ADHD wordt als basis gebruikt voor aantal abstracte concepten
Tentamen van 45 multiple choice vragen.
Maak verwerkingsvragen uit het boek om te oefenen!
Twee weken van tevoren intekenen voor beroepszaak.
Meta-ethiek: hoe komen we aan bepaalde opvattingen?
Normatieve ethiek: wat is goed en wat is fout?
Toegepaste ethiek: concrete voorbeelden
- Mag je kinderen thuishouden voor religieuze redenen?
- Gedragscodes
- Veel bepalingen in het wetboek van Strafrecht
- Conflict of Interest statements (belangenverstrengeling)
- Informed consent verplichtingen
- Data-management protocollen
- APA-regels (mensen goed citeren en niet woorden in de mond
leggen)
- Kinder-/mensenrechten-verdragen
- Ethische commissie
Trudy Dehue:
- Die is degene die in Nederland de DSM onder de aandacht heeft
gebracht
- Keer de DSM is om, de omgekeerd medaille van alle gedragingen die
we gestoord of verstoord noemen, en je hebt een blauwdruk van wat
er zoal verwacht wordt van iemand’s gedragingen/wat gepast
gedrag is (zoals bijvoorbeeld depressie:
- Dehue ziet de DSM niet alleen als een lijst van stoornissen, maar ook
als een spiegel van maatschappelijke normen. Door een diagnose
om te keren, kun je volgens haar zien welk gedrag een samenleving
als gewenst, normaal of succesvol beschouwt.
- In de DSM worden kenmerken van een depressie beschreven zoals:
somberheid, weinig energie, verminderde motivatie, verlies van
interesse, moeite met functioneren op werk of school
- Als je deze kenmerken omkeert, ontstaat een beeld van wat als
"normaal" wordt verwacht: positief en optimistisch zijn, energiek
, zijn, productief zijn, geïnteresseerd en betrokken zijn, goed presteren
op werk of school
- Homoseksualiteit heeft ook in de DSM-II gestaan; hier zagen ze het
nog als een verstoring (natural-law theory; volgens natuurlijke
processen zijn mensen aangetrokken tot een ander om zich voort te
planten. Dit is normatief)
Is de natuur een goede graadmeter voor natuur?
- Er gebeuren soms dingen in de natuur (eigen soorten opeten bijv.)
die wij niet als goede basis zien
- Maar er gebeuren ook dingen die ik een nuttige bron van inspiratie
zijn (er zijn heel veel diersoorten die homoseksueel zijn)
Er wordt ook vaak gezegd ‘homoseksualiteit is tegen God’s wil’
Eutyphro dilemma:
- Hoe weet God wat goed en fout is? Zijn ze goed of fout omdat God
ze voorschrijft? Of schrijft God dingen voor omdat ze goed of fout
zijn?
- In eerste geval: Zou God de meest gruwelijke dingen kunnen
voorschrijven en dan zouden ze goed zijn omdat God dat zegt
- In het tweede geval: Als God die dingen voorschrijft omdat ze goed
of fout zijn, waarom hebben we God dan nodig terwijl we ze zelf ook
kunnen vinden?
- Onderzoek meta-ethische vraagstukken, die ervoor zorgen dat we
vragen gaan stellen bij de bron van onze moraliteit
Moreel redeneren:
Wolff geeft een toolbox om moreel te redeneren:
- Gedachte-experimenten (zoals het Eutypohora dilemma)
- Informele logica (zoals het maken van een vergelijking van
seksualiteit dieren/mensen ‘analogie’)
- Formele logica
- Speciale morale argumenten (zoals universilsatie: wat als iedereen
het zou doen)
Zone of interest: film over WWII
, - Raakt aan morality
Case study ADHD
- Heeft een relatie met zorg en onderwijs
- Heeft verschillende morele zorgen: lange termijn effecten van
medicatie, inclusie/exclusie, gelijkheid in onderwijs, doel van
onderwijs
- Claim van NOS dat je ADHD in het brein kan zien
DSM-5 ADHD
- Criteria voor ADHD zijn vaag; het woordje vaak komt er vaak in voor
- Subjectieve criteria leiden tot een heterogene groep met mensen
- Hoe kunnen we formele logica gebruiken om een claim te
onderzoeken? We gaan eerst de claim heel goed bekijken. Je knipt
hem op in vooronderstellingen.
- Er is vaak iets wat onder water zit (geimpliceerde vooronderstelling).
Vooronderstelling: Ryan heeft ADHD
Geïmpliceerde vooronderstelling (premise): de data laten zien dat alle
kinderen met ADHD een aangepast brein hebben > niet een logische
claim, blijkt niet uit het onderzoek
Geïmpliceerde vooronderstelling (premise): kinderen met een veranderend
brein hebben een hersenstoornis > ook niet
Daarom:
Conclusie: Ryan heeft een hersenstoornis (hij volgt niet)
Conclusie:
- Je kunt op basis van verschillen tussen groepen geen uitspraken
doen over individuele kenmerken (zoals hersengrootte) van
individuen – dit is een ecologische denkfout (‘ecological fallacy’,
onthoud die term!)
- Verschillen zijn geen stoornissen. Zelfs als veel/alle mensen met een
classificatie ADHD kleine hersenen zouden hebben, betekent dat nog
niet dat ze een stoornis hebben