Geneeskunde 3e bachelor
KU LEUVEN Nieuwe curriculum sinds 2023-2024
,Inhoudsopgave
1.1 Wat en waarom epidemiologie?.................................................................3
1.2 geschiedenis van de epidemiologie en volksgezondheid.............................3
1.2.1 Historische wortels van epidemiologie: van Hippocrates tot nu.............................3
1.2.2 uitbraak van een epidemie.....................................................................................3
Voorbeeld: sterfte in België en de griep.......................................................................3
Belang van een kritische kijk op cijfers: het principe van Confounding........................4
1.2.2 moderne epidemiologie voor de arts en de volksgezondheid.................................4
Wat is dan de rol van de arts in de maatschappij?.......................................................4
1.3 definities, methodes en conceptueel kader................................................4
Wie? – De populatie...................................................................................................... 5
Wat? – Ziekte, aandoening of gezondheidstoestand.....................................................5
Waarom en hoe? – Determinanten (mogelijke oorzaken).............................................5
Waar en wanneer? – Tijd en plaats...............................................................................6
Samengebracht in één denkkader................................................................................6
1.4 subdomeinen en onderverdelingen............................................................6
1.4.2 observationele vs experimentele studies...............................................................6
Experimentele studies: Jenner en het ontstaan van vaccinatie....................................6
Observationele studies: cholera in Londen – Farr versus Snow.....................................7
1.4.3 descriptieve studies vS analytische studies............................................................7
1.4.4 exposure-oriënted vs outcome-oriënted epidemiologie..........................................8
1.5 frequentiematen......................................................................................8
1.5.1 Basisprincipes bij het meten van frequentie...........................................................8
Voorbeeld: borstkanker in twee gemeenten.................................................................8
1.5.2 Prevalentie............................................................................................................. 9
1.5.3 incidentie................................................................................................................ 9
Twee types incidentiematen......................................................................................... 9
1.5.4 Vergelijken van frequenties: blootstelling en ziekte.............................................10
De 2×2-tabel als basis................................................................................................ 10
Relatief risico (RR)...................................................................................................... 10
Odds & odds ratio (OR)............................................................................................... 10
Verband tussen relatief risico en odds ratio................................................................11
Exposure odds versus disease odds...........................................................................11
2.1 inleiding................................................................................................. 11
2.2 Oorzaken en risicofactoren: één oorzaak of meerdere?.............................12
Voorbeeld: obesitas is meer dan “te veel eten en te weinig bewegen”......................12
Risicofactoren: ze verhogen risico, maar zijn niet “de oorzaak”.................................13
2.3 Directe en indirecte verbanden: oorzaakketens........................................13
, Voorbeeld: werk als risicofactor voor hart- en vaatziekten.........................................13
2.4 Het probleem van omgekeerde causaliteit...............................................14
2.5 criteria voor causale associatie, de 9 wetten van Hill................................14
3.1 Epidemiologische studie designs.............................................................17
3.1.1 inleiding................................................................................................................ 17
3.1.2 soorten studydesigns........................................................................................... 17
3.1.2.1 Cross-sectionele studies (dwarsdoorsnede- of transversaal)..........................17
Evaluatie van de cross-sectionele studie.......................................................................18
3.1.2.2 Cohort studies (longitudinale studies)............................................................19
3.1.2.3 Case-Control studies.......................................................................................21
3.1.2.4 Randomized controlled trials..........................................................................23
3.2 Bias....................................................................................................... 23
3.2.1 Bias vs precisie..................................................................................................... 23
3.2.2 Richting van verschuiving door de Bias................................................................23
3.2.3 oorzaken van bias................................................................................................23
3.2.4 Misclassificatie..................................................................................................... 24
3.3 confounding en effect modifciatie............................................................25
3.3.1 confounding corrigeren – stratificatie...................................................................25
3.3.2 criteria voor een cofounder..................................................................................26
3.3.3 Confounder versus effect modificatie...................................................................26
3B. van epidemiologische studieresultaten tot volksgezondheid en
gezondheidsbeleid.......................................................................................27
5.1 Databanken (waar komen cijfers vandaan?).............................................31
5.2 Gezondheidsongelijkheid........................................................................32
5.3 Bevolkingsscreening...............................................................................32
5.3.1 doel...................................................................................................................... 32
5.3.2 Wilson & Jungner-criteria......................................................................................32
5.3.3 Screeningtest vs diagnostische test.....................................................................33
5.3.3 Testperformantie..................................................................................................33
5.3.3.1 Meten van testperformantie...........................................................................33
5.3.3.2 Overdiagnose................................................................................................. 34
5.3.3.3 bias................................................................................................................. 34
, HOOFDSTUK 1: INTRODUCTIE TOT
EPIDEMIOLOGIE
1.1 WAT EN WAAROM EPIDEMIOLOGIE?
Het woord epidemiologie is opgebouwd uit Griekse termen epi, demos en logos. Epi
betekent “op, bij, rondom”, demos betekent “de mensen, het volk” en logos betekent “de
studie”. Epidemiologie is dus de studie van wat zich rond het volk en in populaties
afspeelt
Het vakgebied van de epidemiologie is gegroeid uit het feit dat mensen samenwonen. De
versterking en expansie van populaties, oorlogen, maar ook natuurrampen hebben ervoor
gezorgd dat de mens is beginnen stilstaan bij het feit dat groepen mensen ziek kunnen
worden. Het gaat dus niet langer enkel over het individu.
Studies binnen dit vakgebied laten ons toe om de verspreiding van ziekte in kaart te
brengen. We kunnen subgroepen identificeren die het meest gevoelig zijn voor de
gevolgen van een blootstelling (bijvoorbeeld aan een bacterie of een virus). Naast het in
kaart brengen van een probleem of ziekte, en het beter begrijpen van de ziekte (de
etiologie), is preventie één van de belangrijkste doelstellingen binnen de epidemiologie.
Op die manier proberen we ziekte onder controle te krijgen in de populatie, met als doel
volksgezondheidsvoordelen of “publieke hulp”.
1.2 GESCHIEDENIS VAN DE EPIDEMIOLOGIE EN
VOLKSGEZONDHEID
1.2.1 HISTORISCHE WORTELS VAN EPIDEMIOLOGIE: VAN HIPPOCRATES
TOT NU
Hippocrates, de vader van de geneeskunde, zocht een logica achter ziekte. Dat sluit aan
bij wat epidemiologie ook veronderstelt: we worden niet zomaar ziek, en het is niet omdat
“God dat gewild heeft”. Er is een logisch verband tussen mogelijke factoren in onze
omgeving en het ziek worden.
Het verschil met Hippocrates is dat men zich in de epidemiologie niet bezighouden met
de mens als individu, maar met de mens als deel van een populatie. De echte vader van
de epidemiologie is John Snow, hij bracht een hypothese naar voren over hoe cholera
werd overgebracht, gebruikte logica naast observaties, testte zijn hypothese via
preventie (een interventie) en bekwam zo een verbetering van de volksgezondheid. Dit
betekende de start van de moderne epidemiologie.
1.2.2 UITBRAAK VAN EEN EPIDEMIE
VOORBEELD: STERFTE IN BELGIË EN DE GRIEP
De grafiek hiernaast geeft het aantal sterfgevallen per
dag in België van 2014 tot 2019 weer. Deze grafiek
toont een jaarlijkse piek van sterfte in de winter.
Wanneer we deze cijfers combineren met de kennis dat
elke winter gepaard gaat met een griepepidemie,
kunnen we afleiden dat deze mortaliteitspiek het gevolg
is van deze epidemiën. Vanuit die vaststelling kunnen
we aan preventie doen om die mortaliteits-piek naar beneden te krijgen.