HC1 – ontwikkeling placenta
Bevruchting en implantatie
- Begint met samensmelting ei en zaadcel
- Aan de baarmoeder zitten 2 eileiders,
hieronderaan zitten ovaria
- Uit een van de twee ovaria komt een eicel,
deze wordt bevrucht in eileider en gaat dan
naar baarmoeder
- Tuba uterine (transport door peristatiek en
ciliën)
o Transport van eileider naar baarmoeder
o Heel veel epitheel in tuba
o Epitheel bevat ciliën → transport
- Bevrucht eitje is zygote, na 5 dagen ongeveer in de baarmoeder
- Rondom eicel zit een eischaal → membraan → membraan zorgt ervoor dat het
ontwikkelende embryotje niet kan innestelen in de eileider
o Eicel gaat ontwikkelen tot heel veel cellen (morula) en zit nog steeds in dat
membraan
o Dat membraan noem je zona pellucida
- Dat hoopje cellen gaat water aan trekken → water komt in het midden en cellen
liggen aan de buitenkant tegen zona pellucida
- Op een gegeven moment komt dit uit de eischaal en dan gaat ie zich innestelen
Uterus
- Uterus lagen
o Perimetrium
▪ Buitenste laag
o Myometrium
▪ Spier laag (nodig voor kindje naar buiten duwen)
, ▪ Longitudinale gladde spiercellen
▪ Bloedvaten (deze laag noem je
stratum vasculare)
▪ Circulaire gladde spiercellen
o Endometrium
▪ Baarmoederslijmvlies
▪ Binnenste laag
▪ Deze laag wordt maandelijks
opgebouwd en afgebroken (als je
niet zwanger bent)
▪ Hier gaat het kindje in nestelen → voldoende voedingsstoffen nodig
- Endometrium lagen
o In het begin weinig bloedvaten maar wel veel klierweefsel (heel
voedingsrijk, net als melkklieren in de borst)
o Stratum functionale
▪ Cyclische veranderingen
▪ Wordt afgestoten tijdens menstruatie
o Stratum basale
▪ Heb je altijd gedurende je leven dat je menstrueert
▪ Nodig om elke maand de functionele laag op te bouwen
▪ Bevat de basale delen van de klieren
- Uterus vascularisatie
o In myometrium zitten rechte bloedvaten en in endometrium beginnen ze
kronkelig te worden
▪ In myometrium zitten 6-10 grote arteriën die als bogen door de
middelste laag van het myometrium lopen (stratum vasculare)
▪ Ze staan onderling in verbinding (anastomoseren
▪ Vanuit elke boogarterie vertrekken radiale arteriën die recht naar
binnen lopen richting het endometrium
o In stratum basale zijn ze nog recht
o In stratum functionale liggen ze allemaal gekronkeld (spiraalarteriën)
- Cyclische veranderingen
o Menstruatie 1-5
o Proliferatie 6-14
▪ Op het moment dat hormonen gaan pieken krijg je proliferatie en
wordt het endometrium heel sterk op gebouwd
o Secretie 15-28
- Proliferatieve fase
o Postmenstrueel
▪ Stratum basale ongeveer 1 mm dik, oppervlakte epitheel afwezig
o Proliferatie
, ▪ Re-epithelialisatie van uterus kliertjes
▪ Volume vergroting door celdeling stroma
▪ Spiraalarteriën groeien in (maar recht, en niet tot het oppervlak)
o Bij ovulatie
▪ Stratum basale ongeveer 3 mm dik
▪ Licht golvend, smal lumen kliertjes
- Secretoire fase
o Net na de ovulatie
o Endometrium zwelt op (tot ± 5–6 mm)
o Klieren groeien, kronkelen (spiraliseren) en worden wijder
o Cellulaire hypertrofie, geen deling → cellen worden groter (zonder dat er
extra cellen bij komen), produceren veel secreet
o Spiraalarteriën groeien tot aan het oppervlak en kronkelen mee
o Weefsel goed doorbloed, voorbereid op innesteling
o Late secretoire fase
▪ Klieren verder gedilateerd (wijd open)
▪ Gevuld met secreet rijk aan glycogeen en voedingsstoffen
▪ Stroma compact en oedemateus (vocht vasthoudend)
▪ Spiraalarteriën blijven kronkelen tot vlak onder het oppervlak
- Decidua (= endometrium tijdens zwangerschap)
o Embryotje kan gaan innestelen in endometrium dat al voorbereid is
o Endometrium differentieert lokaal verder tot decidua bij innesteling
zygote
o Buitenste laag embryo geeft stoffen af waardoor stroma cellen van
endometrium nog meer gaan veranderen
▪ Lipide accumulatie
▪ Glycogeen opslag
▪ Toename glycoaminoglycanen
▪ Toename bloedvaten (angiogenese)
▪ Extravasatie
• Bloedvaten zijn tegelijk een beetje lek dus heel veel
voedingsstoffen uit bloedbaan kunnen hier ook naartoe
• Vergelijkbaar met aseptische ontstekingsreactie
o Inductie door trofoblascellen: HCG, cytokines, prostaglandines
Ontwikkeling embryo
- Blastocyst (cellen buitenkant, water binnenkant)
o Aan een kant zitten meer cellen
, o In dat groepje cellen kan je
onderscheid maken tussen
cellen die het embryo gaan
vormen (embryoblast) en
cellen die het buitenste vlies
gaan vormen (chorion) en de
placenta
o Placenta cellen zijn speciaal → zijn heel invasief → kunnen door epitheel
van baarmoederslijmvlies makkelijk hun weg vinden
o Buitenste cellen noemen we ook wel de trophoblast
o Trophoblast cellen gaan van elkaar verschillen
▪ Cytotrophoblast
• → vormen de binnenste laag van de trophoblast
• → individuele cellen met eigen celmembraan
• → kunnen delen en leveren nieuwe cellen aan het syncytium
• → dragen bij aan het chorionvlies
▪ Syncytiotrophoblast
• → vormen de buitenste laag
• → groeien in het maternale weefsel en zorgen voor
innesteling
• → produceren hCG
• → vormen later de lacunes (ruimtes gevuld met maternale
bloed)
▪ Syncytiotrophoblasten hebben geen aparte celmembranen
▪ → het is één groot meerkernig geheel
▪ → ontstaat doordat cytotrophoblastcellen versmelten
▪ → hierdoor kan cytoplasma vrij stromen → dit heet een syncytium
▪ → ze delen zelf niet; cytotrophoblasten leveren nieuwe kernen aan
het syncytium
o Embryo bestaat ook uit twee lagen
▪ Ene laag is de buitenste laag van het embryo (huid) → ectoderm
▪ Andere laag vormt de binnenkant van de embryo → endoderm
o In een later stadium
▪ Zie je heel veel syncytiotrophoblasten
▪ Er vormt zich een holte in de ectoderm cellen
▪ In deze holte gaat de embryo zwemmen → dit noem je het amnion
▪ Het endoderm gaat ook een holte vormen → dit gaat de darm holte
worden
▪ Synctiotiotrophoblast zit helemaal om embryo
▪ ST bevat ook veel holtes → er gaan bloedvaten op aansluiten (dit
zie je in alle boeken maar is niet waar)