Recht tegen de overheid vindt deels plaats in de AWB, de AWB heeft een structuur:
1. Algemeen vs. bijzonder bestuursrecht
2. Indeling AWB (besluitvorming/ rechtsbescherming)
3. Gelaagde structuur
- Van algemeen naar bijzonder
- Dubbeling voorkomen
- Veel verwijzingen
De AWB is als volgt opgebouwd:
Hoofdstuk Titel Algemeen/ bijzonder
1 Definities en algemene bepalingen Algemeen
2 Verkeer tussen burger en bestuursorgaan Algemeen
3 Algemene bepalingen over besluiten Algemeen
4 Bijzondere bepalingen over besluiten Bijzonder
5 Handhaving algemene regels en bijzondere sancties Algemeen & bijzonder
6 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep Algemeen
7 Bijzondere bepalingen bezwaar en administratief Bijzonder
beroep
8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen Bijzonder
bij het bestuursrecht
9 Klachtenbehandeling Algemeen
10 Algemene bepalingen over bestuursorganen Algemeen
Overheidsinstanties
Je hebt bij de overheid een aantal machten, dit om te voorkomen dat 1 instantie meerdere machten hebben
(ook wel trias politica):
1. Uitvoerende macht
2. Wetgevende macht
3. Rechtsprekende macht
De overheid heeft een aantal beginselen waar zij rekening mee moeten houden:
1. Legaliteitsbeginsel: elk overheidsoptreden moet rusten op schrift gestelde stukken
2. Specialiteitsbeginsel: een orgaan is aangewezen met een bevoegdheid, deze mag alleen worden
gebruikt voor het doel waarvoor zij is gegeven
3. Verbod van détournement de pouvoir/ misbruik van bevoegdheid: een bestuursorgaan mag niet
buiten de aangewezen grenzen handelen of misbruik maken van de aangewezen bevoegdheid
Bevoegdheden overheidsinstanties
Het kan zijn dat een instantie een bevoegdheid afgeeft aan een andere instantie, je hebt de volgende opties:
1. Bij attributie wordt er een nieuwe bevoegdheid toegekend aan een bestuursorgaan
2. Bij delegatie wordt een bestaande bestuursbevoegdheid overgegeven aan een ander
bestuursorgaan
3. Bij mandaat is de bevoegdheid om in de naam van het bestuursorgaan besluiten (alleen de
beslissing, niet de verantwoordelijkheid) te nemen
Delegatie Mandaat
Definitie Art 10:13 AWB Art 10:1 AWB
Wettelijke grondslag Art 10:15 AWB Art 10:3 lid 1 AWB
Geen instructies per geval? Art 10:16 AWB Art 10:6 AWB
Kan de ‘weggever’ nog zelf de Art 10:17 AWB Art 10:7 AWB
bevoegdheid uitoefenen
Regelgevende bevoegdheid Uitvoerende bevoegdheid
Attributie Een nieuwe bevoegdheid toegekend Een nieuwe bevoegdheid toegekend
om regels te maken (van wetten in aan een bestuursorgaan om regels
formele zin tot gemeentelijke uit te voeren
verordening)
Delegatie Een bestaande bevoegdheid van Een bestaande bevoegdheid voor
, een ander orgaan gekregen om een bestuursorgaan van ander
regels te maken in plaats van het bestuursorgaan gekregen om regels
oorspronkelijk bevoegde orgaan uit te voeren in plaats van het
oorspronkelijk bevoegde
bestuursorgaan (art 10:13 AWB)
Mandaat Niet van toepassing Een bestaande bevoegdheid voor
ambtenaar om in naam van
bestuursorgaan besluiten te nemen
of te ondertekenen (art 10:1 AWB)
Hart van bestuursrecht
Art 8:1 AWB is het hart van het bestuursrecht, deze zegt: ‘een belanghebbende kan tegen een besluit beroep
instellen bij de bestuursrechter’. Dit geeft dus de 5 B’s weer:
1. Belanghebbende staat in art 1:2 lid 1 AWB
2. Besluit staat in art 1:3 lid 1 AWB
3. Bestuursorganen staat in 1:1 lid 1 AWB
4. Bestuursrechter staat in art 1:4 lid 1 AWB
5. Beroep staat in art 1:5 lid 3 AWB
Verschillende bestuursorganen
Een bestuursorgaan wordt omschreven in art 1:1 lid 1 AWB en maakt een onderscheiding:
A. Sub A (A-orgaan): een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld
B. Sub B (B-orgaan): een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed
Om te kijken of iets een A of B orgaan is, neem je de volgende stappen:
A. A-orgaan:
1. Is het orgaan een bestuursorgaan in de zin van de AWB? (art 1:1 AWB)
2. Is er sprake van een uitzondering op grond van art 1:1 lid 2 AWB?
3. Is het een A-orgaan op grond van art 1:1 lid 1 sub a AWB? (art 6 van desbetreffende wet)
4. Is het een publiekrechtelijke rechtspersoon volgens art 2:1 lid 1 BW?
5. Is het orgaan krachtens publiekrecht ingesteld? (art 123 lid 1 GW)
-> a orgaan: wij als burger kunnen dit niet (zoals uitkeringen geven)
B. B-orgaan:
1. Is de instantie een persoon of college?
2. Is de instantie met openbaar gezag bekleed
3. Wanneer er niet voldaan is aan
(b orgaan: wij als burger zouden dit in principe kunnen doen)
Als een orgaan geen A-orgaan of B-orgaan is, dan is het geen bestuursorgaan
Uitzondering openbaar gezag
Het kan soms zo zijn dat een instantie niet omkleed is met openbaar gezag, ben je in beginsel geen
bestuursorgaan. Maar, het volgende is dan van toepassing:
- Organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare
voorzieningen aan derden verstekken (ook wel presterend bestuur). Wel dient er dan voldaan te zijn
aan 2 vereisten:
1. Financiële vereisten: de verstrekking van de uitkering/ voorziening moet in overwegende mate
worden gefinancierd door 1 of meerdere A-organen (in overwegende maten= 2/3e of meer)
2. Inhoudelijke vereisten: voor het toekennen van de uitkeringen of voorzieningen moeten in
beslissende mate worden bepaald door 1 of meer A-organen, daarbij geldt dat het A-orgaan niet
zelf hoeft te beslissen voor individuele gevallen, het is dus voldoende dat het A-orgaan de
inhoudelijke regels/ kaders vaststelt.
, Openbare lichamen
Openbaar lichaam is een publiekrechtelijke rechtspersoon (art 2:1 BW). Dit artikel geeft de volgende organen
als publiekrechtelijke rechtsorgaan aan:
1. De staat
2. De provincies
3. De gemeenten
4. De waterschappen
Verder worden ook in art 2:3 BW privaatrechtelijke rechtspersonen aangewezen, dit zijn de volgende:
1. Verenigingen
2. Coöperaties
3. Onderlinge waarborgmaatschappijen
4. NV’s en BV’s
5. Stichtingen
De A-organen kunnen openbare lichamen besturen dit zijn de volgende:
Openbare Staat Provincie (art Gemeente (art 123 GW) Waterschap (art 133 GW)
lichamen -> 123 GW)
Uitvoerende Regering (art 42 Gedeputeerde College van burgeremeester en Dagelijks bestuur
macht GW) staten wethouders
Uitvoerende Ministers en Commissaris van Burgemeester Voorzitter (dijkgraaf)
macht staatsecretarissen de Koning(in)
(art 44 en 46 GW)
Wet-/ Eerste en tweede Provinciale Gemeenteraad Algemeen bestuur
regelgevend kamer & koning staten
e macht en ministers
Art 6 PW Art 6 GemWet Art 10 Waterschapswet
*Let op: de wetgevende macht op staatsniveau (Tweede kamer en Eerste kamer afzonderlijk en regering en Staten-
Generaal gezamenlijk) staan bij de uitzonderingen in art 1:1 lid 2 AWB en zijn dus géén bestuursorgaan