Les 1: Inleiding: theorie? Waartoe, waarover, en wat
niet?
Theorieën verklarende/ begrijpende interpretaties van int. Betrekkingen
Doelstellingen de complexiteit en onbegrijpbaarheid verklaarbaar te
maken
Hoorcollege Theorieën IB – inhoud
Wat gaan we doen?
o Overzicht bieden van analyse-benaderingen
➝ welke verklaringen van fenomenen in de internationale
politiek?
Macrotheorie = grote verklaringsmodellen niet zozeer
toepasselijk voor concreet probleem (moet je nog vertalen)
Focus = verklarende theorie (niet politieke filosofie ’ hoe
zou het er moeten uitzien’) causaliteit proberen aantonen
o ‘Politiek’?
Toewijzing (allocation) van waarden
Politiek? De toewijzing van waarde (allocation of
values) wie heeft het voor het zeggen en wie kan
zeggen dit is iets waard en dit minder (wie bepaalt de
prioriteiten er moet hierin gekozen worden
(alloceren)) nood aan abstractie (doen wij met
theorie)
Dilemma’s/ problemen van collectief handelen (en
oplossingen)
Of ook collectief handelingsfalen
Verticale relaties: hiërarchie and regelnaleving versus
horizontale relaties: evenwaardigheid van actore
Verticale relaties (hiërarchie) (ook politiek) iemand
stelt de waardes vast en legt ze op en controleert of
deze worden nageleefd
De term politiek verschuift naargelang wie het gebruikt
o ‘Inter-nationale’ betrekkingen? Niet: ‘wereldpolitiek’ of
‘internationale gemeenschap’
IB relaties tussen staten, georganiseerd door diplomaten
vertegenwoordigers en politieke leiders
Discipline houdt zich bezig met inter-relaties tussen
staten (als een verenging), er zijn ook andere
contacten tussen groepen in de maatschappij (dit is
niet de focus van de discipline)
o Nadruk op verklarende theorie – peilt naar causaliteit – gebaseerd
op empirisch onderzoek
Wat gaan we niet doen?
, o ‘Hoe de internationale politiek er zou moeten uitzien’; neen, geen
normatieve ‘theorie’
o Toekomstvoorspellingen/ Scenario’s; neen, geen futurologie
Futurologie niet
Extreem riskant om toekomst te voorspellen
Theorieën als hypothetische antwoorden op waaromvragen
Theorieën werken met hypothesen
Woorden verklaren is belangrijk
Macrotheorieën proberen grote fenomenen in het algemeen te verklaren
(zie vragen)
Algemene vragen:
o Waarom voeren landen oorlog? Waarom is er vrede?
Een definitief antwoord voor alle oorlogen en vrede is moeilijk
maar daar streven we hiernaar (macrotheorie)
o Waarom blijven bepaalde landen langdurig arm en anderen lang
rijk?
o Welke actoren hebben (meer) macht, en waarom?
Alles in int. Politiek gaat over macht (zie het realisme
macht staat centraal) macht is een heel beladen term (veel
onenigheid) wat is nu echt macht hebben?
o Waarom voeren democratieën nooit oorlog tegen elkaar (maar wel
tegen autocratieën)?
Democratieën zijn niet zo vredelievend (zie Israël, VS
Hiroshima, Dresden) legitimeren dit vaak!
o Wanneer hebben internationale organisaties invloed?
Invloed VN zie Trump
o Wat is de rol/functie internationaal recht?
Sommige zeggen het is een rand dingetje, sommige zeggen
het is constitutief
o Waarom doen staten (soms) aan humanitaire interventie?
o Waarom is internationale samenwerking zo moeilijk?
o Wanneer werken staten samen/ wat zijn de condities voor
internationale samenwerking?
o Waarom bepaalt onze positionaliteit wat we (willen) onderzoeken?
Positie wij zijn Europees (we kijken altijd vanuit ons
standpunt) je kan niet ontsnappen aan je positionaliteit
o ...
➝ algemene vragen verlangen naar een algemeen antwoord,
d.w.z. simplificaties = theorieën
Overzicht lessen
1) Structureel realisme: een eerste systeem theorie van de IB
2) Internationale samenwerking (1): Regimetheorie
3) Constructivisme
4) Historisch materialisme / neomarxisme
, 5) Internationale samenwerking (2): 2 level games & afdwingbaarheid
6) Internationale samenwerking (3): Sancties & naleving
7) De zgn. democratische vrede
8) Feminisme & IR: gastles Marijn Hoijtink (mogelijks met Hanna
Muehlenhoff, Amsterdam)
9) Internationale milieusamenwerking: publieke versus club goederen
10) Europese integratie: oorsprong & aard
o Europese integratie en realisme niet compatibel
11) ‘Global IR’? De culturele bepaaldheid van IB theorieën: een
‘relationele’/Chinese theorie
Dit hoorcollege – Praktisch
1e 10 min. van elke les: een topic uit de actualiteit
Studiemateriaal
o PowerPointpresentaties: Blackboard
o Verplichte voorbereidende lectuur:
Boekhoofdstukken (Blackboard)
Tijdschriftartikels (elektronische bibliotheek UAntwerpen)
o Voor werkstudenten: lesopnames op Blackboard
Fysieke aanwezigheid vereist; bij afwezigheid: mail mij, met opgave van
reden, & ik maak lesopname beschikbaar op BB
Evaluatievorm: schriftelijk examen, gesloten boek:
o Korte vragen (5-tal) / korte antwoorden / 2 uur tijd
o Elk antwoord hoort altijd een theoretisch deel én een empirisch deel
te hebben!
Zie 2 andere slides op ppt (gwn wat informatie)
Wat is een theorie? (1)
Woord met meerdere betekenissen:
o Een verklaring voor een fenomeen
o Een stelling/hypothese/logische voorspelling (statement/proposition/
prediction – BDM 2003)
Logische voorspelling (zie karel popper)
o Een set van hypothesen; moeten falsifieerbaar zijn; moet poneren
onder welke voorwaarden ze niet gelden ( = verschil met ‘geloof’,
zoals bv. bij Amor vincit Omnia)
Theorie is meer een set van hypothese (dat creëert bv het
structureel realisme)
Hypothese pas waardevol als het falsifieerbaar is, als je het
kan weerleggen, onder welke condities is het fout (bv
futurologie niet falsifieerbaar het zijn voorspellingen geen
theorie)
Geloof niet! (niet weerlegbaar)
o Een geheel van aannames, concepten en hypothesen (Waltz 1979 &
1997)
, o Aan de hand van algemene/abstracte begrippen en stellingen,
waaruit particuliere/concrete stellingen afgeleid kunnen
We moeten kunnen vertalen naar concrete situaties
o Theorie kan verschillende zaken betekenen (kijk altijd wat ze in een
bepaalde tekst ermee bedoelen)
Antwoord op algemene vs. particuliere vragen:
o Particulier: Waarom heeft de VS Irak veroverd?
o Algemeen: Waarom voeren staten oorlog?
Theorie = antwoord op algemene vraag
o Hetgeen te verklaren is = explanandum = afhankelijke variabele
(AV)
o Hetgeen verklaart = explanans = onafhankelijke variabele (OV)
o Oorzaak gevolg (av, ov)
Ov mogen niet hetzelfde zijn als av om tautologie te
vermijden (ze zijn onafhankelijk)
Wat is een theorie? (2)
Dit hoorcollege: een selectie van macro-theorieën met nadruk op
oorzakelijke/verklarende theorieën ➝ d.w.z. antwoorden op
waaromvragen
Causaliteit
o Steeds hypothetisch (Karl Popper 1934/1965): stellingen/hypothesen
als voorlopig/tentatief
Voorlopig! Later kan het veranderen waardoor je de stelling
vervangt (wetenschap is niet zekerheid)
o Doelstelling is dus niet: ‘de Waarheid’
o Wat met infinite regress? (eindeloze reeks van verdere waarom
vragen): enkel arbitrair te stoppen, door de doelstelling/vraagstelling
van een bepaalde theorie af te lijnen
Wat veroorzaakt de oorzaak en verder en verder (daarom
arbitrair bepalen relatie tussen die en die variabelen)
o Noodzakelijke versus voldoende voorwaarden
Deze 2 zijn genoeg om dat te veroorzaken of deze is nodig om
dat te veroozzaken
o Zeer vaak werken theorieën met contra-factische redeneringen:
~ “Wat als...?”
DM 2003: Japan 1941: afschrikking (openlijk) vs preëmptieve
aanval (verrassing)
Contra factisch
Zie trump speech VN (als ik het voor het zeggen
hadden we geen oorlogen)
Dus als trump in office (autocraat) geen oorlog (niet
logisch) = contra – factisch
Doen we vaker als de NAVO uitbreiding nu niet zo
ver naar oost Europa was gegaan had Rusland