HC 1
Pedagogische wetenschappen houdt zich bezig met de
wetenschappelijke bestudering van
de ontwikkeling en opvoeding van
het onderwijs van de kinderen,
jongeren en volwassene.
Opvoeding Het proces waardoor individuen de
kennis, vaardigheden en
kenmerken verkrijgen zodat ze
effectief kunnen participeren in de
samenleving.
Socialisatie Het proces waardoor individuen de
kennis, vaardigheden en
kenmerken verkrijgen zodat ze
effectief kunnen participeren in de
samenleving.
Langeveld Kind=kind, opvoeder zijn gidsen->
Geesteswetenschappelijke normatief
stroming Uitgangspunt is het beschrijven en
werkelijk begrijpen van de
dagelijkse werkelijkheid van het
opvoeden, de opvoedingspraktijk,
en door te dringen in
de wereld van het kind en de
opvoeder om te komen tot een
dieper inzicht van het
opvoedingsproces
De Groot Empirisch analytische (grondlegger cito toets) focust zich
stroming op het gedrag van de kinderen en
de omgeving. De meetbaarheid is
belangrijk. Oorzaak-gevolg relaties.
Link met natuurwetenschappelijk
onderzoek.
Micha de Winter Kritisch Kritiek op de andere stroming
emancipatorische stromingen (waar is de maatschappij?). De
maatschappij is belangrijk voor de
opvoeding. Als je nadenkt over
opvoeding moet je ook nadenken
over waar je heen wilt met de
samenleving. Het onderwijs kan
dan gaan over gelijkheid, inclusief
onderwijs, antiracisme campagnes.
, Deficit thinking denkwijze dat kinderen tekorten
hebben die achterstanden
verklaren.
Medical model: de focus ligt op de stoornis en niet
op het kind zelf en de behoefte van
het kind.
Positive youth development positieve blik op de ontwikkeling.
PYD Focus op diverse op behoeften van
kinderen. Terminologie en
interventies blijven nodig, maar
daar moet niet de focus op liggen.
HC 2
Nature Aangeboren factoren, biologisch,
evolutie, genetisch (19e eeuw, ’80
en ’90, nog steeds belangrijk)
Nurture Aangeleerde factoren, omgeving,
opvoeding, ervaring, belonen en
straffen (’50 en ’60, nog steeds
belangrijk)
Monozygotisch Een-eiige tweeling
Dizygotische Twee-eiige tweeling
g-factor de gemeenschappelijke kern van
uiteenlopende tests voor
intelligentie en verwante
cognitieve capaciteiten
Genotype Genen
fenotype Hoe de genen zich uiten
Epigenese het proces waardoor de genen tot
uitdrukking komen in het fenotype
(interactie genen en omgeving)
Fylnn-effect het IQ van de bevolking stijgt
Probabilistisch Niet gedetermineerd; mogelijk of
waarschijnlijk
Micro-systemen Directe omgeving
Meso systeem Directe verbinding tussen de
mensen van het microsysteem
Exo-systeem De indirecte verbindingen met een
kind (werk-ouders)
Macro-systeem De wijdere samenleving
Proximale processen interactie van een persoon met de
onmiddellijke omgeving (met
materialen, andere personen,
symbolische structuren)
HC 3
Dendritten begin van neuron en ontvangen de
signalen