Samenvattingen van artikelen en hoofdstukken
,Inhoud
1. Samenvatting: Rechtvaardigheid, conflict en emancipatie
2. De gekleurde werkelijkheid — Duijndam (2011)
3. Ontmoeten doet er toe — Blokland (2008)
4. Friedrich Nietzsche — “de filosoof met de hamer”
5. Overbruggen en verheffen in de stad — Walraven (2009)
6. De onbedoelde effecten van sociaal beleid — “Fatale remedies” (hoofdstuk 2)
7. Sociaal kapitaal: Putnam, Bourdieu, Coleman en het raamwerk (Ager & Strang)
Theorie lessen | pagina 2
, Samenvatting: Rechtvaardigheid, conflict en emancipatie
Bron: Hoeksema, K. J., & Van der Werf, S. (2016). Sociologie voor de praktijk (Hoofdstuk 10: Rechtvaardigheid,
conflict en emancipatie, pp. 319–352). Uitgeverij Coutinho.
1. Kernbegrippen en de rode draad
In dit hoofdstuk komen drie kernbegrippen samen: rechtvaardigheid, conflict en emancipatie. De redenering is
oorzaak-gevolg van aard:
1. Mensen ervaren een situatie als onrechtvaardig (oorzaak).
2. Dit gevoel van onrecht werkt als drijfveer om iets aan de maatschappelijke verhoudingen te willen
veranderen (gevolg 1).
3. Wanneer dit streven zich collectief organiseert, ontstaat een emancipatiebeweging (gevolg 2).
4. Omdat de bevoorrechte groep (de dominant) belang heeft bij het handhaven van de bestaande situatie
(de status quo), leidt dit vrijwel altijd tot conflict of spanning tussen minoriteit en dominant (gevolg 3).
Emancipatie wordt gedefinieerd als het proces waarin een groepering vanuit een als onrechtvaardig
beoordeelde uitgangssituatie op weg gaat naar een rechtvaardigere situatie van gelijkwaardigheid en gelijke
behandeling. Van een emancipatiebeweging is pas sprake wanneer twee elementen samenvallen: (1) het is een
sociale beweging gericht op verbetering van de maatschappelijke positie van een bepaalde categorie, én (2) de
uitgangssituatie van die categorie wordt door de beweging als onrechtvaardig ten opzichte van andere groepen
ervaren.
2. Geschiedenis van het denken over rechtvaardigheid (§10.2)
Het rechtvaardigheidsbegrip is historisch steeds gekoppeld aan de vraag hoe schaarse goederen, rechten en
plichten eerlijk verdeeld moeten worden.
Kernpersoon of - Maatstaf voor
Periode / stroming groep rechtvaardigheid Kernidee
Oudheid Aristoteles Talent Wie meer talent heeft, verdient meer (fluitist-voorbeeld);
rechtvaardigheid betreft altijd zowel rechten als plichten.
Feodale tijd Standenmaatschappij Afkomst/stand Je hebt recht op wat bij je stand hoort; het erfrecht legitimeert
(erfrecht) bestaande verhoudingen (“wat is, is rechtvaardig”).
Franse Revolutie Jakobijnen / Gelijkheid Iedereen moet gelijk (uniform) zijn; rechtvaardigheid =
Robespierre gelijkheid. Dit gelijkheidsbeginsel kreeg een gewelddadig vervolg
in latere dictaturen (Russische en Chinese revolutie), waarbij
George Orwell dit in Animal Farm ironisch samenvatte met de zin
dat sommige dieren “meer gelijk” zijn dan andere.
Liberalisme (geen specifieke Dubbel beginsel: Iedereen is gelijk voor de wet, maar wat je op de markt verdient
naamgever formele gelijkheid + is rechtvaardig omdat de markt als “neutraal” wordt gezien. Een
genoemd) verdienste samenleving die verdeelt naar verdienste heet een meritocratie.
Socialisme/ Socialisten en Behoefte Mensen verkeren niet in een gelijke uitgangspositie ten opzichte
communisme communisten van de markt; rechtvaardig is dat iedereen krijgt naar behoefte,
in ruil waarvoor iedereen naar vermogen presteert.
Oorzaak-gevolg: Doordat elke stroming zijn eigen maatstaf (talent, afkomst, gelijkheid, verdienste, behoefte)
heeft ontwikkeld, bestaan er in een pluriforme samenleving als de Nederlandse meerdere
rechtvaardigheidsprincipes náást elkaar. Dat verklaart waarom discussies over rechtvaardigheid vaak uitlopen op
onbegrip (“Babylonische spraakverwarring”).
Theorie lessen | pagina 3