• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 61 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Moleculaire Biologie| 2e Ba Biomedische wetenschappen | Universiteit Antwerpen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 61 pagina's

Samenvatting van de slides en uitleg van de professor tijdens de lessen Moleculaire Biologie en de zelfstudie op basis van het boek 'Genetics and Genomics in Medicine'.

Voorbeeld van de inhoud

Moleculaire Biologie
DNA, chromosomen en cellen:
Structuur en functie van nucleïnezuren:
Opbouw van nucleïnezuren:
Nucleoside: bestaat uit een suiker (bv: deoxyribose) en een base (adenine, thymine, guanine, cytosine)
➢ OH-groep vervangen door H-groep bij deoxyribose op C2
➢ Base wordt gebonden op het C1 atoom van het suiker




Basen: de basensequentie geeft de functie aan het nucleïnezuur
• Purines: adenine , guanine
• Pyrimidines: cytosine , thymine , uracil(RNA)

Nucleotide: bestaat uit nucleoside en een fosfaatgroep
➢ Fosfaatgroep gebonden op C5 atoom van de suikerring
Nucleïnezuur: een keten van aaneengeschakelde nucleotiden
➢ Fosfaatgroep bindt het C5 atoom van nucleotide 2 met het C3 atoom van nucleotide 1
➢ 5’ eind: heeft een terminale fosfaatgroep aan het C5 atoom gebonden
➢ 3’ eind: heeft een terminale H-groep aan het C3 atoom gebonden
DNA: een soort nucleïnezuur bestaande uit een dubbele helix
➢ Basenparen: waterstofbruggen tussen basen zorgen dat 2 single strand DNA’s zich
linken tot een dubbele helix
Waterstofbruggen: 2 H-bruggen tussen adenine en thymine ,
3 H-bruggen tussen cytosine en guanine (bij verhitting komen H-bruggen los)
➢ Antiparallel: de 3 strengen DNA moeten zich antiparallel organiseren (5’→3’ en 3’→5’)

DNA replicatie en polymerase:
DNA replicatie: het maken van 2 DNA-helices uit 1 dubbele helix via DNA polymerase
1. DNA dubbele helix ontwonden doormiddel van een helicase
→ de 2 strengen zijn templates voor nieuwe strengen aan te maken
2. Doormiddel van DNA polymerase worden nucleotiden ingebouwd complementair aan de
nucleotiden op de parentale strengen
→ dubbele helix gevormd met 1 parentale streng en 1 dochterstreng
DNA synthese: kan enkel in de 5’ → 3’ richting gebeuren
➔ DNA groeit aan de 3’ zijde
Leading strand: van 5’→3’ , DNA synthese kan continu gebeuren
(kopie van de 3’→5’ parentale)
Lagging strand: van 3’→5’ , DNA moet in stukjes gesynthetiseerd worden
(= Okazaki fragmenten)
(kopie van de 5’→3’ parentale)

DNA polymerases: hebben verschillende functies in DNA replicatie, synthese, reparatie

,Centrale dogmatheorie:
⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗ RNA ⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗⃗
= DNA 𝑡𝑟𝑎𝑛𝑠𝑐𝑟𝑖𝑝𝑡𝑖𝑒 𝑡𝑟𝑎𝑛𝑠𝑙𝑎𝑡𝑖𝑒 proteïne (geldt niet voor bv sommige virussen)
Gen expressie: genen(DNA-segmenten) gebruikt voor de synthese van proteïnen / RNA
Transcriptie: de antisense streng(3’→5’) van DNA wordt overgeschreven naar een 5’→3’ RNA
➢ Coderend RNA: heeft een coderende sequentie voor de synthese van polypeptiden = mRNA
➢ Niet-coderend RNA: hebben verschillende rollen in cellen + functie in genexpressie
Translatie: van het mRNA naar een eiwit

Structuur en functie van chromosomen:
Opbouw chromosoom:
1. Dubbele helix DNA
2. DNA 2x gewonden rond een histon core bestaande uit 8 histonen
= nucleosoom (beads on a string)
3. Nucleosomen stapelen zich compact op en vormen chromatine (30nm fiber)
4. Chromatine vormt lussen en is ondersteund door niet-histon-proteïnen
5. Chromatinelussen vouwen verder op tot chromosoom
Euchromatine: losser gewonden chromatine , varieert doorheen celcyclus , genetisch actief
Heterochromatine: super compact DNA , is meestal genetisch inactief
Chromosomen: 22 autosomen + 2 geslachtschromosomen → 21 is kleinste chromosoom
Genoom: verzamelnaam voor alle verschillende DNA van een organisme
Chromosoom functie: gespecialiseerde sequenties nodig voor chromosoom functie
Centromeren: regio waar het kinetochoor(groot proteïnecomplex) zal binden tijdens de voorbereiding
op celdeling
➢ Microtubuli binden aan kinetochoor en positioneren de chromosomen tijdens metafase
+ trekken ze uiteen naar tegengestelde polen
Origins of replication: DNA sequentie waar proteïne factoren binden voor cel replicatie te initiëren
Telomeren: gespecialiseerde structuur aan het einde van het chromosoom
➢ Nodig voor het behoud van de integriteit van het chromosoom
Opbouw:
➢ Bestaat uit 6 nucleotide repeats van TTAGGG
➢ De G-rijke streng (TTAGGG) heeft aan zijn 3’ zijde een overhangend stukje dat met de C-rijke
streng bindt en een T-loop vormt

DNA replicatie aan telomeren:
Kortere chromosomen: bij replicatie wordt de laatste base niet gerepliceerd doordat de primer daar bindt
Telomerase: TERT-enzyme bestaande uit proteïnen en een RNA sequentie complementair aan TTAGGG
→ complementaire nucleotiden binden en maken zo de telomeren langer
➢ Vooral gebruikt bij vorming van gameten zodat volgende generatie niet steeds kortere
telomeren heeft
➢ “biologische klok” – kortere telomeren bij ouderen → telomerase functie vermindert
Senescente cel: cel die niet meer deelt
Kanker: gebruikt telomerase om te kunnen blijven delen
Ploïdie: aantal kopies van de basis chromosomen set → aangeduid door copy number (C)
➢ Diploïd (2C -maternaal-paternaal) , haploïd(1C -gameten), nulliploïd(0C -erythrocyten)
➢ Polyploïd: door replicatie zonder celdeling / celfusie

,DNA en chromosomen in celdeling en celcyclus:
G1-phase: Gap fase 1
S-phase: DNA synthese
➢ De DNA helix wordt verdubbeld en 2 zuster chromatiden
blijven verbonden via cohesines
G2-phase: Gap fase 2
M-phase: mitose en celdeling(cytokinese)
➢ Chromosomen worden gecondenseerd en vormen de X-vorm
➢ De cohesines verwijderd en zuster-chromatiden gesplitst
waarna celdeling gebeurt
G0-phase: rust fase waarbij de cel niet deelt en de celcyclus verlaat
Interfase: G1 + S + G2 fases waarbij chromosomen verlengd worden

Mitochondriën:
➢ Produceren energie via oxidatieve fosforylatie
➢ Tot 1000en mitochondriën per cel → meer in cellen met hogere energiebehoefte
➢ Dynamische structuren
Mitochondrieel DNA:
• Eigen DNA (tot 10 moleculen DNA per mitochondrion) bestaande uit 16.000 basenparen
→ endosymbiont theorie
• Eigen genetische code → verschillend van al het andere leven op aarde
bv AGG codeert bij mitochondriën als stop , bij menselijke code voor arginine
→ doordat ze maar 13 eiwitcoderende genen hebben kon de code veranderen door een
mutatie omdat deze geen effect had op het eiwit
• Eigen transcriptie en translatie → geen recombinatie
• Genen: 13 eiwitcoderende genen , tRNA genen , rRNA genen → geen intronen in DNA
Replicatie van mitochondrieel DNA:
➢ Mitochondriën overgegeven door de moeder (van vader blijven achter in spermacel)
1. Aantal mitochondriën neemt toe bij celdeling
2. Mitochondrieel DNA(mtDNA) wordt gerepliceerd
→ oneven replicatie: sommige mtDNA moleculen meer gerepliceerd dan anderen
3. Mitochondrieel DNA van dochtercel is niet gelijk aan die van de oudercel
→ mitochondriële mutaties kunnen ook voorkomen

Mitose:
= 1 oudercel deelt en zo ontstaan 2 genetisch identieke dochtercellen
Mitose: prophase → prometaphase → metaphase → anaphase → telophase
= deel van de M-fase
Prophase: centriolen beginnen te splitsen en migreren naar de polen
Prometaphase: nucleaire enveloppe verdwijnt en de chromosomen
worden vastgemaakt aan de microtubuli(centriolen) via hun centromeren
Metaphase: de chromosomen liggen in de centrale as en cohesines verwijderd
Anaphase: zusterchromatiden scheiden en migreren naar de polen
Telophase: nucleaire enveloppe vormt terug en cytokinese begint

, Meiose:
= voor vorming van gameten
➢ Deling begint met een gametocyt en vormt 4 haploïde cellen
➢ Meiosis I en meiosis II
➢ Eicel heeft asymmetrische deldeling: na meiose I en II wordt 1 grote cel en 1 polair
lichaampje gevormd → lichaampje verwijderd
+ meiose I tijdens foetale groei en meiose II pas na pubertijd
Paren van paternaal en maternaal homoloog: tijdens meiose I
➢ Homologen worden gepaard aan de hand van een hoge sequentie-overeenkomst
➢ Homologen worden aan elkaar gebonden
Seks chromosomen paren bij XY: kan ter hoogte van pseudoautosomale regio’s
→ X is langer dan Y en ze hebben heel verschillende sequenties
Recombinatie: = cross over
➢ Door het breken van homologe chromosomen en het terug aan elkaar zetten van maternale
en paternale fragmenten
➢ Zorgt voor variatie in de gameten en zo in de populatie
Chiasmata: plaats van crossover
➢ Niet-random verdeeld → je hebt hotspots voor recombinatie
➢ Gebeurt altijd crossover bij pseudoautosomale regio


Genen:
Genoom: bestaat uit 109 basen
➢ Slechts 1,2% daarvan codeert voor eiwitten = exoom
Exon: coderend deel
Intron: niet-coderend deel dat tussen exonen ligt
Gen → eiwit: eerst splicing om de juiste exonen te selecteren, dan translatie
Chemische modificatie: aanpassing van de eiwitten na de translatie → vaak toevoeging van een kleine
chemische groep bv hydroxylatie, methylatie, toevoegen fosfaatgroep om eiwit inactief te maken…

Proteïnen:
Structuur:
➢ Opvouwen van het eiwit begeleid door chaperon molecules
Primaire structuur: sequentie van aminozuren
Secundaire structuur: organisatie van aangrenzende delen van de polypeptideketen
(AZ dicht bij elkaar in primaire structuur)
• 𝜶-helix: rigide cilinder gestabiliseerd door waterstofbruggen tussen O-atoom van de
carbonylgroep en het H-atoom van het AZ 4 plaatsen verder
• 𝜷-sheet
• 𝜷-turn: gestabiliseerd door waterstofbruggen tussen tegenover elkaar gelegen peptiden
→ op een parallele / anti-parallele manier
Tertiaire structuur: globale structuur (door interacties tussen AZ verder van elkaar)
Quaternaire structuur: globale structuur van een multimeer eiwit (meerdere polypeptideketens)
Disulfide bruggen: extracellulair is een oxiderende omgeving waardoor de SH op cysteïne geoxideerd
wordt en 2 S-atomen een zwavelbrug kunnen vormen
→ intracellulair een reducerende omgeving dus geen zwavelbruggen

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
1 oktober 2026
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting
€9,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
3
Volgers
1
Items
27
Laatst verkocht
1 week geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen