Paragraaf 1:
1. Moraal: verwijst naar de waarden en normen die mensen feitelijk
hanteren. (alle waarden en normen)
Paragraaf 2:
2. Ethiek: het nadenken over waarden en normen en de vraag hoe
mensen behóren te leven.
3. Ethiek is een bepaalde optiek: manier waarop je naar de
werkelijkheid kijkt
4. Noem 5 verschillende optieken:
1. Juridisch optiek
2. Historisch optiek
3. Aardrijkskundig optiek
4. Ethisch optiek
5. Levensbeschouwelijk optiek
5. Definitie van ethische optiek: de benadering dat mensen het
uiteindelijk goede behoren te doen.
6. Het uiteindelijke goede: een handeling moet menswaardig zijn
7. Behoren: Ethiek is normatief: ze geeft aan dat mensen goed
behóren te leven.
8. Doen: Ethiek moet je doen. Het gaat om ons handelen: ons doen en
laten.
9. Ethisch handelen beschermt je beroep: Je hoort je beroep uit te
voeren dat het ethisch verantwoordelijk is. Voorbeeld: als je als
verkoper onbeleefd met een klant om gaat, krijgt het beroep een
slechte naam. En dan word het beroep minder gewaardeerd.
10. Ethiek is ook in je eigen belang: je beschermd jezelf ook
een beetje wanneer je zelf ethisch verantwoordelijk gedraagt.
Bijvoorbeeld: je baas zal niet blij zijn als je onaardig doet tegen de
klant. Wat voor jou nadelen heeft omdat je misschien wel een
negatieve beoordeling krijgt of ontslagen wordt. Soms lijdt dit
onverantwoordelijke gedrag tot een veroordeling bij de rechter.
Paragraaf 3:
11. Visie; een standpunt
12. Ethische visie; standpunten (meningen) over hoe wij ons
behoren te gedragen.
13. 2 redenen om ethische visies te gebruiken;
1. Om een oordeel te geven over bepaalde ethische problemen