Inhoudsopgave
Week 1....................................................................................................................................................1
Hoofdstuk 1........................................................................................................................................1
Hoofdstuk 2........................................................................................................................................3
Hoofdstuk 6......................................................................................................................................25
Week 3..................................................................................................................................................36
Hoofdstuk 4......................................................................................................................................36
Week 4..................................................................................................................................................46
Hoofdstuk 9......................................................................................................................................46
Hoofdstuk 10....................................................................................................................................56
Hoofdstuk 11....................................................................................................................................63
Hoofdstuk 12....................................................................................................................................68
Hoofdstuk 21....................................................................................................................................81
Week 5..................................................................................................................................................94
Hoofdstuk 19....................................................................................................................................94
Hoofdstuk 20..................................................................................................................................102
,Week 1
Hoofdstuk 1
Onbenoemde overeenkomsten: er komen in de rechtspraktijk overeenkomsten voor die een
specifieke aanduiding hebben gekregen, zonder dan ze in de wet zijn geregeld.
Doel van Boek 7 BW
Binnen de grenzen die de wet aangeeft, zijn partijen naar Nederlands recht vrij met elkaar al dan niet
een overeenkomst aan te gaan. contractsvrijheid is een belangrijk uitgangspunt. Partijen zijn vrij om
de inhoud en derhalve de rechtsgevolgen van hun overeenkomst naar goeddunk te bepalen. Uit het
stelsel van het BW vloeien de genoemde grenzen voort uit dwingende bepalingen die voor alle
rechtshandelingen gelden. Om een tweetal redenen is het noodzakelijk geoordeeld voor een aantal
overeenkomsttypen in Boek 7 bijzondere voorschriften op te nemen:
1. In de praktijk blijkt dat partijen bij alledaagse overeenkomsten alleen in hoofdlijnen de
rechtsgevolgen van hun afspraak voor ogen hebben. Diverse (detail)vragen kunnen vaak niet
worden beantwoord aan de hand van de uitdrukkelijke of stilzwijgende bedoelingen van
partijen, terwijl dit type veelomvattende overeenkomsten wel om specifieke regelingen
vraagt. Ook het bepalen van rechtsgevolgen die voortvloeien uit de aard van de
overeenkomst, uit de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid is vaak niet goed
mogelijk.
2. Het is wenselijk dat in bepaalde opzichten de onderhandelings- en contractsvrijheid van
partijen wordt begrensd, betreft de bescherming van zwakke partijen.
Structuur van Boek 7
Overeenkomsten zijn in drie categorieën te verdelen:
1. Overeenkomsten strekkende tot overdracht van een goed of tot verlening van het genot van
een goed.
2. Overeenkomsten gericht op het verrichten van werkzaamheden door de ene voor de andere
partij.
3. Overige bijzondere overeenkomsten.
Doorslaggevend is of de overeenkomst naar de door partijen bedoelde inhoud onder de wettelijke
omschrijving van een bepaalde overeenkomst valt.
Methoden van bescherming in Boek 7
Boek 7 beoogd algemeen gehouden afspraken tussen partijen een nader gespecificeerde inhoud te
geven. Daarnaast acht de wetgever het van algemeen belang om voor bepaalde bijzondere
overeenkomsten voorschriften op te nemen die de vrijheid van partijen beperken, ten bate van de
bescherming van één der partijen. De volgende voorschriften kunnen worden onderscheiden:
1. Bepalingen die aan een overeenkomst rechtsgevolgen verbinden die door partijen niet
kunnen worden weg gecontracteerd.
2. Bepalingen die een bepaalde vorm voorschrijven voor een overeenkomst of een bepaald
beding
3. Bepalingen die betrekking hebben op de bewijslast of op de toelaatbaarheid van
bewijsmiddelen.
Indien in een wetsbepaling rechtsgevolgen zijn opgenomen die door partijen niet kunnen worden
weg gecontracteerd (1) is sprake van dwingend recht. Contracteren in strijd daarmee leidt in beginsel
tot nietigheid of vernietigbaarheid van de rechtshandeling (art. 3:40 lid 1 en 2 BW). hieronder vallen
ook de regels dat van bepaalde onderdelen niet ten nadele van de particuliere koper of
opdrachtgever tot bouw van een woning kan worden afgeweken, behoudens bij een
standaardregeling als bedoeld in art. 6:214 BW.
1
,In de wettelijke formulering betekenen woorden als gelden als of aangemerkt worden als sprake
van onweerlegbare rechtsfeiten
Terwijl woorden als wordt vermoed betekenen dat het vermoeden door tegenbewijs kan worden
ontkracht.
Beschermde partijen in Boek 7
Bescherming richt zich tot de zwakke partij bij de overeenkomst. BW: de natuurlijke persoon, die niet
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In slechts zeer beperkte mate bieden onderdelen
van Boek 7 bescherming aan rechtssubjecten die een beroep of bedrijf uitoefenen, maar dergelijke
bepalingen zijn er wel.
Boek 7 als onderdeel van het vermogensrecht
Gelaagde structuur: verhouding tot Boeken 3,5 en 6 BW
Het kenmerkende voor veel bepalingen in Boek 7 is nadere specificatie van de inhoud van de
afzonderlijke rechten en verplichtingen die partijen op zich nemen. Deze zien onder meer op de
volgende aspecten:
a. Precontractuele verbintenissen
b. Nadere regels inzake de totstandkoming van de overeenkomst
c. Hoofdverplichtingen van partijen
d. Bijkomende verplichtingen van partijen
e. Beëindiging van de overeenkomst
f. Bijzonderheden ter zake van niet-nakoming of ontbinding
g. Post-contractuele verbintenissen.
Indien sprake is van botsing tussen of van een overlapping van de regels van Boek 3 en 6 en die van
Boek 7, dan geldt: Lex specialis derogat legi generali.
Gemengde overeenkomsten
Art. 6:215 BW geeft voor een gemengde overeenkomst aan welk bijzonder wettelijk regime van
toepassing is: als een overeenkomst aan de omschrijving van twee of meer door de wet geregelde
bijzondere soorten van overeenkomsten voldoet, dan zijn de voor elk van die soorten gegeven
bepalingen naast elkaar op de overeenkomst van toepassing. 1 belangrijke uitzondering: behoudens
voor zover deze bepalingen niet wel verenigbaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard
van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet. Degene die onverenigbaarheid stelt, dient dit aan
te tonen.
Schakelbepalingen
Een schakelbepaling verklaart een aantal wettelijke regels, bijvoorbeeld een titel of een afdeling, van
overeenkomstige toepassing op een gebied waarvoor zij naar de letter van de wet niet geschreven is.
Deze van overeenkomstige toepasselijkheid wordt meestal beperkt voor zover de strekking van de
bepaling in verband met de aard van de rechtsverhouding zich tegen de overeenkomstige toepassing
verzet.
Uit de wetssystematiek en uit haar tekst vloeit voort dat schakelbepalingen in tweeërlei opzicht méér
behelzen dan alleen maar een vorm van voorgeschreven analogie. De rechter zal inhoudelijk het
ingeschakelde recht dienen te interpreteren en toe passen, en vervolgens dienen te onderzoeken of
de aard van de desbetreffende regel in verband met de aard van de figuur waarop wordt toegepast
zich tegen toepassing verzet. De rechter heeft hierbij wel een vrij grote beoordelingsruimte. Hij zal
zijn oordeel goed moeten motiveren. Daarnaast wijzen de schakelbepalingen op een stelplicht en een
bewijslast. Degene die meent dat de aard van de regel in verband met de aard van de overeenkomst
zich tegen die toepassing verzet, zal zulks dienen te stellen en bij voldoende betwisting dienen te
bewijzen.
Ook bestaat er expliciete uitschakeling. Dit kent 2 varianten:
2
, 1. Bepalingen die verklaren dat inhoud X niet van toepassing is op figuur Y
2. Bepalingen die aangeven dat een uitgeschreven geval slechts of uitsluitend van toepassing is.
Week 2
Hoofdstuk 2
2.1 Algemene opmerkingen
De plaats van de koopovereenkomst in het vermogensrecht
De bijzondere bepalingen voor de koopovereenkomst staan in de eerste titel van Boek 7 BW (art. 7:1
t/m 7:50 BW). Het Burgerlijk Wetboek kent een gelaagde structuur: het is opgebouwd van 'algemeen'
naar 'bijzonder'. Dit betekent dat de kooptitel niet op zichzelf staat, maar voortbouwt op de
algemene regels uit andere boeken. Voor de koopovereenkomst zijn dus ook van belang:
Aanbod en aanvaarding: art. 3:33, 3:35 en 6:217 BW (de totstandkoming van elke
overeenkomst).
Eigendom: Boek 5 BW (het goederenrechtelijke kader waarbinnen eigendomsoverdracht
plaatsvindt).
Niet-nakoming: art. 6:74 e.v. BW, met de bijbehorende remedies:
o opschorting (art. 6:52 en 6:262 BW),
o schadevergoeding (art. 6:95 e.v. BW),
o ontbinding (art. 6:265 BW).
Wilsgebreken: art. 3:44 en 6:228 BW, te weten misbruik van omstandigheden, bedreiging,
bedrog en dwaling.
Algemene voorwaarden: art. 6:231 e.v. BW.
De kooptitel zelf regelt dus vooral de specifieke aanvullingen en afwijkingen ten opzichte van dit
algemene raamwerk.
De achtergrond van een apart regime voor de koopovereenkomst
Al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gewerkt aan een nieuwe kooptitel.
Op 1 januari 1992 is titel 7.1 ingevoerd, tegelijk met de Boeken 3, 5 en 6 BW.
Sindsdien is de kooptitel herhaaldelijk aangevuld en gewijzigd, mede onder invloed van
Europese ontwikkelingen. Voorbeelden: regels over timeshare en bepalingen over
consumentenkoop, toegevoegd omdat Europese richtlijnen de Nederlandse wetgever
daartoe verplichtten.
Een probleem: uit de wettekst van titel 7.1 zélf blijkt niet welke bepalingen een Europese
oorsprong hebben en welke een zuiver nationale oorsprong hebben. Dit onderscheid is
echter wél belangrijk:
o De Nederlandse rechter is verplicht regels van Europese origine richtlijnconform uit
te leggen (dat wil zeggen: in overeenstemming met de onderliggende Europese
richtlijn).
o Het Europese Hof van Justitie is de hoogste rechter voor de uitleg van een richtlijn —
en dus óók voor de uitleg van het Nederlandse artikel dat die richtlijn omzet in
nationaal recht. Dit betekent dat de Hoge Raad op dit terrein feitelijk ondergeschikt is
aan het HvJ EU.
Internationale handelskoop: het Weens Koopverdrag (CISG)
Voor internationale handelskoop bestaat een apart uniform regime: het Weens Koopverdrag (United
3