ARBEIDSRECHT
WEEK 1
Hoorcollege
Grondslagen en kwalificatie arbeidsovereenkomst
Waarom arbeid?
Arbeid is uiting van (betrokken) burgerschap en is daarom van
democratisch/maatschappelijk belang
Werken is bijdragen aan de samenleving
Iedereen die werkt (op basis van een arbeidsovereenkomst/premies) draagt
bij aan sociale zekerheid en heeft dus ook gelijke aanspraak op de met de
arbeid te verwerven voorrechten
Arbeidsrecht beschermt tegen misbruik en bewaakt de vrijheid tot participatie
op basis van gelijkheid
Definitie arbeidsovereenkomst – H.L. Drucker:
“De regeling van het ontwerp is algemeen voor allen, die tegen loon hunne
arbeidskracht voor zekere tijd ter beschikkings stellen van een ander,
onverschillig welke namen of titels in het verkeer aan de partijen of aan de
dienstbetrekking mogen worden gegeven.”
-> Drucker regelde een dwingrechtelijk contract en privaatrechtelijke handhaving
Artikel 7:610 BW: als is voldaan aan de elementen: arbeid, loon,
ondergeschiktheid (in dienst)
Dan is er een arbeidsovereenkomst, zonder keuze, met alle gevolgen van
dien: arbeidsovereenkomst is ‘entreebiljet’, voor allerhande regels en
bescherming
Is niet voldaan aan de elementen, dan geen arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst als kapstok waaraan steeds meer rechten en
verplichtingen zijn ‘gehangen’, zoals: voorheffing loonbelasting/pension, scholing,
sociale zekerheid en medezeggenschap. Maar ook vanwege de organisatie van
de samenleving: economische ordening, rechtvaardigheid, gelijkwaardige
inkomensverdeling en meer.
Jurisprudentie
HR Haviltex
Uitleg overeenkomst
De vraag hoe bepalingen in overeenkomsten moeten worden uitgelegd, kan niet
beantwoord worden op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg. Voor de
beantwoording van die vraag komt het tevens aan op de zin die partijen in de gegeven
omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en
op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan
mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke
rechtskennis van partijen kan worden verwacht. Ook komt betekenis toe aan de context
van de desbetreffende bepaling, de totstandkomingsgeschiedenis ervan, de
aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de ene of andere uitleg, de aard van de
overeenkomst, en de gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst.
HR Gouden Kooi
WW- uitkering
,Deelnemer aan realityprogramma ‘De Gouden Kooi’. De vraag is of er sprake is van een
arbeidsovereenkomst tussen de deelnemer en de televisiezender.
Bij de vraag of iemand recht heeft op een WW-uitkering, moet onder meer worden
onderzocht of iemand ‘in een privaatrechtelijke dienstbetrekking’ heeft gestaan. Hiervoor
zijn de criteria voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst van artikel 7:610 BW
van belang: een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, een
gezagsverhouding en loon. Hierbij moet ook gekeken worden naar alle omstandigheden
van het geval, dus ook naar de uitvoering en niet alleen naar wat partijen hebben
bedoeld of gewenst. In dit geval was sprake van een arbeidsovereenkomst nu Talpa de
deelnemer instructies geeft, er sprake was van arbeid en de deelnemer betaald kreeg
voor deelname. De WW-uitkering mocht dan ook niet worden geweigerd.
HR Logidex
Werkzaamheden stagiaires
Als maatstaf te gelden of de werkzaamheden van de stagiair naar de bedoeling van
partijen zozeer zijn gericht op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring van de stagiair,
zulks mede met het oog op de voltooiing van zijn opleiding, dat van een overeenkomst
waarbij de ene partij zich verbindt voor de andere arbeid te verrichten niet kan worden
gesproken.
Daaruit volgt dat het erop aankomt of het verrichten van de werkzaamheden van de
stagiair in overwegende mate in het belang is van de opleiding die deze volgt.
Het gaat dus om het belang van de opleiding: dus niet opdoen van werkervaring!
HR X/Gemeente Amsterdam
Wanneer kan een overeenkomst worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst?
RO 3.2.2. -> Artikel 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de
ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon
gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Indien de inhoud van een overeenkomst voldoet aan de
omschrijving, moet de overeenkomst worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Niet van
belang is of partijen ook daadwerkelijk de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke
regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Waar het om gaat, is of de overeengekomen
rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.
Anders dan uit het arrest X wel is afgeleid, speelt de bedoeling van partijen dus geen rol bij
de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst
RO 3.2.3. -> De hiervoor bedoelde kwalificatie van een overeenkomst moet worden
onderscheiden van de – daaraan voorafgaande – vraag welke rechten en verplichtingen
partijen zijn overeengekomen. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de
Haviltexmaatstaf. Nadat de rechter met behulp van die maatstaf de overeengekomen rechten en
verplichtingen heeft vastgesteld (uitleg), kan hij beoordelen of die overeenkomst de kenmerken
heeft van een arbeidsovereenkomst (kwalificatie)
Dus: bedoeling (tav contractsvorm) van partijen doet er niet toe, het gaat om de
overeengekomen rechten en verplichtingen
Dus 2 fasenleer:
1) vaststelling overeengekomen rechten en plichten (Haviltex)
2) aan de hand daarvan de overeenkomst kwalificeren
HR Deliveroo/FNV
Gezagscriterium arbeidsovereenkomst
RO 3.33 -> Het subonderdeel gaat uit van de rechtsopvatting dat in zijn algemeenheid
beslissend zou voor het element gezag of de werkzaamheden organisatorisch zijn
ingebed en of zij een wezenlijk onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, en dat daarbij
bijzondere betekenis toekomt aan de economische realiteit.
Deze opvatting vindt geen steun in het recht. Uit jurisprudentie en literatuur volgt
namelijk dat niet één aspect/gezichtspunt/omstandigheid doorslaggevend is voor de
vraag of sprake is van gezagsuitoefening in de zin van art. 7:610 BW, maar dat het
aankomt op een beoordeling van verschillende factoren."
,RO 3.2.5. -> onder meer van belang:
1. de aard en duur van de werkzaamheden,
2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald
3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de
organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden
verricht
4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand
gekomen
6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd
7.de hoogte van deze beloningen
8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.
9. Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het
economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het
verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op
het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij
zich doorgaans verbindt.
Het toetsmodel van Deliveroo:
1e fase - de over en weer overeengekomen rechten en verplichtingen vaststellen
2e fase - En die kwalificeren aan de hand van alle omstandigheden van het geval
waaronder de negen elementen van Deliveroo
HR Uber c.s./FNV
Aanvulling Deliveroo – omstandigheid 9
9. Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het
economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het
verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op
het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij
zich doorgaans verbindt. – HR Deliveroo
Wat nu als iemand echt een ondernemer is, maar in deze rechtsrelatie net niet? Wat telt:
de persoon of de rechtsrelatie?
- Ondernemerschap meewegen dus
- Sommige chauffeurs zijn werknemer en anderen ondernemer
Werkgroep
Het kwalificeren van arbeidsrelaties houdt de (sociaalrechtelijke) juristen, fiscalisten,
politiek en maatschappij al geruime tijd bezig. Dat heeft onder andere geresulteerd in het
conceptwetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBA) en
rechtsvermoeden (R) (6 oktober 2023 en – in aangepaste vorm – 27 juni 2024 en 7 juli
2025). De minister van Werk & Participatie heeft op 6 maart 2026 aangegeven dat het
VBA-deel (verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties) wordt ingetrokken, en wordt
vervangen door de Zelfstandigenwet. Het R-deel (rechtsvermoeden bij een tarief van
onder de € 38,- per uur) blijft gehandhaafd. Bovendien heeft de Hoge Raad zich de
afgelopen jaren uitgelaten over de arbeidsrechtelijke kwalificatievraag. Kortom: het
arbeidsrechtelijke kwalificatievraagstuk is actueel.
Vraag 1
Hoe ziet de arbeidsrechtelijke kwalificatietoets er op dit moment uit? Betrek in uw
antwoord de verschillende relevante arresten van de Hoge Raad.
De kwalificatie van een arbeidsovereenkomst wordt beoordeeld aan de hand van art.
7:610 BW en de rechtspraak van de Hoge Raad, met name HR X/Gemeente
Amsterdam en HR Deliveroo.
Toetsingskader
, Artikel 7:610 BW noemt drie vereisten van een arbeidsovereenkomst:
1. Arbeid
2. Loon
3. In dienst van (gezag)
De Hoge Raad heeft in HR X/Gemeente Amsterdam bepaald dat er twee fasen zijn bij
de beoordeling:
1. Uitleg van de overeenkomst– uitlegfase
→ Welke rechten en verplichtingen zijn overeengekomen? (Haviltex methode)
2. Kwalificatie – kwalificatiefase
→ Voldoet de overeenkomst aan art. 7:610 BW?
Fase 1 wordt beoordeeld aan de hand van algemeen verbintenissenrecht, en nog niet aan
de hand van arbeidsrecht. We weten in fase 1 namelijk nog niet of er sprake is van een
arbeidsovereenkomst en dus de regels van arbeidsrecht
In de uitlegfase kijk je naar de partijbedoeling en hoe er is gewerkt. Dit ziet dus niet op
welk type contract je hebt.
Als je voldoet aan de eisen van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als
zodanig worden aangemerkt. Het is namelijk dwingend recht (X/gemeente
Amsterdam). Als je dus voldoet aan de vereisten, maar je wilt geen werknemer maar
zzp’er zijn, heb je dus pech.
Volgens HR Deliveroo moet een holistische beoordeling plaatsvinden, waarbij alle
omstandigheden worden gewogen die onder meer van belang kunnen zijn, zoals:
- organisatorische inbedding
- mate van zelfstandigheid
- ondernemersrisico
- mogelijkheid tot vervanging
- feitelijke uitvoering
(in totaal 9 gezichtspunten. De gezichtspunten hebben geen onderlinge rangorde -> HR
Uber). Bij beoordeling van deze gezichtspunten gaat het niet om de hoeveelheden van
de omstandigheden, maar hoe zwaar deze omstandigheden wegen) . De partijbedoeling
(welk type contract zij willen) is niet beslissend voor de kwalificatie.
Casus Kunstschaatsvereniging KSVH
Jean werkt sinds 1 februari 2017 als trainer voor kunstschaatsvereniging KSVH. Op 31
januari 2017 hebben partijen in een schriftelijke overeenkomst hun relatie vastgelegd en
zij hebben deze aangemerkt als overeenkomst van opdracht. Jean krijgt € 75,- per
trainingsavond. Hij stuurt daarvoor maandelijks standaard een factuur met BTW en hoeft
geen contributie te betalen voor zijn minderjarige dochters die als jeugdlid schaatsen bij
dezelfde vereniging. Jean heeft eigen trainingsspullen die hij gebruikt voor de trainingen
(denk aan pylonnen, etc.). Op verzoek van KSVH heeft Jean zich laten registreren bij de
KVK als zelfstandig kunstschaatstrainer. Het staat Jean vrij om trainingen te verzorgen
voor andere kunstschaatsverenigingen, maar in de praktijk doet Jean dat niet, want zijn
kunstschaatshart ligt bij KSVH.
In de overeenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
Preambule
Partijen beogen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst aan te gaan.
Artikel 4
De trainingen vinden plaats op dinsdag- en donderdagavond. De trainer heeft de sportieve leiding over de
training en is verantwoordelijk voor de invulling van de training, met inachtneming van het KSVH
Trainershandboek.
Artikel 10.3
Indien de trainer door ziekte of een ongeval niet in staat is zijn arbeid te verrichten, wordt gedurende
maximaal 4 weken het overeengekomen honorarium betaald.
Artikel 10.4
Indien de trainer wegens een andere reden dan ziekte of een ongeval niet in staat is zijn arbeid te
verrichten, wordt zijn honorarium niet uitbetaald.
Artikel 11
Indien de trainer verhinderd is zijn diensten te verlenen, draagt hij zorg voor vervanging, met instemming
WEEK 1
Hoorcollege
Grondslagen en kwalificatie arbeidsovereenkomst
Waarom arbeid?
Arbeid is uiting van (betrokken) burgerschap en is daarom van
democratisch/maatschappelijk belang
Werken is bijdragen aan de samenleving
Iedereen die werkt (op basis van een arbeidsovereenkomst/premies) draagt
bij aan sociale zekerheid en heeft dus ook gelijke aanspraak op de met de
arbeid te verwerven voorrechten
Arbeidsrecht beschermt tegen misbruik en bewaakt de vrijheid tot participatie
op basis van gelijkheid
Definitie arbeidsovereenkomst – H.L. Drucker:
“De regeling van het ontwerp is algemeen voor allen, die tegen loon hunne
arbeidskracht voor zekere tijd ter beschikkings stellen van een ander,
onverschillig welke namen of titels in het verkeer aan de partijen of aan de
dienstbetrekking mogen worden gegeven.”
-> Drucker regelde een dwingrechtelijk contract en privaatrechtelijke handhaving
Artikel 7:610 BW: als is voldaan aan de elementen: arbeid, loon,
ondergeschiktheid (in dienst)
Dan is er een arbeidsovereenkomst, zonder keuze, met alle gevolgen van
dien: arbeidsovereenkomst is ‘entreebiljet’, voor allerhande regels en
bescherming
Is niet voldaan aan de elementen, dan geen arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst als kapstok waaraan steeds meer rechten en
verplichtingen zijn ‘gehangen’, zoals: voorheffing loonbelasting/pension, scholing,
sociale zekerheid en medezeggenschap. Maar ook vanwege de organisatie van
de samenleving: economische ordening, rechtvaardigheid, gelijkwaardige
inkomensverdeling en meer.
Jurisprudentie
HR Haviltex
Uitleg overeenkomst
De vraag hoe bepalingen in overeenkomsten moeten worden uitgelegd, kan niet
beantwoord worden op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg. Voor de
beantwoording van die vraag komt het tevens aan op de zin die partijen in de gegeven
omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en
op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan
mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke
rechtskennis van partijen kan worden verwacht. Ook komt betekenis toe aan de context
van de desbetreffende bepaling, de totstandkomingsgeschiedenis ervan, de
aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de ene of andere uitleg, de aard van de
overeenkomst, en de gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst.
HR Gouden Kooi
WW- uitkering
,Deelnemer aan realityprogramma ‘De Gouden Kooi’. De vraag is of er sprake is van een
arbeidsovereenkomst tussen de deelnemer en de televisiezender.
Bij de vraag of iemand recht heeft op een WW-uitkering, moet onder meer worden
onderzocht of iemand ‘in een privaatrechtelijke dienstbetrekking’ heeft gestaan. Hiervoor
zijn de criteria voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst van artikel 7:610 BW
van belang: een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, een
gezagsverhouding en loon. Hierbij moet ook gekeken worden naar alle omstandigheden
van het geval, dus ook naar de uitvoering en niet alleen naar wat partijen hebben
bedoeld of gewenst. In dit geval was sprake van een arbeidsovereenkomst nu Talpa de
deelnemer instructies geeft, er sprake was van arbeid en de deelnemer betaald kreeg
voor deelname. De WW-uitkering mocht dan ook niet worden geweigerd.
HR Logidex
Werkzaamheden stagiaires
Als maatstaf te gelden of de werkzaamheden van de stagiair naar de bedoeling van
partijen zozeer zijn gericht op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring van de stagiair,
zulks mede met het oog op de voltooiing van zijn opleiding, dat van een overeenkomst
waarbij de ene partij zich verbindt voor de andere arbeid te verrichten niet kan worden
gesproken.
Daaruit volgt dat het erop aankomt of het verrichten van de werkzaamheden van de
stagiair in overwegende mate in het belang is van de opleiding die deze volgt.
Het gaat dus om het belang van de opleiding: dus niet opdoen van werkervaring!
HR X/Gemeente Amsterdam
Wanneer kan een overeenkomst worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst?
RO 3.2.2. -> Artikel 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de
ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon
gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Indien de inhoud van een overeenkomst voldoet aan de
omschrijving, moet de overeenkomst worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Niet van
belang is of partijen ook daadwerkelijk de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke
regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Waar het om gaat, is of de overeengekomen
rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.
Anders dan uit het arrest X wel is afgeleid, speelt de bedoeling van partijen dus geen rol bij
de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst
RO 3.2.3. -> De hiervoor bedoelde kwalificatie van een overeenkomst moet worden
onderscheiden van de – daaraan voorafgaande – vraag welke rechten en verplichtingen
partijen zijn overeengekomen. Die vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de
Haviltexmaatstaf. Nadat de rechter met behulp van die maatstaf de overeengekomen rechten en
verplichtingen heeft vastgesteld (uitleg), kan hij beoordelen of die overeenkomst de kenmerken
heeft van een arbeidsovereenkomst (kwalificatie)
Dus: bedoeling (tav contractsvorm) van partijen doet er niet toe, het gaat om de
overeengekomen rechten en verplichtingen
Dus 2 fasenleer:
1) vaststelling overeengekomen rechten en plichten (Haviltex)
2) aan de hand daarvan de overeenkomst kwalificeren
HR Deliveroo/FNV
Gezagscriterium arbeidsovereenkomst
RO 3.33 -> Het subonderdeel gaat uit van de rechtsopvatting dat in zijn algemeenheid
beslissend zou voor het element gezag of de werkzaamheden organisatorisch zijn
ingebed en of zij een wezenlijk onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, en dat daarbij
bijzondere betekenis toekomt aan de economische realiteit.
Deze opvatting vindt geen steun in het recht. Uit jurisprudentie en literatuur volgt
namelijk dat niet één aspect/gezichtspunt/omstandigheid doorslaggevend is voor de
vraag of sprake is van gezagsuitoefening in de zin van art. 7:610 BW, maar dat het
aankomt op een beoordeling van verschillende factoren."
,RO 3.2.5. -> onder meer van belang:
1. de aard en duur van de werkzaamheden,
2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald
3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de
organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden
verricht
4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand
gekomen
6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd
7.de hoogte van deze beloningen
8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.
9. Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het
economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het
verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op
het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij
zich doorgaans verbindt.
Het toetsmodel van Deliveroo:
1e fase - de over en weer overeengekomen rechten en verplichtingen vaststellen
2e fase - En die kwalificeren aan de hand van alle omstandigheden van het geval
waaronder de negen elementen van Deliveroo
HR Uber c.s./FNV
Aanvulling Deliveroo – omstandigheid 9
9. Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het
economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het
verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op
het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij
zich doorgaans verbindt. – HR Deliveroo
Wat nu als iemand echt een ondernemer is, maar in deze rechtsrelatie net niet? Wat telt:
de persoon of de rechtsrelatie?
- Ondernemerschap meewegen dus
- Sommige chauffeurs zijn werknemer en anderen ondernemer
Werkgroep
Het kwalificeren van arbeidsrelaties houdt de (sociaalrechtelijke) juristen, fiscalisten,
politiek en maatschappij al geruime tijd bezig. Dat heeft onder andere geresulteerd in het
conceptwetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBA) en
rechtsvermoeden (R) (6 oktober 2023 en – in aangepaste vorm – 27 juni 2024 en 7 juli
2025). De minister van Werk & Participatie heeft op 6 maart 2026 aangegeven dat het
VBA-deel (verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties) wordt ingetrokken, en wordt
vervangen door de Zelfstandigenwet. Het R-deel (rechtsvermoeden bij een tarief van
onder de € 38,- per uur) blijft gehandhaafd. Bovendien heeft de Hoge Raad zich de
afgelopen jaren uitgelaten over de arbeidsrechtelijke kwalificatievraag. Kortom: het
arbeidsrechtelijke kwalificatievraagstuk is actueel.
Vraag 1
Hoe ziet de arbeidsrechtelijke kwalificatietoets er op dit moment uit? Betrek in uw
antwoord de verschillende relevante arresten van de Hoge Raad.
De kwalificatie van een arbeidsovereenkomst wordt beoordeeld aan de hand van art.
7:610 BW en de rechtspraak van de Hoge Raad, met name HR X/Gemeente
Amsterdam en HR Deliveroo.
Toetsingskader
, Artikel 7:610 BW noemt drie vereisten van een arbeidsovereenkomst:
1. Arbeid
2. Loon
3. In dienst van (gezag)
De Hoge Raad heeft in HR X/Gemeente Amsterdam bepaald dat er twee fasen zijn bij
de beoordeling:
1. Uitleg van de overeenkomst– uitlegfase
→ Welke rechten en verplichtingen zijn overeengekomen? (Haviltex methode)
2. Kwalificatie – kwalificatiefase
→ Voldoet de overeenkomst aan art. 7:610 BW?
Fase 1 wordt beoordeeld aan de hand van algemeen verbintenissenrecht, en nog niet aan
de hand van arbeidsrecht. We weten in fase 1 namelijk nog niet of er sprake is van een
arbeidsovereenkomst en dus de regels van arbeidsrecht
In de uitlegfase kijk je naar de partijbedoeling en hoe er is gewerkt. Dit ziet dus niet op
welk type contract je hebt.
Als je voldoet aan de eisen van de arbeidsovereenkomst, moet de overeenkomst als
zodanig worden aangemerkt. Het is namelijk dwingend recht (X/gemeente
Amsterdam). Als je dus voldoet aan de vereisten, maar je wilt geen werknemer maar
zzp’er zijn, heb je dus pech.
Volgens HR Deliveroo moet een holistische beoordeling plaatsvinden, waarbij alle
omstandigheden worden gewogen die onder meer van belang kunnen zijn, zoals:
- organisatorische inbedding
- mate van zelfstandigheid
- ondernemersrisico
- mogelijkheid tot vervanging
- feitelijke uitvoering
(in totaal 9 gezichtspunten. De gezichtspunten hebben geen onderlinge rangorde -> HR
Uber). Bij beoordeling van deze gezichtspunten gaat het niet om de hoeveelheden van
de omstandigheden, maar hoe zwaar deze omstandigheden wegen) . De partijbedoeling
(welk type contract zij willen) is niet beslissend voor de kwalificatie.
Casus Kunstschaatsvereniging KSVH
Jean werkt sinds 1 februari 2017 als trainer voor kunstschaatsvereniging KSVH. Op 31
januari 2017 hebben partijen in een schriftelijke overeenkomst hun relatie vastgelegd en
zij hebben deze aangemerkt als overeenkomst van opdracht. Jean krijgt € 75,- per
trainingsavond. Hij stuurt daarvoor maandelijks standaard een factuur met BTW en hoeft
geen contributie te betalen voor zijn minderjarige dochters die als jeugdlid schaatsen bij
dezelfde vereniging. Jean heeft eigen trainingsspullen die hij gebruikt voor de trainingen
(denk aan pylonnen, etc.). Op verzoek van KSVH heeft Jean zich laten registreren bij de
KVK als zelfstandig kunstschaatstrainer. Het staat Jean vrij om trainingen te verzorgen
voor andere kunstschaatsverenigingen, maar in de praktijk doet Jean dat niet, want zijn
kunstschaatshart ligt bij KSVH.
In de overeenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
Preambule
Partijen beogen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst aan te gaan.
Artikel 4
De trainingen vinden plaats op dinsdag- en donderdagavond. De trainer heeft de sportieve leiding over de
training en is verantwoordelijk voor de invulling van de training, met inachtneming van het KSVH
Trainershandboek.
Artikel 10.3
Indien de trainer door ziekte of een ongeval niet in staat is zijn arbeid te verrichten, wordt gedurende
maximaal 4 weken het overeengekomen honorarium betaald.
Artikel 10.4
Indien de trainer wegens een andere reden dan ziekte of een ongeval niet in staat is zijn arbeid te
verrichten, wordt zijn honorarium niet uitbetaald.
Artikel 11
Indien de trainer verhinderd is zijn diensten te verlenen, draagt hij zorg voor vervanging, met instemming