De volgende arresten worden in dit document behandeld:
Dikgedrukt = rechtsregel/belangrijkste overweging
Casus en vaardigheden:
HR 13 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0494 (Inbeslaggenomen
heroïne)
HR 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3566 (Poging
hennepteelt)
HR 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:328 (Bestemd tot)
HR 28 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:479 (Poging invoer cocaïne)
HR 5 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2190 (CIE-info)
HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3537 (Warmtemeting)
HR 1 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2454 (Dynamische
verkeerscontrole)
HR 5 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3057 (MMA)
HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640 m.nt. A. Feenstra (Post-
Chambaz)
HR 8 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5969 (Mislukte uitlokking)
HR 28 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1961 (Medeplichtigheid
verhuurder)
HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 (Handvatten
medeplegen)
HR 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:67 (Deelneming aan
deelneming)
HR 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2828 (Telefoontap bij
opzetheling)
HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN0004 (Observatie
voetbalkooi)
Rb Zeeland-West-Brabant 17 oktober 2017,
ECLI:NL:RBZWB:2017:6692 (Doorzoeking)
HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533 (Afvoerpijp/Loze
hasjpijp)
HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321 (Aanscherping
toetsingskader)
HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 (Beoordelingskader
vormverzuimen)
HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:694 (Vormverzuim buiten
voorbereidend onderzoek)
HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:304 (Belang van geschonden
voorschrift)
, HR 9 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1868 (vormverzuim: RC of
zittingsrechter?)
HR 8 juni 1999, NJ 1999, 579 (Toepassing Slavenburg-criteria)
HR 29 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7619 (Vissen met
touwtjesmethode)
HR 18 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7261 (Vervolging)
HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733 (Beslissingskader feitelijk
leiddinggeven)
HR 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:236 (Bevestiging Pikmeer II)
HR 21 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1607 (Strafrechtelijke
immuniteit waterschap)
EHRM 27 november 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:1127JUD005783709
(Soytemiz t. Turkije)
HR 7 mei 1996, NJ 1996, 687 m.nt. Schalken (Dev Sol)
HR 22 december 2015, NJ 2016, 52 m.nt. Klip (Aanscherping Salduz-
regels)
HR 19 februari 1985, NJ 1985, 633 (Aanmerkelijke kans)
HR 24 november 1998, NJ 2000, 54 m.nt. De Jong (Sporttas)
HR 1 juni 2004, NJ 2005, 252 m.nt. Knigge (Blackout)
HR 24 juni 2008, NJ 2008, 442 m.nt. Keijzer (Dood door schuld in het
verkeer)
Rb Middelburg 4 april 2007, LJN BA2323 (Regelmatige wegvallingen)
Rb Limburg 16 augustus 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:5547 (Een
moment van onoplettendheid)
HR 23 oktober 1984, NJ 1986, 56 m.nt. Keijzer (Bijlmer noodweer)
HR 24 oktober 1989, NJ 1990, 353 (Gezochte confrontatie)
HR 28 maart 2006, NJ 2006, 509 m.nt. Buruma (Niet-betaalde taxirit)
HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456 (Overzichtsarrest
noodweer(exces))
HR 18 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:701 (Zoetermeerse schietpartij)
Hof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2020:716 (Bolletjesslikken onder
druk)
Rb Haarlem 24 december 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BL5702
(Smokkel onder druk)
EHRM 24 mei 1989, NJ 1990, 627 m.nt. Van Dijk (Hauschildt t.
Denemarken)
EHRM 24 maart 2009, appl. nr. 32271/04 (Poppe t. Nederland)
HR 23 september 1997, NJ 1998, 188 m.nt. Knigge (Partijdigheid
rechter I)
HR 4 mei 2004, NJ 2005, 242 m.nt. Knigge (Partijdigheid rechter II)
Rb Oost-Brabant 19 oktober 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5799
(Slachtofferwraking)
HR 11 april 2006, NJ 2006, 393 m.nt. Buruma (Responsieplicht)
, HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3390 (Ontbreken pleitnota)
HR 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:637 (Unus testis nullus testis)
HR 27 januari 2004, LJN AN7666 (Berekening w.v.v. I)
HR 30 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:25 (Gedoogbeleid coffeeshop)
Hof Amsterdam 13 juni 2001, MenR 2002, 46 (Gedogen en
straftoemeting) (reader)
Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2015 ECLI:NL:GHARL:2015:8144
(Art. 9a Sr)
Extra jurisprudentie behandelt tijdens bijeenkomsten en
hoorcolleges
Systeem:
HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2756 (Uitoefening van
beroep of bedrijf)
HR 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2050 (Peilbaken)
HR 14 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2959 (Causaliteit in geval van
art. 300 lid 3 Sr)
Casus en vaardigheden arresten:
Cito-arrest = poging
Er is sprake van een begin van uitvoering van een misdrijf (en dus
van een strafbare poging) indien het gedrag van de dader, naar de
uiterlijke verschijningsvorm, moet worden beschouwd als te zijn
gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf.
Met andere woorden: Niet de intentie of interne overtuiging van de dader
staat centraal, maar wat zichtbaar is voor de buitenwereld, oftewel het
objectieve gedrag dat kan worden opgevat als begin van de uitvoering.
In dit arrest stonden twee verdachten voor een nog gesloten filiaal van
Cito met wapens, bivakmutsen en een touw. Ze werden kort voor opening
aangehouden. Ze beweerden nog niet te zijn begonnen met de overval.
De Hoge Raad oordeelde echter dat hun gedrag naar uiterlijke
verschijningsvorm moest worden gezien als gericht op het plegen van een
overval. Als iemand langs zou lopen zouden ze overduidelijk zien dat ze
een huis gaan overvallen. Er was dus sprake van een strafbare poging.
Grenswisselkantoor-arrest (samen met cito-arrest de standaard
jurisprudentie die de grens aangeven tussen een voorbereidingshandeling
en begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf) =
voorbereidingshandelingen
, Er is géén sprake van een strafbare poging wanneer het handelen
van de verdachte, naar uiterlijke verschijningsvorm, nog niet kan
worden aangemerkt als gericht op de voltooiing van het misdrijf.
De Hoge Raad stelt dus: pas als het zichtbare gedrag voldoende concrete
aanwijzingen geeft dat de voltooiing van het delict daadwerkelijk is
aangevangen, is er sprake van een strafbare poging.
Verdachten hadden een overval op een grenswisselkantoor voorbereid: ze
observeerden het pand, hadden wapens en een vluchtauto bij zich, en
waren op weg naar het kantoor. Ze werden echter nog vóór aankomst bij
het kantoor aangehouden. Volgens de Hoge Raad waren zij nog niet
begonnen met de uitvoering van het misdrijf; ze waren nog in de
voorbereidende fase. Daarmee was geen sprake van een strafbare poging,
hoe concreet de plannen ook waren.
HR 13 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0494 (Inbeslaggenomen
heroïne)
Er is sprake van een strafbare poging (art. 45 Sr) ook als het
misdrijf feitelijk niet voltooid kon worden (objectief onmogelijk),
mits de dader dat niet wist en zijn gedragingen, naar de uiterlijke
verschijningsvorm, gericht waren op voltooiing van het misdrijf.
Met andere woorden: Subjectieve intentie en uiterlijke gedragingen zijn
bepalend,
Het feit dat het misdrijf objectief onmogelijk is (bijv. de heroïne was al door
de politie onderschept), maakt de poging niet per se onstrafbaar.
Verdachten wilden heroïne ophalen van een schip. Wat ze niet wisten: de
politie had de drugs al onderschept en vervangen door een onschadelijke
stof. Toen ze toch naar het schip gingen om de “heroïne” op te halen,
werden ze aangehouden.
Ze voerden aan dat er geen sprake kon zijn van een strafbare poging,
omdat er geen heroïne meer was — dus de uitvoer kon niet meer
plaatsvinden.
De Hoge Raad oordeelde: Toch een strafbare poging, omdat hun gedrag
naar de uiterlijke verschijningsvorm was gericht op het uitvoeren van het
misdrijf (internationale heroïnehandel), en zij niet wisten dat het feit
objectief onmogelijk was.