• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 33 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Inleiding Strafrecht RB0124 | Open Universiteit | 2026/2027

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 33 pagina's

Volledige samenvatting van Inleiding Strafrecht (RB0124, voorheen RB0114) aan de Open Universiteit, bijgewerkt op de huidige cursusopzet. De samenvatting volgt de cursus week voor week: materieel strafrecht (strafbaar feit, opzet en schuld, strafuitsluitingsgronden, poging en voorbereiding, deelneming), strafprocesrecht (voorbereidend onderzoek, vervolging, onderzoek ter terechtzitting, het beslissingsschema van art. 348 en 350 Sv), bewijsrecht, straffen en maatregelen, rechtsmiddelen en mensenrechten (EVRM). Met inhoudsopgave en klikbare links naar de bijbehorende arresten, die per week onderaan zijn samengevat met essentie, rechtsregel en inhoud: o.a. Electriciteitsarrest, Melk en water, Veearts, Porsche, Verpleegster, Azewijnse paard, Controle en opsporing en Bannikova t. Rusland. Gebaseerd op Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht (Kronenberg & De Wilde, 2022).

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding Strafrecht RB0124 (voorheen RB0114) – Samenvatting
Bart van den Krommenacker
852639614

Inhoudsopgave
Week 1 – Een eerste kennismaking met het strafrecht
Week 2 – Inleiding materieel strafrecht
Week 3 – Opzet en schuld
Week 4 – Strafuitsluitingsgronden
Week 5 – Vaardigheden I: jurisprudentieanalyse Hoge Raad
Week 6 – Poging en voorbereiding
Week 7 – Vaardigheden II: casus oplossen
Week 8 – Deelneming
Week 10 – Een inleiding op het strafprocesrecht
Week 12 – Voorbereidend onderzoek
Week 13 – Vervolging
Week 14 – Het onderzoek ter terechtzitting
Week 15 – De vragen van artikel 348 Sv
Week 16 – De vragen van artikel 350 Sv
Week 17 – Bewijsrecht
Week 18 – Straffen en maatregelen
Week 19 – Rechtsmiddelen
Week 20 – Mensenrechten en strafrecht & Vaardigheden III
Jurisprudentie

Week 1 – Een eerste kennismaking met het strafrecht
Kronenberg & De Wilde, Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht (Wolters Kluwer 2022), p.
19-27 (par. 1.1 t/m 1.7)
Claessen, ‘Waarom straffen we eigenlijk?’, Ars Aequi 2022, afl. 1, p. 6-8
Jorg, Kelk & Klip, Strafrecht met mate (Wolters Kluwer 2019), p. 25-51 (par. 1.4 t/m 1.4.6)


Grondtrekken hoofdstuk 1 – Inleiding
- Plaats van het strafrecht: het strafrecht regelt wie straf kan krijgen en waarvoor. Alleen de
officier van justitie, als vertegenwoordiger van het openbaar ministerie (OM), kan een
verdachte voor de strafrechter brengen.
- Doelen van straffen: vergelding en preventie.
- Vergelding: leedtoevoeging en morele genoegdoening.
- Speciale preventie: voorkomen of ontmoedigen dat de gestrafte opnieuw in de fout gaat.
- Generale preventie: de gestrafte is een voorbeeld dat potentiële wetsovertreders
afschrikt.
- Indeling van het strafrecht:
- Materieel strafrecht: wat is een strafbaar feit? Het gaat om de grenzen van de
strafrechtelijke aansprakelijkheid.
- Formeel strafrecht (strafprocesrecht, strafvordering): de regels die gelden wanneer een
norm van het materiële strafrecht (vermoedelijk) is overtreden, grotendeels geregeld in
het Wetboek van Strafvordering (Sv).
- Sanctierecht: de voorwaarden waaronder straffen en maatregelen mogen worden
opgelegd en ten uitvoer gelegd (bijvoorbeeld of een taakstraf mag worden opgelegd
voor een bepaald vergrijp).
- Niet te verwarren met wetten in formele en in materiële zin. Een wet in materiële zin
bevat algemeen verbindende regels voor burgers, ook als het geen wet in formele zin is.




1

, - Commuun en bijzonder strafrecht: het strafrecht in de wetboeken heet commuun strafrecht.
Strafbepalingen in andere wetten (bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet en de Wet wapens en
munitie) vormen samen het bijzondere strafrecht.
- Opbouw van het Wetboek van Strafrecht (Sr): drie boeken.
- Boek 1: algemene leerstukken, zoals strafuitsluitingsgronden en poging.
- Boek 2 en 3: strafbepalingen, met de maximale straf. Het onderscheid hangt samen met
de ernst: Boek 2 bevat misdrijven, Boek 3 overtredingen.
- Opbouw van het Wetboek van Strafvordering (Sv): zes boeken.
- Boek 1 (algemene bepalingen): de belangrijkste bevoegdheden tijdens het
opsporingsonderzoek.
- Boek 2 (strafvordering in eersten aanleg): de vervolgingsbeslissing van de officier van
justitie en de procedure voor de rechtbank.
- Boek 3: rechtsmiddelen. Boek 6: tenuitvoerlegging. Boek 4 en 5 zijn voor deze cursus
minder van belang.


Claessen – Waarom straffen we eigenlijk?
- Preventie: preventiedenkers kijken naar de toekomst. Straf is een noodzakelijk kwaad ter
bescherming van de samenleving, vooral door haar afschrikwekkende werking voor de dader
(speciale preventie) en voor potentiële daders (generale preventie).
- Achter de afschrikkingsgedachte gaat de rationele-keuzetheorie schuil: de mens streeft
naar genot en probeert pijn te vermijden. Onderzoek wijst uit dat de afschrikkingstheorie
en de rationele-keuzetheorie worden overschat.
- Vergelding: wie een strafbaar feit pleegt, verdient straf. Vergeldingsdenkers kijken naar het
verleden: gerechtigheid eist dat een misdaad wordt vergolden.
- Herstel van vertrouwen en verbondenheid: Claessen pleit primair voor herstelrecht. Na een
misdaad hoort in beginsel geen straf te volgen maar herstel van schade, waarbij de partijen
zelf de oorzaken en gevolgen bespreken en onderzoeken hoe herstel het best kan worden
bereikt.


Strafrecht met mate – Hoofdstuk 1
- Onder invloed van het natuurrecht van de 18e eeuw en het rationalistische klimaat van de
Verlichting ontstond behoefte aan ‘berekenbaar’ recht: rechtszekerheid en rechtseenheid
door codificatie.
- De Klassieke School (‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’):
- Beccaria, Dei delitti e delle pene (1764): het maximale geluk voor een maximaal aantal
mensen, door criminaliteit te voorkomen (in plaats van achteraf te straffen) en door
behoorlijke wetgeving. Wetten moeten duidelijk en eenvoudig zijn en alleen strafbaar
stellen wat werkelijk schadelijk is.
- Vrijheid: de belangrijkste waarborg voor de burger tegen de overheid is het
legaliteitsbeginsel (art. 8 Déclaration des droits de l’homme et du citoyen, 1789): nullum
delictum, nulla poena sine lege. Het beginsel hoort bij de leer van de scheiding der
machten (Montesquieu, 1748): wetgeving, uitvoering en rechtspraak liggen omwille van
de vrijheid van de burger bij onafhankelijke organen (trias politica).
- Art. 45 Sr: voor een strafbare poging is niet genoeg dat de dader een verkeerde
gezindheid heeft; er moet een begin van uitvoering zijn. In 1994 week de wetgever
hiervan af door ook de voorbereiding van zware misdrijven strafbaar te stellen (art.
46 Sr).
- Art. 68 Sr (ne bis in idem): niemand wordt tweemaal voor hetzelfde feit vervolgd.
Twee ontwikkelingen beperken de reikwijdte: de ruime mogelijkheden om de
tenlastelegging te wijzigen en de herziening ten nadele van de verdachte (art.
482a-i Sv).



2

, - Gelijkheid: de Staatsregeling der Bataafse Republiek (1798) bepaalde dat de wet,
beschermend of straffend, voor allen gelijk is. Het Crimineel Wetboek gaf veel gewicht
aan de innerlijke gesteldheid van de dader: opzettelijk of onachtzaam handelen was
zeer relevant, ontoereikendheid en jeugdige leeftijd waren strafuitsluitingsgronden.
- Broederschap: humaniteit in de bejegening van de dader, het streven naar resocialisatie
en re-integratie (art. 2 lid 2 PBW) en de humane tenuitvoerlegging van straffen.
- De Nieuwe Richting: gericht op de persoon van de delinquent en op onderzoek naar de
oorzaken van criminaliteit (Lombroso, 1835-1909: verband tussen fysieke kenmerken en
psychische processen; later Von Liszt, Prins en Van Hamel, die samen de Union
Internationale de Droit Pénal oprichtten).
- Autoritaire richting: de Wet op de bewaring van beroeps- en gewoontemisdadigers
(frequente recidivisten na detentie vijf tot tien jaar langer vasthouden) was de
duidelijkste exponent. In plaats van nulla poena sine crimine kwam nullum crimen sine
poena (geen misdaad zonder straf) te gelden.
- Humanisering na de Tweede Wereldoorlog: de Universele Verklaring van de Rechten van de
Mens (1948) erkent het recht op leven, vrijheid en lichamelijke onschendbaarheid, gelijkheid
voor de wet en het verbod van slavernij en foltering. De Utrechtse school wilde de delinquent
in alle fasen van de strafrechtspleging centraal stellen en als volwaardig medemens
behandelen.
- Democratisering en juridisering: de individuele rechtspositie van de burger stond centraal
(opkomst van de sociale advocatuur).
- Instrumenteler strafrecht: verzakelijking, efficiency en grootschaligheid leidden tot een
repressievere, punitievere hoofdstroom.
- Strafrecht en veiligheidsprimaat: met de opkomst van terroristisch geweld is naast de
individuele ook de collectieve veiligheid een belangrijk punt geworden.


Implicaties van de nullum delictum, nulla poena-regel (legaliteitsbeginsel)
- De legaliteitseis schakelt de gewoonte in beginsel uit als bron van strafbare feiten; de wet
verklaart gedragingen strafbaar.
- Lex certa: strafbare feiten moeten duidelijk geformuleerd zijn, zodat de strafbaarheid helder
valt af te grenzen (rechtszekerheid).
- Verbod van analogie. Extensieve interpretatie (grammaticaal, teleologisch, historisch en/of
systematisch) is wel toegestaan.
- Verbod van terugwerkende kracht van strafbepalingen.


Week 2 – Inleiding materieel strafrecht
Grondtrekken, hoofdstuk 2, p. 29-55
Jurisprudentie
- HR 23 mei 1921, NJ 1921/564 (Electriciteitsarrest)
- HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ9251, NJ 2012/536 (Runescape)
- HR 14 februari 1916, NJ 1916/681 (Melk en water)
- HR 20 februari 1933, NJ 1933/918 (Veearts)


Hoofdstuk 2 – Inleiding materieel strafrecht
- Structuur van een strafbepaling: in de volledigste vorm bestaat die uit een
delictsomschrijving (welk ongewenst gedrag strafbaar is), een kwalificatie-aanduiding (hoe
het gedrag juridisch wordt benoemd) en een strafbedreiging (soort straf en maximum). In
veel artikelen ontbreekt de kwalificatie of wordt ze geacht in de delictsomschrijving besloten
te liggen. In veel bijzondere wetten zijn delictsomschrijving en strafbedreiging ‘uit elkaar
getrokken’ (bijvoorbeeld het invoerverbod voor cocaïne in de Opiumwet).



3

, - Het vierlagenmodel: een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen de
grenzen van een wettelijke delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.
De vier componenten zijn cumulatieve voorwaarden voor strafbaarheid:
- Menselijke gedraging (MG): verricht door een mens, een natuurlijk persoon of een
rechtspersoon (BV, stichting of gemeente). Pas als iemand door een gedraging geheel
of gedeeltelijk uitvoering geeft aan voornemens, is aan de voorwaarde voldaan.
Processueel komt de gedraging tot uitdrukking in de tenlastelegging, op de grondslag
waarvan de rechter beraadslaagt (art. 348 en 350 Sv).
- Wettelijke delictsomschrijving (DO): gedrag is pas strafbaar als het in de strafwet terug
te vinden is. De feitelijke gedraging krijgt een juridisch etiket: kwalificatie. Art. 350 Sv
draagt de rechter op te beslissen welk strafbaar feit het bewezenverklaarde volgens de
wet oplevert.
- Wederrechtelijkheid (W): in strijd met het recht. Meestal is een gedraging die aan de
delictsomschrijving voldoet ook wederrechtelijk. Een rechtvaardigingsgrond
(bijvoorbeeld noodweer) haalt de wederrechtelijkheid weg.
- Schuld (verwijtbaarheid, V): ons strafrecht is schuldstrafrecht: niemand wordt gestraft
zonder (een zekere mate van) schuld, opgevat als verwijtbaarheid. Dat is het geval als
van iemand in redelijkheid kon worden gevergd dat hij zich anders gedroeg.
Verwijtbaarheid wordt verondersteld, tenzij er een aanwijzing is voor het tegendeel. Een
schulduitsluitingsgrond neemt de verwijtbaarheid weg.
- Legaliteit in interpretatie (art. 1 lid 1 Sr): geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan
voorafgaande wettelijke strafbepaling. Omdat de wet algemene regels geeft, is zij
noodzakelijk wat vaag; de rechter moet in moeilijke gevallen interpreteren.
Interpretatiemethoden: wetshistorisch, grammaticaal, systematisch en teleologisch.
- Bestanddelen en elementen:
- Bestanddelen zijn de onderdelen waaruit de delictsomschrijving is opgebouwd (MG en
DO). De officier van justitie moet alle bestanddelen in de tenlastelegging opnemen.
Vergeet hij er een, dan is een feit ten laste gelegd dat niet kan worden gekwalificeerd en
volgt ontslag van alle rechtsvervolging (OVAR).
- Elementen zijn de niet in de wet opgenomen strafbaarheidsvoorwaarden:
wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid. Ook als alle bestanddelen zijn vervuld, is er pas
een strafbaar feit als ook aan deze elementen is voldaan.
- Wederrechtelijkheid als bestanddeel: in een beperkt aantal delictsomschrijvingen staat het
woord ‘wederrechtelijk’ (bijvoorbeeld vernieling, art. 350 lid 1 Sr). Dan is wederrechtelijkheid
geen element maar een bestanddeel en wordt het vierlagenmodel een drielagenmodel (MG,
DO (met W), V). Ontbreekt de wederrechtelijkheid, dan is het delict niet gepleegd, omdat niet
alle bestanddelen zijn vervuld. Bij de standaardsituatie (wederrechtelijkheid niet in de
delictsomschrijving) is de delictsomschrijving wél vervuld, maar is er nog steeds geen
strafbaar feit.


Soorten delicten
- Misdrijven en overtredingen: misdrijven zijn doorgaans ernstiger. De wetgever geeft altijd
aan welke het is; in het Sr staan misdrijven in Boek 2 en overtredingen in Boek 3. Het
onderscheid is van belang voor (1) de absolute competentie van de rechter, (2) de
strafbaarheid van poging en medeplichtigheid (alleen bij misdrijven) en (3) de toepassing van
dwangmiddelen (veel dwangmiddelen, zoals het aftappen van een telefoon, art. 126m Sv,
alleen bij verdenking van een misdrijf).
- Formele en materiële delicten (onderscheid niet waterdicht):
- Formele delicten omschrijven een handeling (wegnemen van een goed, te hard rijden).
- Materiële delicten (gevolgsdelicten) stellen het veroorzaken van een gevolg strafbaar,
zonder de wijze te omschrijven (standaardvoorbeeld: doodslag, art. 287 Sr).
- Commissie- en omissiedelicten: commissiedelicten veronderstellen actief handelen (stelen,
vermoorden). Een omissiedelict wordt gepleegd door nalaten (art. 450 Sr: niet ingrijpen bij



4

Gekoppeld boek
 image
M.J. Kronenberg, B. de Wilde Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht
Uitgever: Augustus 2022 ISBN: 9789013166170 Druk: 9

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
4 oktober 2026
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
58
Volgers
1
Items
19
Laatst verkocht
1 week geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen