Huwelijk
Definitie van het huwelijk Het huwelijk is een door de wet geregelde duurzame levensgemeenschap
tussen twee natuurlijke personen (art. 1:33 BW), ongeacht hun geslacht (art. 1:30 lid 1 BW). Juridisch
gezien wordt het huwelijk niet als een gewone overeenkomst, maar als een instelling beschouwd. Dit
houdt in dat de huwelijkssluiting automatisch een reeks dwingende rechtsgevolgen teweegbrengt.
Voordat een huwelijk kan worden voltrokken, dient het voornemen hiertoe te worden gemeld bij de ABS.
Na deze melding geldt een wettelijke wachttijd van minimaal veertien dagen (art. 1:62 lid 1 BW). Deze
periode stelt de ABS in staat om te controleren op eventuele huwelijksbeletselen. De huwelijksvoltrekking
moet plaatsvinden binnen een jaar na de melding; anders vervalt het voornemen en dient een nieuwe
melding te worden gedaan (art. 1:46 BW). In uitzonderlijke gevallen, zoals bij een terminale ziekte, kan
het Openbaar Ministerie ontheffing verlenen van de wachttijd van veertien dagen (art. 1:62 lid 2 BW). De
regels voor de wachttijd en ontheffing gelden ook voor een geregistreerd partnerschap (art. 1:80a lid 5
BW).
Het rechtskarakter van het huwelijk Bij het huwelijk kunnen echtgenoten niet zelf bepalen welke
rechtsgevolgen wel of niet gelden; die vloeien immers rechtstreeks voort uit de wet. Hun onderlinge
afspraken of innerlijke voorbehouden tasten de geldigheid van het huwelijk niet aan. Enkele verschillen
met een contract of relatie zijn:
1. Het huwelijk is meer dan een overeenkomst: er is immers geen opzeggingsmogelijkheid en het brengt
verplichtingen mee die verder gaan dan normale contractsvrijheid. 2. Het huwelijk is niet hetzelfde als
een persoonlijke relatie; het is slechts de juridische vormgeving daarvan. Uiteindelijk levert de discussie
of het huwelijk een instelling, contract of relatie is niets op. Er zal uiteindelijk toch moeten worden
gekeken in Boek 1 BW.
Voorbeeld ter illustratie Anna en Bas trouwen in 2025. Voor het huwelijk spreken ze af dat zij alle
financiële verplichtingen afzonderlijk zullen dragen en dat Bas geen verantwoordelijkheid zal hebben
voor de schulden van Anna. Ook maken ze mondeling de afspraak dat zij samen het ouderlijk gezag over
hun toekomstige kinderen niet zullen delen.
Na enkele jaren ontstaat er een financiële tegenvaller: Anna heeft grote schulden opgebouwd. De
schuldeisers van Anna willen dat Bas meebetaalt. Daarnaast krijgen Anna en Bas een kind en ontstaat
discussie over wie het gezag uitoefent. Maar zijn de afspraken die Anna en Bas vooraf maakten juridisch
bindend?
De afspraken van Anna en Bas tasten de rechtsgevolgen van het huwelijk niet aan. Financiële
verplichtingen binnen het huwelijk en ouderlijk gezag worden direct bepaald door de wet (Boek 1 BW).
Bas kan dus niet zomaar worden vrijgesteld van wettelijke financiële verplichtingen of gezagsrechten
door een onderlinge afspraak.
Burgerlijke betrekkingen van het huwelijk Het huwelijk is in Nederland een burgerlijke instelling: de
wetgever kijkt uitsluitend naar de juridische gevolgen en niet naar de religieuze of morele betekenis.
Liefde en affectie zijn dus niet relevant voor de geldigheid van een huwelijk. De wet stelt formele
voorwaarden, zoals een minimumleeftijd, vrije toestemming, het monogamieverbod en de vereiste
huwelijksvoltrekking. Een huwelijk kan ongeldig worden verklaard als sprake is van schijnhuwelijken of
dwang (art. 1:18c lid 2, art. 1:50, art. 1:53 lid 2, art. 1:71 BW en art. 1:71a BW).
Leeftijd Een belangrijk vereiste is de leeftijdsgrens van 18 jaar (art. 1:31 BW). Dit waarborgt een vrije
wilsvorming en voorkomt kindhuwelijken. In het internationaal privaatrecht geldt dat het Nederlandse
recht bepaalt of iemand hier mag trouwen (art. 10:28 BW). Buitenlandse huwelijken worden in beginsel
erkend als zij geldig zijn volgens het lokale recht (art. 10:31 BW), maar Nederland weigert erkenning als
het huwelijk niet vrij is aangegaan, een partner jonger is dan 18, of als het in strijd is met de openbare
1
,orde, zoals bij polygamie of dwang (art. 10:32 BW).
Monogamieverbod Daarnaast geldt het monogamieverbod: beide partners moeten ongehuwd zijn en
mogen niet in een geregistreerd partnerschap zitten (art. 1:33 BW jo. art. 1:42 BW). Bigamie en
polygamie zijn bovendien strafbaar (art. 237 Sr jo. art. 379 Sr). Een tweede huwelijk is nietig als het
eerste nog geldig is, ook bij een geregistreerd partnerschap (art. 1:80a BW). Buitenlandse polygame
huwelijken worden in beginsel erkend (art. 10:31 BW), maar sinds de Wet tegengaan huwelijksdwang
2015 wordt erkenning geweigerd zodra er een Nederlands element aanwezig is, tenzij het eerdere
huwelijk al is beëindigd (art. 10:32 BW). Alleen in uitzonderingsgevallen kan een nieuw huwelijk
gelijktijdig met de ontbinding van het oude worden gesloten (art. 1:149 BW).
Voorbeeld ter illustratie Ahmed (35) is in Marokko gehuwd met Fatima (32). Enkele jaren later verhuist hij
naar Nederland en wil hij hier trouwen met Sarah (28), een Nederlandse vrouw. Volgens het
Marokkaanse recht is polygamie toegestaan en kan Ahmed dus meerdere huwelijken sluiten. Zijn
huwelijk met Fatima is in Marokko rechtsgeldig tot stand gekomen. In Nederland geldt echter het
monogamieverbod (art. 1:33 BW jo. art. 1:42 BW). Dit betekent dat Ahmed niet opnieuw kan trouwen
zolang zijn eerste huwelijk niet is beëindigd.
Wanneer Ahmed tóch probeert te trouwen met Sarah in Nederland, zal de ambtenaar van de burgerlijke
stand het huwelijk weigeren. Mocht het huwelijk toch worden voltrokken (bijvoorbeeld in het buitenland),
dan kan het in Nederland nietig worden verklaard wegens strijd met de openbare orde (art. 237 Sr jo. art.
379 Sr). Daarnaast is bigamie in Nederland strafbaar, zodat Ahmed zich mogelijk ook strafrechtelijk moet
verantwoorden. Alleen in een uitzonderingssituatie waarin zijn eerste huwelijk en het nieuwe huwelijk
gelijktijdig worden beëindigd/gesloten (art. 1:149 BW), zou een tweede huwelijk rechtsgeldig kunnen zijn.
Nationaliteit De Nederlandse wetgeving stelt duidelijke voorwaarden aan wie er in Nederland kan
trouwen, met specifieke regels over zowel nationaliteit als verblijfsrecht. Volgens art. 1:44 BW moet
minstens één van de aanstaande echtgenoten de Nederlandse nationaliteit bezitten of een gewone
verblijfsplaats in Nederland hebben om een huwelijk in Nederland te kunnen sluiten. Ook moeten de
aanstaande echtgenoten verklaren dat er geen sprak eis van een schijnhuwelijk (art. 1:44 lid 1 sub i BW).
Voor Nederlanders die in het buitenland wonen, is de procedure anders. Wanneer twee partners beiden
in het buitenland wonen, maar één van hen de Nederlandse nationaliteit heeft, kan hun huwelijk
uitsluitend in de gemeente Den Haag worden voltrokken (art. 1:44 lid 2 BW). Als beide partners geen
Nederlander zijn en ook niet in Nederland wonen, ontbreekt de bevoegdheid voor een Nederlandse ABS
om het huwelijk te voltrekken en kan men dus niet in Nederland trouwen.
Huwelijksvoltrekking De huwelijksvoltrekking vindt plaats op basis van de wederzijdse wilsverklaring van
de aanstaande echtgenoten (art. 1:67 lid 1 BW), waarbij zij in persoon aanwezig zijn (art. 1:65 BW). Deze
verklaring, ook wel het 'ja-woord' genoemd, vormt de essentie van de huwelijkssluiting. De partijen
moeten de verklaring persoonlijk afleggen ten overstaan van de ABS en in aanwezigheid van getuigen.
De ABS moet hiervoor actief gelegenheid geven en meewerken, aangezien zonder zijn of haar
aanwezigheid geen rechtsgeldig huwelijk tot stand kan komen (art. 1:63 en 1:67 lid 2 BW).
Een uitzondering hierop is het huwelijk met de handschoen (art. 1:66 BW). Met toestemming van de
Minister van Justitie mag een van de partners zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde als er
zwaarwegende redenen zijn voor diens afwezigheid.
Na de wilsverklaring bevestigt de ABS dat het huwelijk rechtsgeldig is gesloten en legt hij dit vast in een
huwelijksakte (art. 1:67 lid 2 BW). De akte dient als bewijsmiddel, maar is niet constitutief voor de
totstandkoming van het huwelijk. Dit betekent dat het huwelijk ook rechtsgeldig blijft als een van de
partijen weigert de akte te ondertekenen. Soms worden vereiste toestemmingen ook in de akte
opgenomen. Hoewel het trouwboekje een informeel document is, kan het de functie van een uittreksel uit
het huwelijksregister vervullen.
2
, Procedure van het sluiten van een huwelijk In Nederland zijn er specifieke vereisten en procedures voor
het rechtsgeldig sluiten van een huwelijk, die als voornaamste doel hebben de rechtszekerheid te
waarborgen en fraude te voorkomen. De wetgeving is gericht op vier kernpunten: het waarborgen van de
openbaarheid, het bieden van bescherming tegen overhaaste beslissingen, het voorkomen van
lichtvaardige huwelijkssluitingen door de ABS, en het bieden van zekerheid over de rechtsgeldigheid van
het huwelijk.
Een van de belangrijkste vereisten is de openbaarheid van de huwelijksvoltrekking. Volgens art. 1:63 lid
1 BW moet een huwelijk openbaar worden voltrokken ten overstaan van een ABS in een door de
aanstaande echtgenoten gekozen gemeente. Deze openbaarheid dient als waarborg tegen geheime
huwelijken. Sinds 2016 is de woonplaats van de aanstaande echtgenoten niet langer bepalend voor de
locatie van de voltrekking (art. 1:44 lid 1 onder j BW). Hoewel de standaardlocatie het gemeentehuis is,
kan een huwelijk in uitzonderlijke situaties, zoals bij ziekte of detentie, plaatsvinden in een 'bijzonder huis'
(art. 1:64 BW).
Tijdens de voltrekking zijn altijd getuigen aanwezig. Dit zijn minimaal twee en maximaal vier
meerderjarige personen, of maximaal zes bij een voltrekking in een bijzonder huis (art. 1:63 en 1:64 BW).
De aanwezigheid van getuigen dient als extra waarborg voor de plechtigheid en helpt identiteitsfraude te
voorkomen.
Tot slot is de identificatie van de aanstaande echtgenoten van cruciaal belang. Indien de melding van het
voorgenomen huwelijk elektronisch is gedaan, moeten de partners zich uiterlijk bij de
huwelijksvoltrekking identificeren met een geldig legitimatiebewijs (art. 1:63 lid 2 BW). Deze eis is
ingevoerd om de rechtsgeldigheid van de huwelijkssluiting te waarborgen en identiteitsfraude tegen te
gaan. Tegenwoordig hoeven aanstaande echtgenoten geen bewijsstukken meer aan te leveren, maar
volstaat het verstrekken van de gegevens (art. 1:44 BW).
Schijnhuwelijk Een schijnhuwelijk is een huwelijk dat wordt gesloten zonder de intentie om de wettelijke
huwelijkse rechten en plichten na te leven, maar puur en alleen om een verblijfsrechtelijk voordeel te
verkrijgen. Dit geldt eveneens voor een geregistreerd partnerschap (art. 1:80a lid 5 BW). Deze voordelen
kunnen variëren van het verkrijgen van toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt tot het verstevigen van
een zwakke verblijfsstatus. De wettelijke basis voor de aanpak van schijnhuwelijken is te vinden in de
artikelen 1:50, 1:53 lid 2 en 1:71a BW.
Verschil met een oprecht huwelijk In tegenstelling tot een schijnhuwelijk, veronderstelt een echt huwelijk
dat beide partners hun wettelijke plichten nakomen. Denk hierbij aan de plicht tot wederzijdse trouw, hulp
en bijstand (art. 1:81 BW), en de bijdrage in de kosten van de huishouding (art. 1:84-1:86 BW). Bij een
schijnhuwelijk ontbreken deze intenties volledig.
Bewijs en beoordeling Om te bepalen of sprake is van een schijnhuwelijk, gelden hoge
bewijsmaatstaven. Hierbij wordt een aantal factoren gezamenlijk afgewogen. De relevante factoren zijn
onder meer de duur van de relatie, een mogelijk groot leeftijdsverschil tussen de partners, eerdere korte
huwelijken met vreemdelingen, het overhaaste karakter van de beslissing om te trouwen, en de
daadwerkelijke intentie om samen te wonen. Ook het gebruik van valse documenten en eerdere
pogingen tot het aangaan van schijnhuwelijken kunnen een rol spelen.
Preventie en wettelijke controles De Nederlandse wetgeving bevat maatregelen om schijnhuwelijken te
voorkomen, met name wanneer een buitenlandse partner betrokken is. Op basis van art. 1:58 lid 1 BW is
de ABS verplicht de verblijfsstatus van de buitenlandse partner te controleren. Als de buitenlandse
partner geen rechtmatig verblijf heeft en de ABS het sterke vermoeden heeft dat het huwelijk slechts
wordt gesloten voor verblijfsrechtelijke doeleinden, kan de huwelijksakte worden geweigerd (art. 1:58 lid
2 en 1:18c BW). Bij dit vermoeden let de ABS op vergelijkbare omstandigheden als hierboven genoemd,
zoals een groot leeftijdsverschil of een gebrek aan intentie om samen te wonen. Dit beleid wordt
ondersteund door jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat staten het
recht geeft om huwelijken te weigeren die enkel op immigratie zijn gericht.
3