Boek: individual differences and personality
(chapter 1.3)
Methoden voor psychologische meting
De meest gebruikte methode: mensen krijgen dezelfde vragen met vaste
antwoordopties, zodat antwoorden vergelijkbaar zijn. Het is snel en
goedkoop, maar de betrouwbaarheid hangt af van 2 aannames:
- Dat mensen zichzelf goed kennen
- Dat mensen eerlijk bereid zijn te antwoorden
Beide aannames gaan niet altijd op, mensen kunnen zichzelf verkeerd
inschatten of bewust een bepaald beeld willen geven. Er is ook een
verschil tussen reports (concrete gedragingen rapporteren) en ratings
(jezelf direct een score geven op een trek zoals impulsiviteit). Bij het
laatste kunnen mensen de trek verschillend interpreteren.
Observer reports (rapportage door anderen)
Iemand die de persoon goed kent beoordeelt zijn gedrag.
- Voordeel: mogelijk objectiever van buitenaf
- Nadeel: naasten kunnen geneigd zijn een positiever beeld te
schetsen en kennen de persoon vaak minder goed dan dat de
persoon zichzelf kent.
Directe observatie
Gedrag wordt rechtstreeks geobserveerd in een natuurlijke of kunstmatige
setting. Deze methode is zeer informatief, maar erg tijdrovend en duur,
waardoor deze moeilijk op grote schaal toepasbaar is.
Biodata (levensuitkomsten)
Objectieve gegevens uit iemands leven (bijvoorbeeld cijfergemiddelde,
aantal boetes, bedtijd) worden gebruikt als indirecte indicatoren van
persoonlijkheid.
- Voordeel: objectief en betekenisvol
- Nadeel: zulke uitkomsten kunnen ook door heel andere factoren
worden beïnvloed, dus het verband met de persoonlijkheidstrek is
niet altijd duidelijk.
Vergelijking van methoden
Onderzoek laat over het algemeen sterke correlaties zien tussen
zelfrapportage en rapportage door anderen en ook tussen rapportages en
directe observatie/biodata. Ondanks kritiek op de sterke afhankelijkheid
van (zelf)rapportages, blijven deze methoden favoriet vanwege hun
efficiëntie.
,Artikel: Measuring Personality Constructs
(Dodorico McDonald, 2008)
Het artikel beschrijft hoe je persoonlijkheidsconstructren (big-fave) het
beste kunt meten en pleit ervoor om meerdere methoden te combineren
in plaats van te vertrouwen op 1 methode.
Zelfrapportage (self-reports)
- Voordelen: praktisch, goedkoop, snel af te nemen, directe toegang
tot introspectieve informatie die niemand anders heeft, hoge
motivatie van respondenten.
- Nadelen: gevoelig voor response bias (sociaal wenselijke
antwoorden, automatisch instemmen, extreme antwoorden geven),
twijfelachtig of mensen zichzelf wel objectief kennen,
taalinterpretatie kan verschillen.
Informantrapportage (informant/observer reports)
- Voordelen: mogelijk objectiever, geen sociaal wenselijkheidsbias van
het doelwit zelf, meerdere beoordelaars verhogen de
betrouwbaarheid (aggregatieprincipe), informaten zien gedrag over
meerdere situaties heen.
- Nadelen: kost meer tijd/geld, eigen vormen van bias (bijvoorbeeld
informaten willen een dierbare gunstig neerzetten), informanten
hebben geen toegang tot innerlijke gedachten/gevoelens, moeilijk
om situatie specifiek gedrag te beoordelen.
Gedragsmetingen (behavioural measures)
- Voordelen: meet gedrag direct – de kern van wat persoonlijkheid
feitelijk is, minder responsbias, kan in lab of natuurlijke settng.
- Nadelen: duurste en minst praktische methode, ethische bezwaren,
complexe coderingssystemen nodig, koppeling tussen specifiek
gedrag en een trek is niet altijd duidelijk
Conclusie
Geen enkele methode is perfect of superieur. De auteur pleit voor een
multimethode aanpak: door zelfrapportage, informantrapportage en
gedragsobservatie te combineren, verhoog je de constructvaliditeit (de
mate waarin je meting echt het bedoelde concept meet).
,Artikel: Self-Knowledge of Personality: Do
People Know Themselves? (Vazire & Carlson,
2010)
Komen zelfpercepties overeen met objectief gedrag?
Studies die zelfbeoordelingen vergelijken met daadwerkelijk gedrag laten
gemiddeld een matige correlatie zien. Mensen zijn dus niet compleet
nietsvermoedend over hun eigen gedrag, maar ook verre van perfect.
Zelfpercepties voorspellen ook belangrijke levensuitkomsten, al zijn de
verbanden bescheiden.
Komen zelfpercepties overeen met percepties van anderen?
Correlaties tussen zelfbeoordeling en beoordeling door naasten liggen
rond de .40-.60. Hoe beter men elkaar kent, hoe hoger de
overeenstemming. Dit toont aan dat zelfbeeld niet compleet losstaat van
hoe anderen je zien, maar zeker ook niet identiek is.
Weten mensen hoe anderen hen zien? (Meta-accuracy)
Mensen hebben enig inzicht in hun reputatie en in het specifieke beeld dat
ze bij individuen achterlaten, vooral wanneer ze verschillende indrukken
over verschillende contexten moeten inschatten (bijvoorbeeld ouders vs.
vrienden).
Conclusie
Zelfpercepties zijn zeker beter dan toeval, maar substantieel
onnauwkeurig. Belangrijk: mensen kennen zichzelf niet significant beter
dan hun naaste vrienden/familie hen kennen. Dit pleit ervoor om bij
persoonlijkheidsonderzoek meerdere perspectieven (zelf en anderen) te
combineren, en om als onderzoeker/mens een gezonde balans tussen
vertrouwen en scepsis te hanteren t.a.v. zelfkennis.
, Artikel: Informant Reports: A Cheap, Fast,
and Easy Method for Personality Assessment
(Vazire, 2006)
4 vooroordelen van informant methoden getoetst
1. Tijdrovend – onterecht. Via internet kan een vragenlijst in < 1 uur
gemaakt worden en per email verstuurd, zonder gegevensinvoer
achteraf.
2. Duur – onterecht. Door internetgebruik en door informanten niet te
compenseren blijven kosten minimaal
3. Informanten werken niet mee – onterecht. Hoge respons
percentages door spamfilters te omzeilen, vragenlijst kort te houden
en herinneringsmails te sturen.
4. Data zijn niet valide (fake/oneerlijke antwoorden – onterecht. Mist
voorzorgsmaatregelen worden genomen (anonimiteit garanderen,
compensatie niet afhankelijk maken van medewerking informant).
Conclusie
De terughoudendheid om informant reports te gebruiken is gebaseerd op
verouderde aannames over kosten, niet op werkelijke belemmeringen.
Dankzij internettechnologie zijn informant reports nu goedkoop, snel en
gemakkelijk te verzamelen met behoud van validiteit. De methode zou
structureel gecombineerd moeten worden met zelfrapportage, omdat dit
niet alleen de validiteit verhoogt, maar ook nieuwe onderzoeksvragen
mogelijk maakt die met zelfrapportage alleen niet te beantwoorden zijn.