisme, omdat er geen objectiviteit werd behouden.
Volkerenpsychologie (1860): Voorloper sociale psychologie. Bestudeerde het collectieve
verstand.
Group mind (Le bron 1896): opvolger van Volkeren psychologie




College 2 sociale cogntiti en attributies (stuk geschiedenis mist)
Sociale cognitie: cognitieve proscessen en structuren die invloed hebben op/ beïnvloed
worden door sociaal gedrag
Cognitieve vrek: Het negatieve beeld uit de jaren 80 van het cognitieve niveau van de mens.
Vonden mensen lui en zuinig met cognitieve vermogens. Mensen gebruiken hun
denkvermogens alleen als het écht nodig is. Er werd volgens dit beeld te veel gebruik
gemaakt van short cuts.

, 2


Gemotiveerde tacticus: Beeld uit de jaren 90 over cognitie van de mens. Mensen maken
bewuster gebruik van cognitieve functies. Er zijn persoonlijke doelen en motieven, ipv passief
worden er nu actieve keuzes gemaakt.
Indrukken van mensen vormen:
- Interpreteren van non-verbaal gedrag, de lichaamstaal
- Attributies doen: verklaren van daden en uitspraken
- Persoonsperceptie: waarnemingen van uiterlijke kenmerken:
 Eerste indruk: zeer snel, vaak onbewust en vooral het gezicht
 Configureel model (Solomon Asch): met kleine stukjes informatie kunnen
mensen een diepere betekenis van mensen als geheel vormen. Bepaald de
indruk op centrale kenmerken (belangrijke kenmerken)
 Impliciete theorieën: idee dat kenmerken samengaan met andere
kenmerken. Vb. warm persoon = extravert en moreel.
Stereotypen zijn ook impliciete theorieën.
Schema’s: cognitieve structuren over een concept. Zijn er om de wereld te organiseren en
voor gedeelde sociale kennis
- Scripts: verwachtingen over gebeurtenissen
- Persoonsschema’s: beeld over individuen
- Rolschema’s: beeld over bepaalde rollen. Vb beeld over leraar of moeder
- Zelfschema’s: beeld over wie je zelf bent, deel van het zelfconcept
- Groepsschema’s: beeld van een bepaalde groep, vb stereotypen
Sociale categorisatie: Objecten (inclusief mensen) indelen in groepen.
- Accentuatieprincipe: Je ziet minder verschil tussen dingen in een
groep en meer verschil tussen de groepen.
VB. Het experiment met de lijnen van Tajfel en Wilkes. Er zit evenveel
verschil in lengte tussen alle lijnen. Maar als je groep A en B uit
elkaar haalt. Lijkt het verschil groter tussen deze twee groepen.
Heuristieken: Snelle beslisvorming volgens functioneel denken. Vaak
eenvoudige beslisregel en denk je niet diep na.
- Representativiteitsheuristiek: Kans overschatten dat iemand bij een
bepaalde groep hoort op basis van het beeld van deze groep en hoe
goed iemand daar bij past.
- Beschikbaarheidsheuristiek: Aan de hand van voorbeelden die je te binnen schieten,
kans overschatten dat iemand bij een bepaalde groep hoort.
- Verankerings- en aanpassingsheuristiek: neiging om eerste getal of waarde als
uitgangspunt te nemen en vanaf daar, bij te sturen.

, 3


Sociale encodering: Cognitieve processen worden bepaald door de sociale context.
Sociale context laat een situatie opvallen door:
- Saillantie: opvallendheid. Kenmerk dat een persoon of een object laat opvallen.
- Levendigheid: intrinsieke eigenschap van een individu, situatie of object waardoor
het de aandacht trekt. Denk aan emotioneel aandacht trekken, dichtbij voelen (in tijd
en plaats) of dat je er meteen een concreet en duidelijk beeld bij krijgt.
- Toegankelijkheid: gemak van het oproepen van bepaalde schema’s in je hoofd.
 Priming: Manipuleren van de toegankelijkheid. VB. reclames
 Sociale context beïnvloed de interne context (verwachtingen, doelen en
behoeftes) en de externe factoren (omgeving, en situatie).
Attributietheorie Heider (1958): Mensen zijn de hele tijd als ‘wetenschappers’ bezig met het
verklaren waarom gedrag plaatsvindt. Oorzaak-gevolg relaties vinden in gedrag. Dit is om de
wereld te begrijpen.
Interne attributies: Verklaringen van gedrag op basis van persoonlijkheid, karakter of
attitude van iemand. Kunnen verklaringen voor toekomstig gedrag zijn.
Externe attributies: Verklaringen van gedrag op basis van de situatie. Je kan dus niks over de
toekomst van dit gedrag zeggen, kan ook toeval zijn.
Corresponderende inferentie theorie (Jones & David): Intentie -> gedrag -> gevolg
Intenties kun je afleiden uit de gevolgen. Je kan dit doen als:
- Het gedrag vrijwillig is en niet afgedwongen. Het gedrag is een bewuste keuze
- Het gedrag is niet sociaal wenselijk, want afwijkend gedrag trekt meer aandacht er
lijkt meer betekenis achter te zitten
- Er zijn weinig mogelijke oorzaken (non-common effects). Hoe minder redenen
iemand kan hebben, hoe duidelijker de intentie lijkt.
Kritiek op deze theorie is, dat gedrag niet altijd intentioneel hoeft te zijn. Soms doen we
gewoon dingen omdat het een gewoonte is of omdat de situatie erom vraagt.
Covariatie theorie (Kelley, 1967): Heeft bepaald gedrag een interne of externe oorzaak?
- Concensus: Vertonen anderen hetzelfde gedrag in deze situatie?
- Consistentie: Vertoont deze persoon zich altijd zo in deze situatie?
- Distincitiviteit: Vertoont deze persoon zich ook zo in andere situaties?
Correspondentiebias/fundamentele attributiefout: gedrag van anderen is de
persoonlijkheid. Het overschatten van de persoonlijkheid van een persoon in een situatie en
het onderschatten van situationele factoren. VB: Iemand loop luid telefonerend een rustig
café in. Persoon is meteen een onbeleefd persoon, ipv dat diegene misschien wel slecht
nieuws heeft gehad en snel een lift naar huis probeert te regelen.

Inhoudsopgave

  1. 01 College 2 sociale cogntiti en attributies (stuk geschiedenis mist) 1
  2. 02 College 3 opvattingen en houdingen 4
  3. 03 College 4 verandering van attitudes 6
  4. 04 College 5 Zelfconcept 8
  5. 05 College 6 Sociale beïnvloeding 10
  6. 06 College 7 groepsdynamiek 12
  7. 07 College 8 vooroordelen 14
  8. 08 College 9 intergroepsrelaties 15

Documentinformatie

Geüpload op
12 oktober 2026
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Ernistine gordijn
Bevat
College 1 t/m 9
€6,62

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen