Bron:
Nakane, I. (2006). Silence and politeness in intercultural
communication in university seminars. Journal of Pragmatics,
38(11), 1811–1835.
Doel van het artikel
Het doel van Nakanes onderzoek is om te begrijpen hoe stilte functioneert
in interculturele communicatie, met name in universitaire seminars waarin
studenten uit verschillende culturen samenwerken. Nakane onderzoekt de
relatie tussen stilte, beleefdheid (politeness) en machtsverhoudingen, en
hoe culturele verschillen leiden tot misverstanden in de interpretatie van
stilte.
Belangrijke punten en begrippen
1. Silence (stilte) als communicatief middel
o Stilte wordt niet alleen gezien als afwezigheid van spraak,
maar als een actieve vorm van communicatie.
o Het kan verschillende functies hebben: nadenken, respect
tonen, onzekerheid uitdrukken of een manier zijn om
conflicten te vermijden.
2. Politeness (beleefdheid)
o Nakane gebruikt o.a. Brown & Levinson’s theorie van
beleefdheid (1987): mensen proberen in gesprekken elkaars
“face” (gezicht/eer) te beschermen.
o Stilte kan dienen als beleefde strategie om confrontatie te
vermijden of respect te tonen tegenover een spreker met
hogere status (zoals een docent).
3. Interculturele verschillen
o In culturen met een hoge context (zoals Japan) speelt stilte
een belangrijke rol als teken van respect, nadenken of
bescheidenheid.
o In lage-contextculturen (zoals Australië of het VK) wordt stilte
vaak negatief geïnterpreteerd: als ongemak, passiviteit of
gebrek aan kennis.
o Deze verschillen kunnen leiden tot misverstanden in
multiculturele seminars: Japanse studenten worden
bijvoorbeeld soms ten onrechte als “niet betrokken” gezien.
4. Machtsrelaties en institutionele context
o Stilte kan machtsverhoudingen weerspiegelen. Studenten met
minder taalvaardigheid of lagere status gebruiken stilte om
risico’s te vermijden (zoals fouten maken of gezichtsverlies).
o Docenten of dominante sprekers kunnen de interpretatie van
stilte beïnvloeden en zo de participatie van internationale
studenten beperken.
5. Methodologie
o Nakane analyseerde opnames van universiteitsseminars met
Japanse en Australische deelnemers.
, o Zowel kwantitatieve observatie (hoe vaak stilte voorkwam) als
kwalitatieve analyse (interpretaties van stilte) werden
gebruikt.
Belangrijkste bevindingen
Stilte is cultureel bepaald en heeft meerdere betekenissen.
Wat in de ene cultuur beleefd is, kan in een andere als onbeleefd of
ongemakkelijk worden gezien.
Interculturele communicatie in academische contexten vraagt begrip
van stiltes als strategische en culturele handelingen, niet als
gebreken in communicatie.
Conclusie
Nakane concludeert dat stilte een cruciale, maar vaak misbegrepen vorm
van beleefdheid is in interculturele communicatie. Universitaire seminars
worden rijker en effectiever als deelnemers en docenten bewust zijn van
de culturele betekenissen van stilte. Door stiltes niet automatisch negatief
te beoordelen, kan men intercultureel begrip en gelijkwaardigheid in
communicatie verbeteren.
Bron:
Murphy, B. & Neu, J. (1996). My grade’s too low: The speech act of
complaining. In S. M. Gass & J. Neu (Eds.), Speech Acts Across
Cultures: Challenges to Communication in a Second Language (pp.
191–216). Berlin: Mouton de Gruyter.
Doel van het artikel
Het doel van dit artikel is om te onderzoeken hoe Engelstalige studenten
klachten (complaints) uiten, en hoe tweede-taalsprekers (ESL-studenten)
dit doen in vergelijking met moedertaalsprekers.
Murphy & Neu willen begrijpen welke pragmatische strategieën worden
gebruikt bij het klagen en hoe misverstanden kunnen ontstaan in
interculturele en onderwijscontexten.
Belangrijke punten en begrippen
1. Speech act theory (spraakhandelingstheorie)
o Het artikel is gebaseerd op Austin (1962) en Searle (1969):
spreken is handelen.
o Klagen is een spraakhandeling waarbij een spreker uitdrukking
geeft aan ontevredenheid over een situatie die door een ander
is veroorzaakt.
2. Complaining (klagen) als sociale handeling
o Klagen kan variëren van milde opmerkingen (“I think my grade
might be a bit low”) tot directe beschuldigingen (“You graded
me unfairly”).
o De vorm hangt af van beleefdheidsstrategieën,
machtsverhoudingen (student-docent), en culturele normen.
3. Politeness strategies (beleefdheidsstrategieën)