• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 65 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Huwelijksvermogens- en erfrecht | Tilburg University | 2025–2026 | Week 4–10: gemeenschap, voorwaarden en erfrecht

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 65 pagina's

Gemeenschap van goederen, huwelijkse voorwaarden en erfrecht overzichtelijk in één document. Dit deel volgt de in de bron gebruikte weken 4–10 van Huwelijksvermogens- en erfrecht. Je vindt uitleg over de wettelijke gemeenschap, verrekening en internationaal privaatrecht. Daarna volgen erfrechtelijke onderwerpen, waaronder wettelijke erfopvolging en testamenten. Met wetsartikelen en voorbeelden om de leerstukken bij een casus te herkennen. 65 pagina’s, Nederlandstalige PDF voor Fiscaal Recht aan Tilburg University. Handig voor herhaling per onderwerp en het terugzoeken van de bijbehorende regels. Week 1–3 staat in het andere deel, ook samen verkrijgbaar in een bundel. Het studiejaar staat niet in het oorspronkelijke document. Check even of de stof past bij jouw colleges. Gebruik je colleges voor recente wetswijzigingen.

Voorbeeld van de inhoud

Week 4: Vermogensrechtelijke aspecten: wettelijke gemeenschap

van goederen

Algemene bepalingen van de wettelijke gemeenschap van goederen
Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht: modernisering en de uitsluiting van pensioenrechten Het
Nederlandse huwelijksvermogensrecht heeft een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Het oude stelsel
van de algehele gemeenschap van goederen had als kenmerk dat alle vermogens van beide partners,
inclusief schulden, erfenissen en schenkingen, automatisch samensmolten. Deze boedelmenging wordt
juridisch beschouwd als een verkrijging onder algemene titel, zoals vastgelegd in artikel 3:80 lid 2 BW.
Dit stelsel leidde echter tot ongewenste gevolgen, zoals de collectieve aansprakelijkheid voor schulden
en de automatische vermenging van privévermogens.

Als reactie op deze bezwaren is het wettelijk stelsel op 1 januari 2018 gewijzigd naar een beperkte
gemeenschap van goederen. De belangrijkste verandering is dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en
schenkingen niet langer in de gemeenschap vallen, tenzij anders is overeengekomen (art. 1:94 lid 2 BW).
De nieuwe wet bepaalt dat alleen de goederen die de echtgenoten al gezamenlijk bezaten vóór het
huwelijk en alle goederen die zij tijdens het huwelijk verkrijgen, in de gemeenschap vallen. Goederen die
door erfopvolging of gift worden verkregen, blijven nu van rechtswege buiten de gemeenschap, tenzij de
erflater of schenker een insluitingsclausule heeft opgenomen (art. 1:94 lid 3, onder b, BW).

Een belangrijke uitzondering op de vermenging van goederen betreft pensioenrechten. Conform art. 1:94
lid 2, onder b BW, vallen pensioenrechten en daarmee verband houdende rechten op
nabestaandenpensioen niet in de huwelijksgemeenschap. Deze uitsluiting is in de wet vastgelegd om te
voorkomen dat er een ongewenste samenloop ontstaat met de Wet verevening pensioenrechten bij
scheiding (Wvps). De Wvps regelt dat pensioenrechten bij een scheiding verevend moeten worden, wat
betekent dat de opgebouwde pensioenen worden gedeeld.

Mogelijkheid tot afwijking van de wettelijke gemeenschap van goederen Echtgenoten hebben de
mogelijkheid om bij huwelijkse voorwaarden af te wijken van de regels met betrekking tot de wettelijke
gemeenschap van goederen (titel 7 Boek 1 BW). Dit volgt uit art. 1:93 BW, dat bepaalt dat men
uitdrukkelijk of door de aard van de bedingen kan afwijken van de wettelijke bepalingen, tenzij deze van
dwingend recht zijn. Dit betekent enerzijds dat de wettelijke gemeenschap het standaardstelsel is, tenzij
de echtgenoten anders overeenkomen, en anderzijds dat de bepalingen in titel 7 in principe van regelend
recht zijn. Afwijking is echter niet toegestaan voor bepalingen die uitdrukkelijk of naar hun aard van
dwingend recht zijn, waaronder bijvoorbeeld art. 1:94 lid 8 BW, art. 1:96 lid 1 en 6 BW, art. 1:96b laatste
zin BW, artikel 1:97 lid 3 BW, art. 1:99 BW, en de artikelen 1:101 tot en met 1:113 BW.

Toepassing van de wettelijke gemeenschap van goederen Met de voltrekking van het huwelijk ontstaat er
van rechtswege een gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten (art. 1:94 lid 1 BW). Op deze
huwelijksgemeenschap zijn de bepalingen van afdeling 1 en 2 van titel 7 van Boek 1 van toepassing.
Zolang de gemeenschap van goederen niet ontbonden is, zijn de regels over de gemeenschap, zoals
geregeld in titel 7 van Boek 3, niet van toepassing, overeenkomstig art. 3:189 lid 1 BW. De
totstandkoming van deze wettelijke gemeenschap kan worden voorkomen door huwelijkse voorwaarden
te maken vóór het huwelijk. Bovendien kunnen echtgenoten tijdens het huwelijk alsnog huwelijkse
voorwaarden opstellen, wat kan leiden tot de ontbinding van de bestaande gemeenschap.

Het rechtskarakter van de wettelijke gemeenschap van goederen De wettelijke gemeenschap van
goederen is een gezamenlijk vermogen dat van rechtswege ontstaat door boedelmenging bij het sluiten
van een huwelijk. Dit is niet een standaard gemeenschap zoals een maatschap, die ontstaat door een
overeenkomst om voordelen te delen (art. 7A:1655 BW). Dit huwelijksvermogen is een bijzondere
gemeenschap die niet zomaar kan worden verdeeld zolang het huwelijk bestaat (art. 3:189 lid 1 BW).
Hoewel er discussie bestaat over de precieze aard van de rechten van de echtgenoten – of ze gerechtigd
zijn tot de helft of tot het geheel – is het meest gangbare standpunt dat het een gezamenlijk vermogen is.

1

,Binnen deze gemeenschap hebben beide echtgenoten in beginsel gelijke zeggenschap en
beschikkingsbevoegdheid, hoewel de wet (art. 1:97 BW) of huwelijkse voorwaarden deze bevoegdheid
kunnen beperken.

De juridische betekenis van verknochtheid in huwelijksvermogensrecht In het Nederlandse
huwelijksgoederenrecht, specifiek in de gemeenschap van goederen, is het begrip verknochtheid
cruciaal. Art. 1:94 lid 5 BW bepaalt dat goederen en schulden die op een bijzondere wijze zijn verbonden
aan één van de echtgenoten slechts in de huwelijksgemeenschap vallen voor zover deze verknochtheid
dit toelaat. De mate van verknochtheid wordt per geval beoordeeld, afhankelijk van de aard van het goed
en de maatschappelijke opvattingen. Een goed kan zó verknocht zijn dat het zelfs na de ontbinding van
de gemeenschap buiten de verdeling valt. Hierbij is niet alleen onvervreemdbaarheid een criterium; zelfs
onvervreemdbare goederen kunnen in de gemeenschap vallen, maar hun verknochtheid beïnvloedt dan
de manier van verdelen. De rechterlijke toetsing houdt geen aparte rekening met redelijkheid en
billijkheid, aangezien deze principes al zijn verwerkt in de maatschappelijke opvattingen. Dit beginsel van
verknochtheid is restrictief en moet met voorzichtigheid worden toegepast. Wanneer een verknocht goed
wordt vervangen door een ander goed, is het nieuwe goed niet automatisch ook verknocht. Hierbij moet
opnieuw worden getoetst of de aard van het nieuwe goed verknochtheid rechtvaardigt. Bijvoorbeeld,
vergoedingen die de plaats innemen van een verknocht goed, vallen evenmin in de gemeenschap. Uit
rechtspraak is gebleken dat een aandeel in een VOF of een maatschap dusdanig verknocht is aan de
persoon van de echtgenoot dat het buiten de gemeenschap blijft. Wel ontstaat dan een persoonlijk recht
op verrekening van de waarde van het aandeel bij de ontbinding van de gemeenschap. In tegenstelling
tot VOF's en maatschappen, vallen aandelen in een BV of NV wel in de huwelijksgemeenschap.

De insluitingsclausule en haar werking in de huwelijksgemeenschap In het Nederlandse
huwelijksvermogensrecht is de hoofdregel dat erfenissen, legaten en giften buiten de gemeenschap van
goederen blijven (art. 1:94 lid 2, onder a, BW). Er bestaat echter een uitzondering op deze regel. Een
erflater of schenker kan, op basis van art. 1:94 lid 3, onder b BW, door middel van een insluitingsclausule
bepalen dat de geschonken of nagelaten goederen alsnog in de gemeenschap vallen. Dit is het
spiegelbeeld van de bekende uitsluitingsclausule. In tegenstelling tot de uitsluitingsclausule, waarbij de
wil van de erflater of schenker prevaleert, hebben echtgenoten de vrijheid om via huwelijkse
voorwaarden af te wijken van een insluitingsclausule. Dit betekent dat een erflater of schenker
echtgenoten niet kan dwingen om een erfenis of gift gezamenlijk te aanvaarden. Het is eenzijdig, wat
inhoudt dat de echtgenoten kunnen kiezen om de insluitingsclausule te negeren in hun huwelijkse
voorwaarden. Als een goed op basis van een insluitingsclausule in de gemeenschap valt, worden de
bijbehorende schulden, zoals schenk- of erfbelasting, eveneens gemeenschapsschulden.

De werking en het belang van de uitsluitingsclausule Een uitsluitingsclausule is een bepaling in een
testament of schenking die ervoor zorgt dat goederen die worden verkregen, niet in de
huwelijksgemeenschap van de ontvanger vallen. De dwingende aard van deze clausule is vastgelegd in
art. 1:94 lid 4 BW, wat betekent dat deze zelfs prevaleert boven huwelijkse voorwaarden waarin
echtgenoten iets anders hebben afgesproken. Hoewel sinds 1 januari 2018 de wettelijke beperkte
gemeenschap van goederen al regelt dat erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap blijven
(artikel 1:94 lid 2, onder a, BW), blijft de uitsluitingsclausule van belang

om twee belangrijke redenen. Ten eerste is het oude stelsel van de algehele gemeenschap van
goederen nog steeds van toepassing op alle huwelijken die vóór 2018 zijn gesloten; in die situaties is een
uitsluitingsclausule cruciaal. Ten tweede, zelfs in het nieuwe stelsel, kunnen echtgenoten alsnog
afspreken om huwelijkse voorwaarden op te stellen die een algehele gemeenschap creëren. In dat geval
zorgt de dwingende kracht van de uitsluitingsclausule ervoor dat de goederen alsnog buiten de
gemeenschap blijven. De clausule hoeft niet aan specifieke vormvereisten te voldoen, maar moet wel bij
de schenking of in het testament zijn opgenomen om rechtsgeldig te zijn. Voor internationale gevallen
zonder een clausule kan het, in uitzonderlijke omstandigheden en op basis van redelijkheid en billijkheid,
als onaanvaardbaar worden beschouwd dat een verkrijging in de gemeenschap valt, maar de bewijslast


2

,hiervoor is aanzienlijk.

Erfrechtelijke rechten en vruchten van privévermogen in de gemeenschap In het Nederlandse
huwelijksvermogensrecht vallen erfrechtelijke rechten en verkrijgingen niet automatisch in de
gemeenschap van goederen. Dit is bepaald in art. 1:94 lid 2, onder c BW, en omvat specifieke rechten
die een verzorgingsdoel hebben, zoals het recht van vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot en
kinderen (art. 4:29 en 4:30 BW). Ook een erfrechtelijke verkrijging na een inkorting (art. 4:34 BW), de
sommen ineens (art. 4:35 en 4:36 BW) en de legitieme portie (art. 4:63 BW) vallen buiten de
gemeenschap. Deze uitsluiting is logisch, aangezien deze rechten een verzorgingskarakter hebben en
niet bedoeld zijn om te worden gedeeld. Afwijken van deze regels via huwelijkse voorwaarden is niet
toegestaan (art. 1:121 lid 3 BW). Daarnaast regelt art. 1:94 lid 6, eerste zin, BW dat de vruchten (zoals
rente en dividenden) van goederen die buiten de gemeenschap vallen, eveneens privévermogen blijven.
Deze regel is van toepassing op goederen die bijvoorbeeld via een erfenis met een uitsluitingsclausule
zijn verkregen. Een uitzondering hierop zijn de vruchten van verknochte goederen (art. 1:94 lid 5 BW),
waarbij de verknochtheidstoets ook van toepassing is op de opbrengsten, wat betekent dat deze
vruchten afhankelijk van de situatie toch in de gemeenschap kunnen vallen.

Zaaksvervanging en de uitsluiting van goederen in de huwelijksgemeenschap In het
huwelijksvermogensrecht is het principe van zaaksvervanging essentieel. Dit betekent dat een goed dat
in de plaats komt van een privégoed, ook privévermogen blijft. Art. 1:94 lid 4, tweede zin, BW regelt dit
door te bepalen dat de opbrengst van een privé-vordering, zoals een geldbedrag dat op een
bankrekening wordt gestort, buiten de gemeenschap valt. Wanneer dit bedrag echter wordt geïnd op een
gezamenlijke bankrekening, valt het wel in de gemeenschap, maar krijgt de echtgenoot wiens
privévermogen het was een nominaal vergoedingsrecht op de gemeenschap, oftewel een recht op
terugbetaling van het ingebrachte bedrag. Deze regel geldt niet voor verknochte goederen; of een goed
dat in de plaats komt van een verknocht goed ook buiten de gemeenschap blijft, hangt af van de
specifieke omstandigheden en de aard van het vervangende goed. Daarnaast kent de wet een speciale
regel voor zaaksvervanging bij de aankoop van goederen. Volgens art. 1:95 lid 1, eerste zin, BW blijft
een goed dat met meer dan de helft wordt betaald met geld uit een privévermogen, buiten de
gemeenschap. Dit is een binaire regel: het goed is ofwel volledig privé, ofwel volledig
gemeenschappelijk, wat bijdraagt aan de rechtszekerheid. Dit principe staat los van het Modehuis
Nolly-arrest, dat de juridische eigendom van een goed regelt. Volgens dit arrest wordt de persoon aan
wie een registergoed wordt geleverd de eigenaar, ongeacht wie de koopprijs heeft betaald. Het beginsel
van zaaksvervanging (art. 1:95 BW) bepaalt vervolgens of dit registergoed in de huwelijksgemeenschap
valt, en het vergoedingsrecht (art. 1:94 BW) regelt eventuele verrekeningen.

Vermoeden van gemeenschapsgoederen Wanneer echtgenoten het oneens zijn over de eigendom van
een goed en geen van beiden kan bewijzen dat het aan hem of haar in privé toebehoort, wordt dat goed
beschouwd als een gemeenschapsgoed (art. 1:94 lid 8 BW). Het is van toepassing op alle soorten
goederen, ongeacht of ze roerend, onroerend of rechten zijn. Dit artikel is complementair aan art. 1:131
BW, dat een vergelijkbare regel bevat voor echtgenoten die niet in gemeenschap van goederen zijn
getrouwd. De bewijsregel is cruciaal bij onenigheid over de omvang van de gemeenschap. De
echtgenoot die beweert dat een goed tot zijn of haar privévermogen behoort, draagt de bewijslast.
Echter, dit vermoeden geldt niet ten nadele van schuldeisers (art. 1:94 lid 8 BW). Hierdoor worden hun
rechten om zich op goederen te verhalen niet beperkt door het vermoeden van privé-eigendom. In het
faillissementsrecht gelden bovendien speciale regels, zoals art. 61 Faillissementswet, die bepaalt hoe
privégerechtigheid in een faillissementssituatie moet worden aangetoond. De wetgever heeft er bewust
van afgezien om ook voor schulden een algemeen wettelijk bewijsvermoeden in te voeren. Hoewel er
geen wettelijk vermoeden voor schulden bestaat, oordeelt rechtspraak dat schulden die tijdens het
huwelijk uit het gemeenschapsvermogen worden betaald, vermoedelijk gemeenschapsschulden zijn.




3

, Schulden in beperkte gemeenschap van goederen
De juridische positie van schulden in de beperkte gemeenschap van goederen In de beperkte
gemeenschap van goederen vallen alle schulden die de echtgenoten gezamenlijk vóór het huwelijk
hadden en alle schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan, in de gemeenschap (art. 1:94 lid 7 BW).
Dit geldt echter niet voor schulden die betrekking hebben op goederen die van de gemeenschap zijn
uitgesloten, noch voor schulden die verband houden met nalatenschappen, giften of quasi-legaten.
Rechtspraak heeft bepaald dat er een vermoeden bestaat dat schulden die tijdens het huwelijk uit het
gemeenschapsvermogen worden voldaan, tot de gemeenschap behoren.

Dit heeft zowel externe als interne gevolgen. Extern gezien blijft de echtgenoot die de schuld is
aangegaan de enige schuldenaar. De schuldeiser kan zich verhalen op zowel het privévermogen van de
schuldenaar als op de gemeenschapsgoederen. Het verhaal op de gemeenschapsgoederen is echter
beperkt voor privéschulden (art. 1:96 lid 3 BW). Intern gezien dragen de echtgenoten
gemeenschapsschulden gezamenlijk, terwijl privéschulden volledig voor rekening van de betreffende
echtgenoot komen. Na ontbinding van de gemeenschap is elke echtgenoot aansprakelijk voor de
gemeenschapsschulden die door de andere echtgenoot zijn gemaakt (art. 1:102 BW).

Specifieke regels gelden voor schulden die verbonden zijn aan privévermogen. Schulden die direct
betrekking hebben op goederen die van de gemeenschap zijn uitgesloten, vallen niet in de gemeenschap
(art. 1:94 lid 7, onder a, BW). Dit geldt voor bijvoorbeeld een hypotheeklening voor de aankoop van een
privéwoning of belastingen zoals onroerendezaakbelasting. Zelfs wanneer de andere echtgenoot zich
hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld, verandert dit niets aan het privékarakter van de schuld. Als de
gemeenschap meebetaalt aan de aflossing van een privéschuld, ontstaat er een vergoedingsrecht van
de gemeenschap op de echtgenoot met het privégoed. Deze echtgenoot is dan aan de gemeenschap
een vergoeding verschuldigd, die de waarde van de aflossing vertegenwoordigt. Daarnaast kunnen
schulden met een bijzonder persoonlijk karakter ook buiten de gemeenschap vallen (art. 1:94 lid 5 BW).
Rechtspraak heeft geoordeeld dat de verknochtheid van een schuld afhangt van de specifieke
omstandigheden, de aard van de schuld en de maatschappelijke opvattingen. Een deel van de schulden
die voorheen als verknocht werden beschouwd, vallen sinds 2012 onder een eigen expliciete
uitzonderingsregel, namelijk schulden die betrekking hebben op van de gemeenschap uitgezonderde
goederen.

Tot slot vallen nalatenschapsschulden van een echtgenoot niet in de gemeenschap (art. 1:94 lid 7,

onder b, BW). Deze bepaling voorkomt dat een echtgenoot aansprakelijk wordt voor schulden van een
nalatenschap die geen goederen bevat. Een uitzondering hierop is een erfenis die met een
insluitingsclausule is verkregen; in dat geval vallen de bijbehorende schulden wel in de
huwelijksgemeenschap.

De uitsluiting van schulden uit quasi-legaten In het Nederlandse huwelijksvermogensrecht vallen
schulden die voortkomen uit zogenaamde quasi-legaten niet in de gemeenschap van goederen (art. 1:94
lid 7, onder c, BW). Quasi-legaten zijn handelingen die een persoon tijdens zijn leven verricht, maar die
pas effect hebben bij overlijden. Hieronder vallen onder meer giften bij overlijden, verblijvensbedingen en
omzettingen van natuurlijke verbintenissen. Deze wetsbepaling is ingesteld om de andere echtgenoot te
beschermen tegen schulden uit dergelijke transacties waarvoor geen toestemming is verleend. Hoewel
een echtgenoot een gift bij overlijden niet kan vernietigen op basis van art. 1:88 lid 4 BW, zorgt de
uitsluiting van de schuld uit de gemeenschap ervoor dat de financiële last volledig bij het privévermogen
van de echtgenoot-schenker blijft. De wetgever heeft deze regel ingevoerd omdat dit soort schenkingen
lichtvaardig kan worden aangegaan, aangezien het financiële offer pas na het overlijden van de schenker
voelbaar wordt. Een belangrijke uitzondering op deze regel zijn schulden uit begunstigingen bij een
sommenverzekering. Dit type schuld valt, hoewel het ook een quasi-legaat is, wel in de gemeenschap
(art. 1:96a BW).




4

Documentinformatie

Geüpload op
6 oktober 2026
Bestand laatst geupdate op
6 oktober 2026
Aantal pagina's
65
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€4,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
43
Laatst verkocht
3 dagen geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen