Leerdoelen Neurologie
1. De student past de anatomische posities en richtingen toe in casuistiek.
2. De student maakt onderscheid tussen de verschillende anatomische structuren en
functies van centraal en perifeer zenuwstelsel in casuïstiek.
3. De student vat de fysiologische kenmerken van de embryonale ontwikkeling en de
algemene structuur van het centraal en perifeer zenuwstelsel samen.
4. De student past de fysiologie van het zenuwstelsel en de neurofysiologische
modellen toe in casuïstiek.
5. De student maakt onderscheid tussen de twaalf hersenzenuwen en hun functie in
casuistiek.
6. De student karakteriseert de neurologische aandoeningen CVA, Tumor, Coma,
Infecties, Trauma en Amnesie aan de hand van casuistiek.
7. De student verklaart logopedische, motorische en cognitieve gevolgen van
neurologische aandoeningen aan de hand van casuistiek.
, 1. De student past de anatomische posities en richtingen toe in casuistiek.
Posities en richtingen:
- Mediaal -> aan de binnenzijde
- Lateraal -> aan de buitenzijde
- Ventraal -> buikzijde
- Dorsaal -> rugzijde
- Craniaal -> schedelzijde
- Caudaal -> achterzijde?
- Superior -> bovenkant
- Inferior -> onderkant
- Anterior -> voorzijde
- Posterior -> achterzijde
- Saggitaal -> verticale doorsnede (links/rechts)
- Coronaal -> verticale doorsnede (voor/achter)
- Transversaal -> horizontale doorsnede (voor/achter)
2. De student maakt onderscheid tussen de verschillende anatomische structuren
en functies van centraal en perifeer zenuwstelsel in casuïstiek.
Centraal zenuwstelsel
Hersenen en ruggenmerg
Anatomie hersenen:
- Grote hersenen (cerebrum):
2 hersenhelften (hemisferen)
4 hersenkwabben (lobi):
Lobus frontalis
Lobus temporalis
Lobus parietalis
Lobus occipitalis
Sulci (groeven) -> sulcus/fissure
Sulcus longitudinalis -> scheidt de hersenhelften van het cerebrum
Verbinding van die hersenhelften: hersenbalk (corpus callosum)
Sulcus centralis -> scheidt lobus frontalis en parietalis
Sulcus lateralis -> scheidt lobus frontalis en temporalis
Gyri (windingen) -> gyrus (hobbels)
- Kleine hersenen (cerebellum): onder de grote hersenen aan de dorsale zijde, bestaat
uit 2 hersenhelften
- Hersenstam (truncus cerebri): onder het cerebellum, loopt uit in de ruggenmerg
(medulla spinoza)
Bestaat uit:
Mesencephalon
Pons
Medulla oblongata
Meeste hersenzenuwen ontspringen hier
Anatomie CZS:
- Corpus callosum
- Limbisch systeem:
Gyrus cinguli
Diencephalon -> thalamus en hypothalamus
Basale Ganglia
1. De student past de anatomische posities en richtingen toe in casuistiek.
2. De student maakt onderscheid tussen de verschillende anatomische structuren en
functies van centraal en perifeer zenuwstelsel in casuïstiek.
3. De student vat de fysiologische kenmerken van de embryonale ontwikkeling en de
algemene structuur van het centraal en perifeer zenuwstelsel samen.
4. De student past de fysiologie van het zenuwstelsel en de neurofysiologische
modellen toe in casuïstiek.
5. De student maakt onderscheid tussen de twaalf hersenzenuwen en hun functie in
casuistiek.
6. De student karakteriseert de neurologische aandoeningen CVA, Tumor, Coma,
Infecties, Trauma en Amnesie aan de hand van casuistiek.
7. De student verklaart logopedische, motorische en cognitieve gevolgen van
neurologische aandoeningen aan de hand van casuistiek.
, 1. De student past de anatomische posities en richtingen toe in casuistiek.
Posities en richtingen:
- Mediaal -> aan de binnenzijde
- Lateraal -> aan de buitenzijde
- Ventraal -> buikzijde
- Dorsaal -> rugzijde
- Craniaal -> schedelzijde
- Caudaal -> achterzijde?
- Superior -> bovenkant
- Inferior -> onderkant
- Anterior -> voorzijde
- Posterior -> achterzijde
- Saggitaal -> verticale doorsnede (links/rechts)
- Coronaal -> verticale doorsnede (voor/achter)
- Transversaal -> horizontale doorsnede (voor/achter)
2. De student maakt onderscheid tussen de verschillende anatomische structuren
en functies van centraal en perifeer zenuwstelsel in casuïstiek.
Centraal zenuwstelsel
Hersenen en ruggenmerg
Anatomie hersenen:
- Grote hersenen (cerebrum):
2 hersenhelften (hemisferen)
4 hersenkwabben (lobi):
Lobus frontalis
Lobus temporalis
Lobus parietalis
Lobus occipitalis
Sulci (groeven) -> sulcus/fissure
Sulcus longitudinalis -> scheidt de hersenhelften van het cerebrum
Verbinding van die hersenhelften: hersenbalk (corpus callosum)
Sulcus centralis -> scheidt lobus frontalis en parietalis
Sulcus lateralis -> scheidt lobus frontalis en temporalis
Gyri (windingen) -> gyrus (hobbels)
- Kleine hersenen (cerebellum): onder de grote hersenen aan de dorsale zijde, bestaat
uit 2 hersenhelften
- Hersenstam (truncus cerebri): onder het cerebellum, loopt uit in de ruggenmerg
(medulla spinoza)
Bestaat uit:
Mesencephalon
Pons
Medulla oblongata
Meeste hersenzenuwen ontspringen hier
Anatomie CZS:
- Corpus callosum
- Limbisch systeem:
Gyrus cinguli
Diencephalon -> thalamus en hypothalamus
Basale Ganglia