TAALONDERWIJS
Uitgebreide leersamenvatting voor de PABO
Begrippen • uitleg • voorbeelden • toetschecks • oefenvragen
Studieversie
Gebaseerd op de domeinen en begrippen uit Basiskennis Taalonderwijs
,Hoe gebruik je deze samenvatting?
Deze samenvatting is gemaakt als leer- en herhalingsdocument voor een toets over Basiskennis
Taalonderwijs. De tekst is bewust uitgebreider dan een spiekbriefje: belangrijke begrippen worden uitgelegd,
aan elkaar gekoppeld en voorzien van voorbeelden uit de basisschoolpraktijk.
Lees per hoofdstuk eerst de kernuitleg. Markeer daarna de begrippen die je nog niet uit jezelf kunt uitleggen.
Sluit af met de toetscheck en oefenvragen. Wanneer je een begrip alleen herkent maar nog niet in een
praktijksituatie kunt toepassen, beheers je het voor een kennisbasistoets meestal nog onvoldoende.
Let op: edities van het boek en toetsgidsen kunnen verschillen. Deze leersamenvatting volgt de gebruikelijke
hoofdstukindeling en de negen taaldomeinen uit Basiskennis Taalonderwijs en is een eigen, beknopte
uitwerking van de leerstof; het is geen vervanging voor de officiële toetsgids of het volledige boek.
Slim leren
Werk in drie rondes: 1) begrijpen, 2) zonder spieken uitleggen, 3) toepassen op een voorbeeld uit de klas.
Vooral die derde stap is belangrijk bij meerkeuzevragen met praktijksituaties.
Inhoud
Hoofdstuk Onderwerp
1 De kennisbasis Nederlandse taal
2 Taalonderwijs en taal
3 Mondelinge taalvaardigheid
4 Woordenschat
5 Beginnende geletterdheid
6 Voortgezet technisch lezen
7 Begrijpend lezen
8 Stellen
9 Jeugdliteratuur
10 Taalbeschouwing
11 Spelling
Extra Begrippenlijst en eindcheck
Basiskennis Taalonderwijs - uitgebreide leersamenvatting | Pagina 2
, HOOFDSTUK 1
De kennisbasis Nederlandse taal
Wat moet je als toekomstige leerkracht kennen, begrijpen en kunnen toepassen?
De Kennisbasis Nederlandse taal beschrijft welke vakinhoudelijke en vakdidactische kennis een pabostudent
nodig heeft om verantwoord taalonderwijs te geven. De kennisbasis is breder dan alleen spelling of
grammatica: zij omvat mondelinge taal, woordenschat, geletterdheid, lezen, schrijven, literatuur,
taalbeschouwing en spelling.
Bij toetsing wordt niet alleen gevraagd of je een definitie herkent. Je moet vaak kunnen bepalen welk begrip bij
een praktijksituatie hoort, welke aanpak een leerkracht gebruikt, waarom die aanpak passend is of welke fout
in een redenering zit. Daarom is toepasbare begripskennis belangrijker dan losse rijtjes uit het hoofd leren.
Toetsmatrijs 4.4 – gecontroleerde versie
Deze versie is opnieuw gecontroleerd op de negen domeinen uit de aangeleverde toetsmatrijs en aangevuld
met onderwerpen die in de eerdere versie te beknopt of niet expliciet stonden. Omdat de toets op 4F-niveau
en op Knows/Knows why/Knows how is ingericht, bevat de samenvatting nu meer toepassingskennis,
didactische keuzes en grammatica/spelling op eigen-vaardigheidsniveau.
1.1 Vier invalshoeken
Leerinhoud: Wat leerlingen binnen het taaldomein moeten leren: kennis, vaardigheden en strategieën.
Domeindidactiek: De manier waarop je een specifiek taaldomein onderwijst, bijvoorbeeld woordenschat of
begrijpend lezen.
Fundament: De vakinhoudelijke achtergrondkennis die jij als leerkracht nodig hebt om onderwijskeuzes te
begrijpen en te verantwoorden.
Taaldidactiek en taalbeleid: Brede keuzes over hoe een school taalonderwijs vormgeeft, afstemt en
verbetert.
1.2 De negen taaldomeinen
• Mondelinge taalvaardigheid: spreken, luisteren en gesprekken voeren.
• Woordenschat: woorden begrijpen, onthouden en gebruiken.
• Beginnende geletterdheid: ontwikkeling van schriftbewustzijn tot aanvankelijk lezen en schrijven.
• Voortgezet technisch lezen: correct, vlot en vloeiend lezen.
• Begrijpend lezen: betekenis construeren uit teksten.
• Stellen: doelgericht schriftelijke teksten produceren.
• Jeugdliteratuur: literaire ontwikkeling en leesbevordering.
• Taalbeschouwing: nadenken over vorm, betekenis en gebruik van taal.
• Spelling: woorden en werkwoorden volgens conventies schrijven.
Basiskennis Taalonderwijs - uitgebreide leersamenvatting | Pagina 3
, 1.3 Wat vraagt een kennistoets?
Een toetsvraag kan verschillende niveaus hebben. Soms moet je een begrip herkennen, maar vaak wordt een
situatie beschreven. Bijvoorbeeld: een leerkracht laat kinderen vóór het lezen bedenken wat zij al weten over
het onderwerp. Dan moet je herkennen dat voorkennis wordt geactiveerd en uitleggen waarom dat
tekstbegrip ondersteunt.
Let daarom bij het leren steeds op vier stappen: definitie, kenmerk, voorbeeld en verwarring met een nabij
begrip. Kun je die vier onderdelen uitleggen, dan is de kans groter dat je een begrip ook in een onbekende
casus herkent.
Toetscheck - na dit hoofdstuk moet je kunnen:
• de negen taaldomeinen noemen en kort omschrijven
• uitleggen wat leerinhoud, domeindidactiek, fundament en taalbeleid betekenen
• een toetsvraag herkennen waarin toepassing in plaats van reproductie wordt gevraagd
Oefenvragen
1. Waarom is alleen definities uit het hoofd leren vaak onvoldoende?
2. Noem drie taaldomeinen die bij een boekbespreking tegelijk aan bod kunnen komen.
3. Wat is domeindidactiek?
Basiskennis Taalonderwijs - uitgebreide leersamenvatting | Pagina 4