Selective Mutism: Muris
Selectief mutisme (SM) is een niet vaak voorkomend kinderstoornis gekarakteriseerd door een absentie van spraak in specifieke publieke
situaties waarin verwacht wordt dat het kind spreekt en in andere situaties wel (bijv thuis). Het moet minstens een jaar aanhouden en het kan niet
gediagnostiseerd worden als het in de eerste maand van school is. Het kan ook niet komen door spraak-of taalproblemen.
Prevalentie: 0.11%
Komt vaker voor bij meisjes
Begint vaak tussen 2-5 jaar en kan tot 8 jaar aanhouden.
Vaak communicatie problemen, slechte school/werk prestaties, psychische stoornissen.
De DSM-V plaatst SM onder angststoornissen.
SM en angst:
12-66% laat ook angst zien.
Verlegenheid, vermijding of terugtrekking.
Spraak van laag, minder spontaan en minder woorden. Kinderen met een sociale fobie hebben dit ook.
SM is gerelateerd aan sociale angst en algemene angst.
De link tussen SM en sociale fobie is sterk uit onderzoek gekomen.
Oorzaken:
Genetica:
SM, sociale angst lijken vaker in families voor te komen.
Bepaalde genen spelen een rol bij sociale angst (onderliggend aan SM)
Onderzoek suggereert dat SM deels genetisch bepaalt is.
Temperament:
Gedrag inhibitie tijdens vroege kindertijd is geassocieerd met het ontwikkelen van een angststoornis.
Te kort aan spontane spraak, verlegenheid, oppositionality.
Omgeving:
Familie dysfunctie
Trauma/stressvolle levensgebeurtenis
Negatieve ervaringen op school
Ouder controle
Immigratie
Neuro-ontwikkeling:
Kinderen met SM hebben vaak spraak- en taalachterstanden (MEAR), algemene traagheid in ontwikkeling.
Vermijding:
Het niet spreken is een emotieregulatie strategie -> houdt de angst voor sociale situaties in stand.
, ADHD
Selective Mutism: Muris
Factoren SM: zie figuur 1.
Behandeling SM:
Psychosociale interventies:
Kind-gefocust exposure gebaseerde oefening: beter effect dan ouder-gefocust.
Defocused communication: communiceren via joint attention i.p.v direct.
Gedragstechnieken
Integrated behavioural therapy: kind maakt hierarchie en volgt via exposure de oefeningen.
65% van de kinderen voldeed erna niet meer aan de criteria voor SM. Na drie maanden nog steeds deze effecten.
Medicatie:
SSRI’s -> fluoxetine. Laat verbeteringen zien en heeft weinig bijwerkingen. Eerste lijn medicatie.
MAO inhibitors: Laat verbeteringen zien maar heeft veel bijwerkingen. Wordt pas gegeven als psychosociale interventies en SSRI’s niet
meer werken.