ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Praktische ontwikkelingspsychologie voor sociaal werk – editie 2
Samengevoegd uit de aangeleverde samenvatting van hoofdstuk 1 en 3 en het aangeleverde 63-pagina
PDF-bestand.
Opbouw: duidelijke hoofdstukken • korte uitleg • belangrijke begrippen • leeftijden • sociaal-werk
toepassing • bronnen per hoofdstuk
Ontwikkelingspsychologie – samenvatting
,Inhoud
Hoofdstuk 1 – Ontwikkelingspsychologie
Hoofdstuk 2 – Ontwikkelingstheorieën
Hoofdstuk 3 – De prenatale ontwikkeling
Hoofdstuk 4 – De baby (0–1 jaar)
Hoofdstuk 5 – De dreumes (1–2 jaar)
Hoofdstuk 6 – De peuter (2–4 jaar)
Hoofdstuk 7 – De kleuter (4–6 jaar)
Hoofdstuk 8 – Het basisschoolkind (6–10 jaar)
Hoofdstuk 9 – De puber (10–14 jaar)
Hoofdstuk 10 – De adolescent (14–22 jaar)
Hoofdstuk 11 – De volwassene (22–65 jaar)
Hoofdstuk 12 – De oudere (65+)
Eindoverzicht – belangrijkste begrippen en leeftijden
Ontwikkelingspsychologie – samenvatting
, Hoofdstuk 1 – Ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie kijkt naar groei, verandering en stabiliteit van mensen gedurende de hele
levensloop. Niet alleen zichtbaar gedrag, maar ook denken, voelen, waarnemen, onthouden en
redeneren horen bij ontwikkeling.
1.1 Wat is ontwikkelingspsychologie?
Ontwikkelingspsychologie = de studie naar patronen van groei, verandering en stabiliteit gedurende
het hele leven, van conceptie tot aan de dood.
Ontwikkeling verloopt bij ieder mens anders, maar er zijn ook algemene patronen.
Ontwikkelingspsychologie kijkt naar lichamelijke, cognitieve, sociaal-emotionele en morele
ontwikkeling.
De kennis helpt sociaal werkers om normale ontwikkeling te herkennen en mogelijke problemen
eerder te signaleren.
Ontwikkelingsgebieden
Lichamelijke ontwikkeling – groei, lichamelijke rijping en motoriek.
Cognitieve ontwikkeling – denken, leren, geheugen, taal en problemen oplossen.
Sociaal-emotionele ontwikkeling – omgaan met anderen, emoties, zelfbeeld en identiteit.
Morele ontwikkeling – leren wat goed/fout is en hoe je rekening houdt met regels en anderen.
Levensfasen
Prenatale periode: conceptie tot geboorte
Baby: 0–1 jaar
Dreumes: 1–2 jaar
Peuter: 2–4 jaar
Kleuter: 4–6 jaar
Basisschoolkind: 6–10 jaar
Puberteit: 10–14 jaar
Adolescentie: 14–22 jaar
Jongvolwassenheid: 22–35 jaar
Middenvolwassenheid: 35–55 jaar
Laatvolwassenheid: 55–65 jaar
Oudere: 65 jaar en ouder
Let op: leeftijden zijn richtlijnen. Ontwikkeling verloopt niet bij iedereen precies op dezelfde leeftijd.
1.2 Geschiedenis in het kort
Plato: opvoeding en de manier waarop kinderen behandeld worden kunnen invloed hebben op hun
ontwikkeling.
Cicero: benadrukte verschillen tussen jongeren en ouderen.
Ariès: stelde dat kinderen in de middeleeuwen vanaf ongeveer zes jaar als miniatuurvolwassenen
werden gezien; deze visie is later bekritiseerd.
Erasmus: benadrukte liefdevolle behandeling, onderwijs en imitatie bij taalverwerving.
Locke – tabula rasa: het kind wordt sterk gevormd door ervaringen en omgeving.
Rousseau: kinderen hebben een natuurlijke aanleg en zijn actief betrokken bij hun eigen
ontwikkeling.
Darwin: beschreef de ontwikkeling van zijn eigen kind en stimuleerde systematische observatie.
Ontwikkelingspsychologie – samenvatting