Goederenrecht stappenplannen
Week 1: Introductie, kernbegrippen en wijzen van verkrijging
Bestanddeelvorming bij onroerende zaak
1. 5:2 – de eigenaar van een zaak is bevoegd haar van ieder die haar zonder
recht houdt, op te eisen.
a. Huurovereenkomst geen eigenaar, waardoor revindicatie niet
mogelijk is
2. 5:14
a. Roerende zaak die een bestanddeel wordt van een andere roerende
zaak
b. Het moet dus gaan om twee roerende zaken
c. 3:3-1 jo. 3:3-2 indien niet twee roerende zaken ga je naar stap 3
3. 5:3 – de eigenaar van een zaak is ook eigenaar van al haar bestanddelen
4. 3:4
a. Lid 1: verkeersopvatting (ideële criterium)
i. HR Dépex/curatoren Bergel – constructieve afstemming +
hoofdzaak is onvoltooid zonder bestanddeel
1. Afstemmingscriterium – kijk beide kanten op: bijv.
standaardmodel is een aanwijzing dat geen specifieke
afstemming is
2. Voltooiingscriterium – is het gebouw zonder apparaat
onvoltooid?
a. Let op: kijk niet naar het productieproces: kijk of
het gebouw zonder apparaat nog als het gebouw
kan fungeren
ii. Tussenconclusie: aan het ideële criterium is wel/niet voldaan
b. Lid 2: fysieke criterium
i. Een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden is dat zij
daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat
beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der
zaken, wordt bestanddeel van de hoofdzaak
ii. HR Glencore II
1. Fysieke gevolgen van de afscheiding (NIET:
vermogensrechtelijke gevolgen)
2. Technisch gezien wel mogelijk, maar wel onevenredige
inspanningen of kosten, dan alsnog aan fysieke
criterium voldaan
iii. Tussenconclusie: aan het fysieke criterium is wel/niet voldaan
5. Conclusie: (als aan ideële of fysieke criterium voldaan is, is het apparaat
bestanddeel geworden van het gebouw).
Bestanddeelvorming roerende zaken
1. 5:3 jo. 5:14-1 – eigenaar hoofdzaak is ook eigenaar van de bestanddelen
2. 3:4-1 (verkeersopvattingen, ideële criterium)
3. 3:4-2 (fysieke criterium)
a. HR Glencore II
, i. Fysieke gevolgen van de afscheiding (NIET:
vermogensrechtelijke gevolgen)
ii. Technisch gezien wel mogelijk, maar wel onevenredige
inspanningen of kosten, dan alsnog aan fysieke criterium
voldaan
b. Tussenconclusie: afscheiding in beginsel mogelijk, maar indien de
kosten/inspanningen van de afscheiding de waarde van de zaken
overtreffen wordt hieraan voldaan en vindt bestanddeelvorming
plaats
4. 5:14-3 = als hoofdzaak is aan te merken de zaak waarvan de waarde die
van de andere zaak aanmerkelijk overtreft of die volgens
verkeersopvatting als zodanig wordt beschouwd
a. Waarde
b. Verkeersopvatting
5. Conclusie: degene die eigenaar was van de hoofdzaak wordt eigenaar van
de bestanddelen o.g.v. 5:14-1 jo. 5:3 jo. HR Glencore II jo. 5:14-3
Eigendom en verjaring
1. 3:99 – verkrijgende verjaring
a. Bezitter
i. 3:107-1 – bezit is het houden van een goed voor zichzelf
1. Wanneer is de persoon de zaak voor zichzelf gaan
houden?
ii. 3:108 – of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of
voor een ander doet, wordt naar verkeersopvatting
beoordeeld, met inachtneming van de navolgende regels en
op grond van uiterlijke feiten
iii. 3:112 – bezit wordt verkregen door inbezitneming, overdracht
of opvolging onder algemene titel
1. 3:113-1 – men neemt een goed in bezit door zich
daarover feitelijke macht te verschaffen
2. 3:113-2 – wanneer een goed in bezit van een ander is,
zijn enkel op zichzelf staande machtsuitoefeningen
voor een inbezitneming onvoldoende
3. HR Landjepik I – bezit is…
a. Niet dubbelzinnig: het moet duidelijk zijn voor de
eigenaar dat de ander bezit uitoefent
b. Openbaar: voor derden kenbaar dat macht wordt
uitgeoefend
iv. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van bezit
b. Te goeder trouw
i. 3:11 – goede trouw ontbreekt niet alleen indien hij de feiten of
het recht kende, maar ook indien hij ze in de gegeven
omstandigheden behoorde te kennen
1. Weet de persoon dat de zaak van een ander is? Of
behoorde hij dit te weten?
ii. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van goede trouw
c. Tijdsverloop periode van 10 jaar
, d. Onafgebroken bezit
i. 3:117 – een bezitter van een goed verliest het bezit, wanneer
hij het goed kennelijk prijsgeeft of wanneer een ander het
bezit van het goed verkrijgt
1. Kennelijk prijsgeven
2. Ander wordt bezitter
ii. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van onafgebroken
bezit
e. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van verkrijgende verjaring
2. 3:105 – bevrijdende verjaring
a. Bezit
i. Dit heb je bij verkrijgende verjaring al getoetst, dus: er is
wel/geen sprake van bezit
b. Rechtsvordering verjaard
i. 3:306 – een rechtsvordering verjaart in beginsel door verloop
van 20 jaren
ii. 3:314-2 – de termijn van verjaring begint de dag nadat de
niet-rechthebbende bezitter is geworden
1. Vangt dus niet pas aan als rechthebbende
daadwerkelijk kennis heeft van de bezitsdaden; o.g.v.
HR Landjepik I dient de inbezitneming ondubbelzinnig
en openbaar te zijn en betreft het dus de objectieve
kenbaarheid; had de rechthebbende het kunnen weten?
c. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van bevrijdende verjaring,
indien wel ga je naar stap 3
3. 5:2 – revindicatie, maar de (oorspronkelijke eigenaar) is inmiddels geen
eigenaar meer, omdat de (nieuwe eigenaar) o.g.v. 3:105-1 de eigendom
heeft verkregen. Revindicatie ex 5:2 is niet meer mogelijk
4. HR Landjepik I – verbintenisrechtelijke route
a. Hoewel iemand op grond van bevrijdende verjaring eigenaar kan
worden van een goed van de ander, laat de HR niet onverlet dat de
gemeente een vordering op grond van onrechtmatige daad kan
hebben tegen de nieuwe eigenaar, strekkende tot teruggave van de
zaak of schadevergoeding.
b. Schadevergoeding in natura (teruggave zaak) ex 6:162 jo. 6:103
5. 3:310-1 – verjaring rechtsvordering
a. 5 jaar: bekendheid schade en aansprakelijkheid persoon
i. In casu…
b. 20 jaar: indien bekendheid ontbreekt; 20 jaar na
schadeveroorzakende gebeurtenis
Eigendom & wettelijk bewijsvermoeden
1. Is .. eigenaar? Indien geen wijze van eigendomsverkrijging kijken we naar
stap 2
2. Wordt .. beschouwd als eigenaar? Drietrapsraket:
a. Bezitter (3:107-1/3:108) – bezit is het houden van een goed voor
zichzelf; verkeersopvattingen, navolgende regels en uiterlijke feiten
Week 1: Introductie, kernbegrippen en wijzen van verkrijging
Bestanddeelvorming bij onroerende zaak
1. 5:2 – de eigenaar van een zaak is bevoegd haar van ieder die haar zonder
recht houdt, op te eisen.
a. Huurovereenkomst geen eigenaar, waardoor revindicatie niet
mogelijk is
2. 5:14
a. Roerende zaak die een bestanddeel wordt van een andere roerende
zaak
b. Het moet dus gaan om twee roerende zaken
c. 3:3-1 jo. 3:3-2 indien niet twee roerende zaken ga je naar stap 3
3. 5:3 – de eigenaar van een zaak is ook eigenaar van al haar bestanddelen
4. 3:4
a. Lid 1: verkeersopvatting (ideële criterium)
i. HR Dépex/curatoren Bergel – constructieve afstemming +
hoofdzaak is onvoltooid zonder bestanddeel
1. Afstemmingscriterium – kijk beide kanten op: bijv.
standaardmodel is een aanwijzing dat geen specifieke
afstemming is
2. Voltooiingscriterium – is het gebouw zonder apparaat
onvoltooid?
a. Let op: kijk niet naar het productieproces: kijk of
het gebouw zonder apparaat nog als het gebouw
kan fungeren
ii. Tussenconclusie: aan het ideële criterium is wel/niet voldaan
b. Lid 2: fysieke criterium
i. Een zaak die met een hoofdzaak zodanig verbonden is dat zij
daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat
beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een der
zaken, wordt bestanddeel van de hoofdzaak
ii. HR Glencore II
1. Fysieke gevolgen van de afscheiding (NIET:
vermogensrechtelijke gevolgen)
2. Technisch gezien wel mogelijk, maar wel onevenredige
inspanningen of kosten, dan alsnog aan fysieke
criterium voldaan
iii. Tussenconclusie: aan het fysieke criterium is wel/niet voldaan
5. Conclusie: (als aan ideële of fysieke criterium voldaan is, is het apparaat
bestanddeel geworden van het gebouw).
Bestanddeelvorming roerende zaken
1. 5:3 jo. 5:14-1 – eigenaar hoofdzaak is ook eigenaar van de bestanddelen
2. 3:4-1 (verkeersopvattingen, ideële criterium)
3. 3:4-2 (fysieke criterium)
a. HR Glencore II
, i. Fysieke gevolgen van de afscheiding (NIET:
vermogensrechtelijke gevolgen)
ii. Technisch gezien wel mogelijk, maar wel onevenredige
inspanningen of kosten, dan alsnog aan fysieke criterium
voldaan
b. Tussenconclusie: afscheiding in beginsel mogelijk, maar indien de
kosten/inspanningen van de afscheiding de waarde van de zaken
overtreffen wordt hieraan voldaan en vindt bestanddeelvorming
plaats
4. 5:14-3 = als hoofdzaak is aan te merken de zaak waarvan de waarde die
van de andere zaak aanmerkelijk overtreft of die volgens
verkeersopvatting als zodanig wordt beschouwd
a. Waarde
b. Verkeersopvatting
5. Conclusie: degene die eigenaar was van de hoofdzaak wordt eigenaar van
de bestanddelen o.g.v. 5:14-1 jo. 5:3 jo. HR Glencore II jo. 5:14-3
Eigendom en verjaring
1. 3:99 – verkrijgende verjaring
a. Bezitter
i. 3:107-1 – bezit is het houden van een goed voor zichzelf
1. Wanneer is de persoon de zaak voor zichzelf gaan
houden?
ii. 3:108 – of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of
voor een ander doet, wordt naar verkeersopvatting
beoordeeld, met inachtneming van de navolgende regels en
op grond van uiterlijke feiten
iii. 3:112 – bezit wordt verkregen door inbezitneming, overdracht
of opvolging onder algemene titel
1. 3:113-1 – men neemt een goed in bezit door zich
daarover feitelijke macht te verschaffen
2. 3:113-2 – wanneer een goed in bezit van een ander is,
zijn enkel op zichzelf staande machtsuitoefeningen
voor een inbezitneming onvoldoende
3. HR Landjepik I – bezit is…
a. Niet dubbelzinnig: het moet duidelijk zijn voor de
eigenaar dat de ander bezit uitoefent
b. Openbaar: voor derden kenbaar dat macht wordt
uitgeoefend
iv. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van bezit
b. Te goeder trouw
i. 3:11 – goede trouw ontbreekt niet alleen indien hij de feiten of
het recht kende, maar ook indien hij ze in de gegeven
omstandigheden behoorde te kennen
1. Weet de persoon dat de zaak van een ander is? Of
behoorde hij dit te weten?
ii. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van goede trouw
c. Tijdsverloop periode van 10 jaar
, d. Onafgebroken bezit
i. 3:117 – een bezitter van een goed verliest het bezit, wanneer
hij het goed kennelijk prijsgeeft of wanneer een ander het
bezit van het goed verkrijgt
1. Kennelijk prijsgeven
2. Ander wordt bezitter
ii. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van onafgebroken
bezit
e. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van verkrijgende verjaring
2. 3:105 – bevrijdende verjaring
a. Bezit
i. Dit heb je bij verkrijgende verjaring al getoetst, dus: er is
wel/geen sprake van bezit
b. Rechtsvordering verjaard
i. 3:306 – een rechtsvordering verjaart in beginsel door verloop
van 20 jaren
ii. 3:314-2 – de termijn van verjaring begint de dag nadat de
niet-rechthebbende bezitter is geworden
1. Vangt dus niet pas aan als rechthebbende
daadwerkelijk kennis heeft van de bezitsdaden; o.g.v.
HR Landjepik I dient de inbezitneming ondubbelzinnig
en openbaar te zijn en betreft het dus de objectieve
kenbaarheid; had de rechthebbende het kunnen weten?
c. Tussenconclusie: er is wel/geen sprake van bevrijdende verjaring,
indien wel ga je naar stap 3
3. 5:2 – revindicatie, maar de (oorspronkelijke eigenaar) is inmiddels geen
eigenaar meer, omdat de (nieuwe eigenaar) o.g.v. 3:105-1 de eigendom
heeft verkregen. Revindicatie ex 5:2 is niet meer mogelijk
4. HR Landjepik I – verbintenisrechtelijke route
a. Hoewel iemand op grond van bevrijdende verjaring eigenaar kan
worden van een goed van de ander, laat de HR niet onverlet dat de
gemeente een vordering op grond van onrechtmatige daad kan
hebben tegen de nieuwe eigenaar, strekkende tot teruggave van de
zaak of schadevergoeding.
b. Schadevergoeding in natura (teruggave zaak) ex 6:162 jo. 6:103
5. 3:310-1 – verjaring rechtsvordering
a. 5 jaar: bekendheid schade en aansprakelijkheid persoon
i. In casu…
b. 20 jaar: indien bekendheid ontbreekt; 20 jaar na
schadeveroorzakende gebeurtenis
Eigendom & wettelijk bewijsvermoeden
1. Is .. eigenaar? Indien geen wijze van eigendomsverkrijging kijken we naar
stap 2
2. Wordt .. beschouwd als eigenaar? Drietrapsraket:
a. Bezitter (3:107-1/3:108) – bezit is het houden van een goed voor
zichzelf; verkeersopvattingen, navolgende regels en uiterlijke feiten