Week 1, les 1: Basisbeginselen en deelnemers
Materieel burgerlijk recht
-bepaalt welke rechten en plichten personen tegenover elkaar hebben. Het gaat
dus om de inhoud van de rechtsverhouding.
Het burgerlijk procesrecht (formeel burgerlijk recht)
-omvat de voorschriften en procedureregels waarmee iemand in een civiele
procedure zijn materiële rechten en plichten heeft.
Het burgerlijk procesrecht heeft drie belangrijke functies:
1. Realiseren/beïnvloeden van materiële rechten en plichten: geeft personen
mogelijkheden om hun rechten te verwezenlijken of om een juridische situatie te
laten veranderen.
a) Rechten en plichten effectueren: een rechterlijke veroordeling kan ervoor
zorgen dat een bestaand recht daadwerkelijk wordt nagekomen (art. 3:296
BW).
b) Rechten en plichten laten vaststellen: kan d.m.v. een verklaring voor recht
-> de rechter spreekt dan uit hoe de juridische verhouding tussen partijen
moet worden gezien.
c) Rechten en plichten tot stand brengen: de rechter kan in bepaalde
gevallen een recht of rechtsverhouding creëren door een rechterlijke
beslissing.
d) Rechten en plichten wijzigen: wanneer bijv. een wettelijke regeling de
rechter de mogelijkheid geeft om een overeenkomst of andere
rechtsverhouding aan te passen.
e) Rechten en plichten beëindigen: bijvoorbeeld een bepaalde overeenkomst
wordt beëindigd, een recht wordt opgeheven of een rechtsverhouding
wordt ontbonden.
2. Voorkomen van een gerechtelijke procedure (preventieve functie): als een
partij weet dat de wederpartij naar de rechter kan gaan, kan dat voldoende zijn
om haar vrijwillig tot nakoming te bewegen (dreigende werking).
-een procedure kan veel tijd/geld kosten, onzekere uitkomst hebben of leiden tot
een verslechterde relatie tussen partijen. Daarom proberen partijen vaak eerst
andere oplossingen.
3. Voorkomen van eigenrichting: zelf het recht in handen nemen, zonder gebruik
te maken van de daarvoor bedoelde wettelijke procedures of zonder dat die
persoon daartoe wettelijk bevoegd is.
Bronnen van het burgerlijk procesrecht
- Jurisprudentie en algemene rechtsbeginselen/uitgangspunten.
- Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: vormt het wettelijke kader
voor procedures bij de rechtelijke macht.
- De Wet op de rechterlijke organisatie: hierin staan regels over de
rechtbanken, de gerechtshoven, de Hoge Raad, hun taken etc.
Pagina 1 van 61
, - Landelijke procesreglementen: geven een nadere, praktische invulling aan
de wettelijke regels uit het Rv.
- Het Europese regelgeving: omdat rechtsverhoudingen grensoverschrijdend
worden, ontstaat er onduidelijkheid over welke rechter bevoegd is, welk
land de procedure mag behandelen etc. (denk ook aan
verdragen/verordeningen).
voorbeelden: specificatie inhoud, termijn, hoe vaak het moet worden
ingeleverd (4-voud).
Toegangsprincipe – art. 17 jo 18 jo 112 Gw
-houdt in dat iedereen toegang moet hebben tot de rechter en op rechtsbijstand.
-mensen met een lager inkomen kunnen gebruikmaken van gesubsidieerde
rechtsbijstand: de cliënt betaalt een eigen bijdrage en de Staat betaalt een deel
van de kosten van de advocaat.
De rechter moet:
- Onafhankelijk zijn: de rechter moet zelfstandig tot een oordeel kunnen
komen en mag zich niet laten beïnvloeden.
- Onpartijdig zijn: objectief, geen voorkeur voor een partij, geen persoonlijk
belang.
Een procespartij kan de rechter wraken bij twijfel aan onpartijdigheid –
art. 36 Rv
-hier vraagt een partij om de rechter te vervangen omdat er feiten of
omstandigheden zijn waardoor de onpartijdigheid van de rechter in twijfel kan
worden getrokken.
Verschoning van de rechter zelf door vervanging te vragen
-wanneer zij vindt dat zij een zaak niet onbevooroordeeld kan behandelen (art. 40
Rv).
Het beginsel van hoor en wederhoor (gelijkheidsbeginsel) – art. 19 Rv
-beide partijen moeten voldoende gelegenheid krijgen om hun standpunt naar
voren te brengen, hun vordering of verzoek toe te lichten, verweer te voeren etc.
Een procedure moet binnen een redelijke termijn worden
behandeld/beslist – art. 20 Rv
-de rechter en de procespartijen moeten voorkomen dat een procedure onnodig
wordt vertraagd.
Openbaarheid van de zitting – art. 27 lid 1 jo 28 jo 803 Rv
-zittingen vinden in beginsel in het openbaar plaats, maar bijv. wanneer besloten
behandeling noodzakelijk is vanwege nationale veiligheid of belangen van
minderjarigen kan gesloten zitting.
Openbaarheid van de uitspraak – art. 29 lid 1 jo 28 jo 803 Rv
-de uitspraak moet in beginsel openbaar worden gedaan.
Pagina 2 van 61
,Motiveringsbeginsel – art. 30 Rv jo 121 Gw jo 5 lid 1 wet RO
-de rechter moet uitleggen hoe zij tot de beslissing komt, welke juridische
grondslag zij gebruikt.
-partijen moeten kunnen begrijpen waarom ze hebben gewonnen of verloren en
of er aanleiding bestaat om hoger beroep of cassatie in te stellen.
Het verbod op rechtsweigering – art. 26 Rv
-als een zaak rechtsgeldig aan de rechter is voorgelegd, moet de rechter
daarover beslissen.
Volledige geschilbeslissing – art. 23 Rv
-alle geschilpunten die aan de rechter zijn voorgelegd, moeten worden
behandeld.
Partijautonomie /lijdelijkheidsbeginsel – art. 24 Rv
-partijen mogen in belangrijke mate zelf bepalen waarover wordt geprocedeerd,
welke vordering wordt ingesteld, welke feiten en omstandigheden worden
aangevoerd etc.
-lijdelijke rol van de rechter: de rechter is dus gebonden aan de omvang van het
geschil zoals partijen dat aan haar voorleggen.
Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden – art. 25 Rv
-hoewel de rechter geen feiten mag aanvullen, moet zij wel de juiste
rechtsgronden aanvullen wanneer dat nodig is. De rechter mag dus niet zelf
nieuwe feiten bedenken.
Een civiele procedure wordt gevoerd door (vaak) twee procespartijen:
eiser en gedaagde
-een rechtspersoon wordt vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon. De
vertegenwoordiger wordt hierdoor niet automatisch zelf procespartij. De
procedure wordt namelijk gevoerd op naam van de rechtspersoon.
Formele en materiële procespartij (bij handelingsonbekwaam persoon)
- De formele procespartij is degene op wiens naam de procedure wordt
gevoerd en die de procesbeslissingen neemt.
- De materiële procespartij is degene wiens inhoudelijke belang centraal
staat en die uiteindelijk door de uitspraak wordt gebonden of gerechtigd.
Collectieve belangenbehartiging
-niet iedere procedure hoeft uitsluitend te gaan over het individuele belang van
één persoon. Het kan ook gaan om een groepsbelang of een algemeen belang.
Een partij kan dan optreden als belangenbehartiger.
-de wettelijke regeling voor collectieve acties staat in art. 3:305a t/m 3:305e BW.
-collectieve acties zijn vooral nuttig wanneer een grote groep mensen met
hetzelfde probleem wordt geconfronteerd. Dit worden situaties van massaschade
genoemd wanneer een grote groep mensen of bedrijven schade lijdt.
Pagina 3 van 61
, Recht op rechtsbijstand – art. 18 Gw
-kan behoorlijk duur zijn. De kosten kunnen daarom een rol spelen bij de
beslissing om wel of geen procedure te beginnen, of een advocaat of andere
rechtsbijstandverlener in te schakelen.
De rechtsbijstandsverlener: de advocaat
-is op grond van de Advocatenwet beëdigd om procespartijen juridische bijstand
te verlenen.
-een advocaat moet zijn ingeschreven op het zogenoemde tableau van de
Nederlandse orde van advocaten. Het tableau is het officiële register van
advocaten.
-moet zich houden aan de geldende beroeps- en gedragsregels. Wanneer hij zich
ernstig of herhaaldelijk niet aan deze regels houdt, kan hij uiteindelijk van het
tableau worden geschrapt.
-in gerechtelijke procedures is procesvertegenwoordiging verplicht (art. 79 lid 2
Rv).
-bij de kantonrechter (art. 79 lid 1 Rv), in kort geding (art. 255 lid 1 Rv) en bij
bepaalde verzoekschriftprocedures mag je zelf, zonder advocaat, procederen.
Taken van een advocaat
-wanneer een advocaat optreedt als procesvertegenwoordiger, heeft hij onder
andere de volgende taken:
- Processtukken opstellen, juridische argumenten formuleren,
onderhandelen met de wederpartij, correspondentie over de zaak voeren
etc.
Een advocaat heeft tijdens een procedure ook administratieve
verantwoordelijkheden
-stukken op tijd indienen bij de rechtbank, het betalen van het griffierecht, zorgen
voor de uitwisseling van informatie, correspondentie onderhouden tussen
rechtbank en procespartijen en het bewaken van procestermijnen.
De cassatieadvocaat
-een cassatieprocedure kan uitsluitend worden gevoerd door een advocaat bij de
Hoge Raad (art. 407 jo art. 409 Rv).
-een cassatieprocedure verschilt van een normale procedure omdat de Hoge
Raad geen feitenrechter is. De cassatieadvocaat moet daarom gespecialiseerd
zijn in het beoordelen van juridische fouten en procedurele fouten.
Vertegenwoordiging bij de kantonrechter – art. 80 lid 1 Rv
1. Via bijstand: dit betekent dat de partij zelf aanwezig blijft, maar zich tijdens
de procedure laat helpen door een ander.
2. Via vertegenwoordiging door een gemachtigde: gemachtigde verricht
namens de partij proceshandelingen. De partij hoeft dan niet zelf aanwezig
te zijn.
Pagina 4 van 61
Materieel burgerlijk recht
-bepaalt welke rechten en plichten personen tegenover elkaar hebben. Het gaat
dus om de inhoud van de rechtsverhouding.
Het burgerlijk procesrecht (formeel burgerlijk recht)
-omvat de voorschriften en procedureregels waarmee iemand in een civiele
procedure zijn materiële rechten en plichten heeft.
Het burgerlijk procesrecht heeft drie belangrijke functies:
1. Realiseren/beïnvloeden van materiële rechten en plichten: geeft personen
mogelijkheden om hun rechten te verwezenlijken of om een juridische situatie te
laten veranderen.
a) Rechten en plichten effectueren: een rechterlijke veroordeling kan ervoor
zorgen dat een bestaand recht daadwerkelijk wordt nagekomen (art. 3:296
BW).
b) Rechten en plichten laten vaststellen: kan d.m.v. een verklaring voor recht
-> de rechter spreekt dan uit hoe de juridische verhouding tussen partijen
moet worden gezien.
c) Rechten en plichten tot stand brengen: de rechter kan in bepaalde
gevallen een recht of rechtsverhouding creëren door een rechterlijke
beslissing.
d) Rechten en plichten wijzigen: wanneer bijv. een wettelijke regeling de
rechter de mogelijkheid geeft om een overeenkomst of andere
rechtsverhouding aan te passen.
e) Rechten en plichten beëindigen: bijvoorbeeld een bepaalde overeenkomst
wordt beëindigd, een recht wordt opgeheven of een rechtsverhouding
wordt ontbonden.
2. Voorkomen van een gerechtelijke procedure (preventieve functie): als een
partij weet dat de wederpartij naar de rechter kan gaan, kan dat voldoende zijn
om haar vrijwillig tot nakoming te bewegen (dreigende werking).
-een procedure kan veel tijd/geld kosten, onzekere uitkomst hebben of leiden tot
een verslechterde relatie tussen partijen. Daarom proberen partijen vaak eerst
andere oplossingen.
3. Voorkomen van eigenrichting: zelf het recht in handen nemen, zonder gebruik
te maken van de daarvoor bedoelde wettelijke procedures of zonder dat die
persoon daartoe wettelijk bevoegd is.
Bronnen van het burgerlijk procesrecht
- Jurisprudentie en algemene rechtsbeginselen/uitgangspunten.
- Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: vormt het wettelijke kader
voor procedures bij de rechtelijke macht.
- De Wet op de rechterlijke organisatie: hierin staan regels over de
rechtbanken, de gerechtshoven, de Hoge Raad, hun taken etc.
Pagina 1 van 61
, - Landelijke procesreglementen: geven een nadere, praktische invulling aan
de wettelijke regels uit het Rv.
- Het Europese regelgeving: omdat rechtsverhoudingen grensoverschrijdend
worden, ontstaat er onduidelijkheid over welke rechter bevoegd is, welk
land de procedure mag behandelen etc. (denk ook aan
verdragen/verordeningen).
voorbeelden: specificatie inhoud, termijn, hoe vaak het moet worden
ingeleverd (4-voud).
Toegangsprincipe – art. 17 jo 18 jo 112 Gw
-houdt in dat iedereen toegang moet hebben tot de rechter en op rechtsbijstand.
-mensen met een lager inkomen kunnen gebruikmaken van gesubsidieerde
rechtsbijstand: de cliënt betaalt een eigen bijdrage en de Staat betaalt een deel
van de kosten van de advocaat.
De rechter moet:
- Onafhankelijk zijn: de rechter moet zelfstandig tot een oordeel kunnen
komen en mag zich niet laten beïnvloeden.
- Onpartijdig zijn: objectief, geen voorkeur voor een partij, geen persoonlijk
belang.
Een procespartij kan de rechter wraken bij twijfel aan onpartijdigheid –
art. 36 Rv
-hier vraagt een partij om de rechter te vervangen omdat er feiten of
omstandigheden zijn waardoor de onpartijdigheid van de rechter in twijfel kan
worden getrokken.
Verschoning van de rechter zelf door vervanging te vragen
-wanneer zij vindt dat zij een zaak niet onbevooroordeeld kan behandelen (art. 40
Rv).
Het beginsel van hoor en wederhoor (gelijkheidsbeginsel) – art. 19 Rv
-beide partijen moeten voldoende gelegenheid krijgen om hun standpunt naar
voren te brengen, hun vordering of verzoek toe te lichten, verweer te voeren etc.
Een procedure moet binnen een redelijke termijn worden
behandeld/beslist – art. 20 Rv
-de rechter en de procespartijen moeten voorkomen dat een procedure onnodig
wordt vertraagd.
Openbaarheid van de zitting – art. 27 lid 1 jo 28 jo 803 Rv
-zittingen vinden in beginsel in het openbaar plaats, maar bijv. wanneer besloten
behandeling noodzakelijk is vanwege nationale veiligheid of belangen van
minderjarigen kan gesloten zitting.
Openbaarheid van de uitspraak – art. 29 lid 1 jo 28 jo 803 Rv
-de uitspraak moet in beginsel openbaar worden gedaan.
Pagina 2 van 61
,Motiveringsbeginsel – art. 30 Rv jo 121 Gw jo 5 lid 1 wet RO
-de rechter moet uitleggen hoe zij tot de beslissing komt, welke juridische
grondslag zij gebruikt.
-partijen moeten kunnen begrijpen waarom ze hebben gewonnen of verloren en
of er aanleiding bestaat om hoger beroep of cassatie in te stellen.
Het verbod op rechtsweigering – art. 26 Rv
-als een zaak rechtsgeldig aan de rechter is voorgelegd, moet de rechter
daarover beslissen.
Volledige geschilbeslissing – art. 23 Rv
-alle geschilpunten die aan de rechter zijn voorgelegd, moeten worden
behandeld.
Partijautonomie /lijdelijkheidsbeginsel – art. 24 Rv
-partijen mogen in belangrijke mate zelf bepalen waarover wordt geprocedeerd,
welke vordering wordt ingesteld, welke feiten en omstandigheden worden
aangevoerd etc.
-lijdelijke rol van de rechter: de rechter is dus gebonden aan de omvang van het
geschil zoals partijen dat aan haar voorleggen.
Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden – art. 25 Rv
-hoewel de rechter geen feiten mag aanvullen, moet zij wel de juiste
rechtsgronden aanvullen wanneer dat nodig is. De rechter mag dus niet zelf
nieuwe feiten bedenken.
Een civiele procedure wordt gevoerd door (vaak) twee procespartijen:
eiser en gedaagde
-een rechtspersoon wordt vertegenwoordigd door een natuurlijk persoon. De
vertegenwoordiger wordt hierdoor niet automatisch zelf procespartij. De
procedure wordt namelijk gevoerd op naam van de rechtspersoon.
Formele en materiële procespartij (bij handelingsonbekwaam persoon)
- De formele procespartij is degene op wiens naam de procedure wordt
gevoerd en die de procesbeslissingen neemt.
- De materiële procespartij is degene wiens inhoudelijke belang centraal
staat en die uiteindelijk door de uitspraak wordt gebonden of gerechtigd.
Collectieve belangenbehartiging
-niet iedere procedure hoeft uitsluitend te gaan over het individuele belang van
één persoon. Het kan ook gaan om een groepsbelang of een algemeen belang.
Een partij kan dan optreden als belangenbehartiger.
-de wettelijke regeling voor collectieve acties staat in art. 3:305a t/m 3:305e BW.
-collectieve acties zijn vooral nuttig wanneer een grote groep mensen met
hetzelfde probleem wordt geconfronteerd. Dit worden situaties van massaschade
genoemd wanneer een grote groep mensen of bedrijven schade lijdt.
Pagina 3 van 61
, Recht op rechtsbijstand – art. 18 Gw
-kan behoorlijk duur zijn. De kosten kunnen daarom een rol spelen bij de
beslissing om wel of geen procedure te beginnen, of een advocaat of andere
rechtsbijstandverlener in te schakelen.
De rechtsbijstandsverlener: de advocaat
-is op grond van de Advocatenwet beëdigd om procespartijen juridische bijstand
te verlenen.
-een advocaat moet zijn ingeschreven op het zogenoemde tableau van de
Nederlandse orde van advocaten. Het tableau is het officiële register van
advocaten.
-moet zich houden aan de geldende beroeps- en gedragsregels. Wanneer hij zich
ernstig of herhaaldelijk niet aan deze regels houdt, kan hij uiteindelijk van het
tableau worden geschrapt.
-in gerechtelijke procedures is procesvertegenwoordiging verplicht (art. 79 lid 2
Rv).
-bij de kantonrechter (art. 79 lid 1 Rv), in kort geding (art. 255 lid 1 Rv) en bij
bepaalde verzoekschriftprocedures mag je zelf, zonder advocaat, procederen.
Taken van een advocaat
-wanneer een advocaat optreedt als procesvertegenwoordiger, heeft hij onder
andere de volgende taken:
- Processtukken opstellen, juridische argumenten formuleren,
onderhandelen met de wederpartij, correspondentie over de zaak voeren
etc.
Een advocaat heeft tijdens een procedure ook administratieve
verantwoordelijkheden
-stukken op tijd indienen bij de rechtbank, het betalen van het griffierecht, zorgen
voor de uitwisseling van informatie, correspondentie onderhouden tussen
rechtbank en procespartijen en het bewaken van procestermijnen.
De cassatieadvocaat
-een cassatieprocedure kan uitsluitend worden gevoerd door een advocaat bij de
Hoge Raad (art. 407 jo art. 409 Rv).
-een cassatieprocedure verschilt van een normale procedure omdat de Hoge
Raad geen feitenrechter is. De cassatieadvocaat moet daarom gespecialiseerd
zijn in het beoordelen van juridische fouten en procedurele fouten.
Vertegenwoordiging bij de kantonrechter – art. 80 lid 1 Rv
1. Via bijstand: dit betekent dat de partij zelf aanwezig blijft, maar zich tijdens
de procedure laat helpen door een ander.
2. Via vertegenwoordiging door een gemachtigde: gemachtigde verricht
namens de partij proceshandelingen. De partij hoeft dan niet zelf aanwezig
te zijn.
Pagina 4 van 61