Geschiedenis
Complete
samenvatting
Alle 10 tijdvakken, alle 49 kenmerkende aspecten en de
3 historische contexten in één overzicht
✓ Alle kenmerkende aspecten uitgelegd met examenvoorbeelden
✓ Het Britse rijk · Duitsland in Europa · Nederland 1948-2008
✓ Historisch redeneren en bronvragen: stappenplannen
✓ Examentips, jaartallen en een begrippenlijst A-Z
✓ 20 oefenvragen in examenstijl met uitwerkingen
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
jagers & Grieken & monniken steden & ontdekkers regenten pruiken & burgers wereld‐ televisie
boeren Romeinen & ridders staten & & revoluties & stoom‐ oorlogen &
hervormers vorsten machines computer
Gecontroleerd met de syllabus centraal examen geschiedenis havo 2027 (versie 2, juli
2025). Geschikt voor havo 4 en havo 5.
Geschiedenis havo 5 · Eindexamensamenvatting pagina
, Inhoud
1 Zo werkt het centraal examen geschiedenis
2 Historisch denken en redeneren: de vaardigheden
3 Tijdvak 1 t/m 10 met alle 49 kenmerkende aspecten
4 Historische context: Het Britse rijk 1585-1900
5 Historische context: Duitsland in Europa 1918-1991
6 Historische context: Nederland 1948-2008
7 Begrippenlijst A-Z
8 Oefenvragen in examenstijl
9 Uitwerkingen
10 Laatste check: de examen-checklist
ZO GEBRUIK JE DEZE SAMENVATTING
Begin bij hoofdstuk 1 en 2: daar staat hoe je vragen beantwoordt. Leer daarna per tijdvak de
kenmerkende aspecten (ka's) en koppel ze steeds aan de drie historische contexten. Bij elke context
staat welke ka's erbij horen. Sluit af met de oefenvragen en check je antwoorden pas als je ze echt
zelf hebt gemaakt.
Geschiedenis havo 5 · Eindexamensamenvatting pagina
, 1. Zo werkt het centraal examen
Wat wordt er getoetst en hoe scoor je punten?
Wat moet je kennen?
Onderdeel Wat houdt het in?
Oriëntatiekennis De 10 tijdvakken met hun jaartallen en de 49 kenmerkende aspecten. Je
moet gebeurtenissen en bronnen kunnen plaatsen in het juiste tijdvak en
koppelen aan het juiste ka.
Historische contexten Drie onderwerpen die je dieper kent: Het Britse rijk 1585-1900, Duitsland in
Europa 1918-1991 en Nederland 1948-2008. Hier komen de meeste
examenvragen uit.
Historische vaardigheden Redeneren over oorzaak en gevolg, verandering en continuïteit,
standplaatsgebondenheid, en bronnen beoordelen op betrouwbaarheid,
representativiteit en bruikbaarheid.
LET OP: CHECK JE EXAMENJAAR
Het centraal examen telt mee voor 50% van je eindcijfer; het schoolexamen (PTA) voor de andere
50%. De historische contexten wisselen af en toe. Deze samenvatting is gecontroleerd met de
syllabus centraal examen 2027 (versie 2, juli 2025, examenblad.nl): dezelfde drie contexten en
dezelfde 49 ka's. De leidende vragen in hoofdstuk 4 t/m 6 komen letterlijk uit die syllabus.
Soorten examenvragen
Vraagtype Wat moet je doen? Valkuil
Plaatsen in tijd Een bron of gebeurtenis koppelen aan Alleen het nummer noemen
tijdvak of ka en dat uitleggen met een zonder toelichting.
gegeven uit de bron.
Oorzaak / gevolg Een redenering opbouwen: A leidde tot B, Twee feiten noemen zonder
omdat... verband.
Ordenen Gebeurtenissen in de juiste volgorde Eén fout = vaak 0 punten.
zetten. Schrijf jaartallen in de kantlijn.
Bronvraag Een standpunt of bedoeling uit een bron Je eigen mening geven in
halen en verklaren vanuit de maker. plaats van die van de maker.
Ondersteunen / weerleggen Laten zien of een bron een bewering Vergeten de bewering zelf terug
ondersteunt of juist niet. te noemen.
Vergelijken Een overeenkomst of verschil noemen Alleen één kant beschrijven.
tussen twee bronnen/situaties.
EXAMENTIP: DE GOUDEN REGEL
Bijna elke vraag vraagt om een gegeven + een verband. Gebruik signaalwoorden als omdat,
waardoor, dus, hieruit blijkt dat. Kijk naar het aantal punten: 2 punten betekent bijna altijd twee
elementen (bijvoorbeeld: een gegeven uit de bron en een uitleg met je kennis).
Geschiedenis havo 5 · Eindexamensamenvatting pagina
, 2. Historisch denken en redeneren
De vaardigheden die in bijna elke vraag terugkomen
Tijd en ordening
Begrip Betekenis Jaartal Eeuw
Chronologie Volgorde in de tijd. 1-100 1e eeuw
Periodisering Het verleden indelen in tijdvakken. 1501-1600 16e eeuw (de 1500's)
Anachronisme Iets plaatsen in een tijd waarin het 1801-1900 19e eeuw
nog niet (of niet meer) bestond, of
een tijd beoordelen met normen van 1901-2000 20e eeuw
nu.
TIP
Continuïteit Iets blijft hetzelfde. Jaartal van een eeuw = eeuw min 1, dan
Verandering Iets wordt anders (snel = breuk, "honderd". De 17e eeuw = de jaren 1600, de
langzaam = ontwikkeling). Gouden Eeuw.
Oorzaak en gevolg
Soort oorzaak Uitleg en voorbeeld
Directe aanleiding De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Moord op Franz Ferdinand (1914) →
Eerste Wereldoorlog.
Structurele oorzaak Een langdurige oorzaak op de achtergrond. Nationalisme, imperialisme en
bondgenootschappen.
Korte / lange termijn Een gevolg kan direct optreden of pas na jaren zichtbaar worden.
Bedoeld / onbedoeld gevolg Het Verdrag van Versailles moest Duitsland verzwakken (bedoeld), maar voedde
ook wrok en nationalisme (onbedoeld).
Oorzaken kun je indelen naar aspect: politiek economisch sociaal cultureel / ideologisch religieus . Bij
een vraag als "noem een economische oorzaak" scoor je geen punt met een politieke oorzaak.
Bronnen beoordelen
Begrip Betekenis Vraag die je jezelf stelt
Primaire bron Gemaakt in de tijd zelf (ooggetuige, document, Wanneer is de bron gemaakt?
foto).
Secundaire bron Later gemaakt over die tijd Wie heeft het later beschreven?
(geschiedenisboek).
Betrouwbaarheid Hoe goed geeft de bron weer wat er echt Wie maakte het, met welk doel,
gebeurde? was hij erbij?
Representativiteit Is de bron typerend voor een grotere groep of Geldt dit voor iedereen of slechts
periode? voor één persoon?
Geschiedenis havo 5 · Eindexamensamenvatting pagina