Scheikunde H14
Paragraaf 1 Leven
Het leven op aarde
Tijdens jaren van evolutie zijn levende organismen ontstaan die zichzelf door
biochemische reacties in stand kunnen houden. Als chemische reactie een
biologische functie hebben, zijn het biochemische processen.
Spijsvertering
Eiwitten, vetten en koolhydraten leveren de bouwstenen en de benodigde
energie. Mineralen en vitamines zijn nodig om het systeem goed te laten
werken. Het losmaken, opnemen en omzetten van voedingsstoffen in energie
en bouwstenen = spijsvertering
Energie en verbranding
De energie die je lichaam nodig heeft wordt vooral geleverd door de
verbranding van koolhydraten en vetten. Bij verbranding worden CO2 en H2O
geproduceerd. Door middel van gaswisseling in de longen wordt O2 en CO2
uitgewisseld met de lucht.
Scheikunde H14 1
, Eenheid van het leven
De cel wordt wel de eenheid van leven genoemd, omdat in een cel alle functies
aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van leven:
vermogen tot celdeling en het doorgeven van genetisch materiaal
vermogen om energie vrij te maken uit voedingsstoffen
vermogen om stoffen te maken die nodig zijn voor het voortbestaan
Het leven is vloeibaar
Elke cel is gevuld met water, waarin allerlei belangrijke stoffen zijn opgelost,
zoals zouten, suikers en eiwitten. Doordat de opgeloste stoffen in de
celvloeistof kunnen bewegen, kunnen ze goed met elkaar in contact komen,
waardoor alle noodzakelijke biochemische processen goed kunnen verlopen.
Membranen
Een membraan is een dun vliesje waarmee celorganellen en cellen van elkaar
worden gescheiden. Ook de cel zelf: celmembraan. Het membraan moet aan
verschillende eisen voldoen:
hydrofoob zijn, zodat het membraan niet oplost in het cytoplasma
Maar wel voldoende hydrofiel, om een stabiele dunne laag in water te
kunne vormen.
Fosfolipiden zijn moleculen die het membraan vormen, ze hebben een
hydrofiele kop en een hydrofobe staarten. Een membraan wordt gevormd door
een dubbele laag fosfolipiden, waarbij de hydrofobe staarten naar elkaar toe
gericht zijn en de hydrofiele kopen naar buiten.
Transport over het membraan
Als er concentratieverschillen van een stof aan weerszijde van een membraan
zijn, kan er diffusie plaatsvinden. Kleine ongeladen deeltjes zoals CO2 en H2O
en ethanolmoleculen kunnen het membraan relatief makkelijk passeren.
Andere deeltjes hebben transporteiwitten nodig.
Als het transporteiwit een soort kanaal vormt waardoor diffusie gemakkelijker
kan plaatsvinden, verbruikt het in dat geval geen energie en dus is er sprake
Scheikunde H14 2