Somatische problemen: Carr
Hoe oude een kind wordt, hoe meer een kind leert over ziekte en pijn. Dit komt door de blootstelling aan pijn en zieksten
en door de cognitieve ontwikkeling van een kind.
Kinderen hebben soms MUS: deze symptomen worden veroorzaakt door psychologische processen en somatisatie
(uiting van psychische stress in somatische symptomen). Je hebt multi-symptom somatization en single-symptom
somatisation.
Wanneer een kind een chronische ziekte heeft kunnen hier symptomen bijkomen zoals angst, depressie of
prikkelbaarheid. Deze symptomen kunnen van fysiek naar psychologisch gaan.
Prevalentie:
10% bij kinderen en adolescenten.
Komt vaker voor bij meisjes.
Associatie tussen MUS, angst en depressie.
Meest voorkomend: hoofdpijn, buikpij, astma, beroerte, diabetes, levensbedreigende condities.
,ODD:
Somatische problemen: Carr
Theorieen:
1.Biologische theorie:
a.Biologische kwetsbaarheid theorie: kinderen hebben specifieke organen en biologische systemen door hun genetische
erfelijkheid en ontwikkeling. Bij blootstelling aan stress of infectie kunnen symptomen ontwikkeld worden (migraine).
i.Behandeling: training voor omgaan met stress, vermijden kwetsbare stimuli.
b.General adaptation syndrome theory: de opbouwing van stress leidt tot een gegeneraliseerde stress respons.
i.Alarm fase: maakt klaar voor stress
ii.Resistance fase: manier om met stress om te gaan, gevoelig voor ziektes
iii.Exhaustion fase: immuunsysteem werkt slecht, gevoeligheid voor stress en infectie.
1.Behandeling: vermindering opgebouwde stress
2.Intrapsychische theorie:
a.Psychoanalytische theorie: angst door een onbewust conflict zet zich om in fysieke symptomen die beter te tolereren zijn
dan angst.
i.Behandeling: psychotherapie waarbij de gevoelens geprojecteerd kunnen worden op de therapeut.
b.Psychosomatische theorie: symptomen en chronische pijn laat kinderen communiceren over stressende emoties.
i.Behandeling: psychotherapie of hypnotherapie
3.Interpersoonlijke theorie:
a.Gedragstheorie: symptomen, chronische pijn en bijpassende problemen worden beloond -> sick-role behavior.
i.Behandeling: gedragsmodificatie
b. Cognitieve gedragstheorie: pijn heeft biologische, zintuigelijke, cognitieve en emotionele dimensies die op een complexe
manier gerelateerd zijn aan elkaar.
i.Behandeling: relax training, cognitieve vaardighedentraining, stresstraining
c.Stress & coping: aanpassing aan de chronische ziekte is afhankelijk van de balans tussen risico- en beschermende factoren.
i.Behandeling: verhogen resistance factoren, zelfmanagement, zelfhulp groepen.
d.Familiesysteem theorie: specifieke onaangepaste familieprocessen waardoor kinderen somatische problemen ontwikkelen.
i.Behandeling: familie therapie
, ODD:
Somatische problemen: Carr
Management:
Het behandelteam moet goed samenwerken
Contracteren voor assessment: duidelijk dat een fysieke ziekte vaak samengaat met psychologische symptomen.
Leg dit uit aan de ouders en het kind.
Assessment: een brede assessment, klinische interview.
Contracteren voor behandeling: laten inzien dat psychische hulp van belang is.
Family-based behandeling: hulp over openlijk communiceren van de ziekte, symptomen en de problemen.
Psycho-educatie: algemene informatie over de ziekte.
Monitoren van symptomen: bijhouden van symptomen + context.
Relaxation skills training: verlagen van spanning.
Cognitieve coping strategieen: afleiden van somatische klachten.
Contingency management: beloningssysteem opzetten die ouders thuis kunnen gebruiken.
Terugval management: plan bij terugval
Support groups: voor ouders en kind