taalonderwijs
Rijke taal
Een visie op taalonderwijs
Leerprocessen en ontwikkelingsprocessen
Bij leerprocessen gaat het om expliciete processen, waarbij duidelijke instructie
nodig is.
Bij ontwikkelingsprocessen gaat het om impliciete processen, daarbij staat frequent
en gemotiveerd oefenen met adequate ondersteuning en feedback centraal.
Leer- en ontwikkelingsprocessen in taal- en leesonderwijs op de basisschool
● Leerprocessen.
- Decoderen.
❖ De eerste fase van het aanvankelijk lezen.
- (Werkwoorden) Spelling en grammatica.
● Ontwikkelingsprocessen.
- Vloeiend lezen.
- Lees- en luisterbegrip.
- Schrijven van teksten.
- Woordenschat.
- Spreken en gesprekken voeren.
In de praktijk van het onderwijs wordt het liefst in alle taalonderdelen expliciete
instructie gegeven. De werkwijzen zijn gebaseerd op misconcepten rondom
taalonderwijs en taalontwikkeling. Vaardigheden, zoals aanvankelijk lezen of rekenen
moeten expliciet worden aangeleerd, maar woordenschat en leesbegrip niet.
Expliciet aangeleerde kennis en vaardigheden leiden niet vanzelfsprekend tot
impliciete ontwikkelingsprocessen. De gerichtheid op expliciete instructie gaat samen
met de focus op toetsen. Toetsen worden vaak als uitgangspunt genomen voor wat
geleerd moet worden → Teaching to the test → Heeft als gevolg dat leraren aan
lesonderdelen die in de leerlingvolgsysteem toetsen / LVS-toetsen niet getoetst
worden. Toetsen moeten gezien worden om het onderwijs te evalueren, niet om het
te bepalen.
Als leraren het leren van taal zien als een ontwikkelingsproces, ziet het onderwijs er
anders uit. Leraren scheppen dan voorwaarden om te leren, roosteren tijd in, zodat
leerlingen frequent kunnen lezen in zelfgekozen boeken, ze zorgen voor rijke
teksten, aansluitens bij uitdagende thema’s, voor interessante gesprekken over
diepgaande vragen en voor opdrachten rond die thema’s → Geen aparte thema’s,
maar thema’s die al spelen in de klas.