1
,Hoorcollege 1 – preventief strafrecht en art. 46 Sr (26 maart 2026)
Onderwerpen
- Setting the scene: strafbaarstellingen in de voorfase
- Redenen voor preventief strafrecht
- Daadstrafrecht en intentiestrafrecht
- Overzicht van strafbaarstellingen in de voorfase
- Hoofdlijnen van art. 46 Sr
- Bezwaren tegen preventief strafrecht
Literatuur
- J. de Hullu en P.H.P.H.M.C. van Kempen Materieel strafrecht, 9 e druk, Deventer: Kluwer
2024, paragraaf VI.3, ‘Strafbare voorbereiding’ (zie Brightspace)
- B.F. Keulen, ‘Grenzen aan de strafbare voorbereiding’, in: E. Gritter (red.), Opstellen
materieel strafrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2009, p. 45-65, 69-72 (zie Brightspace)
Dit college gaat over de verschuiving binnen het strafrecht van reageren op strafbare feiten naar
het voorkomen daarvan. Daarbij staat de zogenaamde voorfase centraal: gedragingen die
plaatsvinden vóórdat er sprake is van een poging of voltooid delict. De kernvraag is: hoever mag
het strafrecht naar voren schuiven zonder dat we gaan straffen voor intenties in plaats van
gedragingen? (daadstrafrecht à intentiestrafrecht)
Klassieke uitgangspunten van het strafrecht (WvSr 1886)
Het Nederlandse strafrecht is gebouwd op een aantal fundamentele uitgangspunten:
- Ultimum remedium: het strafrecht is het laatste middel:
o alleen inzetten als andere middelen niet volstaan (subsidiariteit)
o straf mag niet zwaarder zijn dan nodig (proportionaliteit)
- Daadstrafrecht
o Strafbaarheid is gekoppeld aan een gedraging van een individu (gewilde
spierbeweging)
o Die gedraging moet uiterlijk waarneembaar zijn
o Intentie speelt wel een rol, maar moet blijken uit gedrag
o Gedachten op zichzelf zijn niet strafbaar (geen intentiestrafrecht of
gesinnungsstrafrecht)
- Hoofdregel: het strafrecht reageert op een voltooid strafbaar feit.
Uitzonderingen
Er zijn drie klassieke uitzonderingen waarbij al eerder kan worden ingegrepen:
Poging (art. 45 Sr): er moet een begin van uitvoering zijn, zichtbaar naar buiten
Samenspanning (art. 80 Sr): een overeenkomst om een misdrijf te plegen
Deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr): deelname aan een
samenwerkingsverband met een crimineel oogmerk
Ook bij deze uitzonderingen blijft een gedraging vereist.
Preventief strafrecht
- Dringt door in verschillende hoeken van ons systeem
o Strafvorderlijk: bijvoorbeeld mogelijkheden om te infiltreren
o Bij sanctionering: een neiging naar straffen op een wijze waarbij meer wordt
voorkomen in plaats van reageren op strafbare feiten (voorwaardelijke
modaliteiten, proeftijd, gedragsvoorwaarden)
- Op verschillende plekken komt het dus terug, uiteindelijk is dit risicodenken (gaat al terug
naar 1980 à Ulrich Beck, samenleving is een ‘risicogezelschap’)
In de praktijk bleek het systeem soms te laat in te grijpen.
Voorbeeld: ontvoering Wastora (1991)
De politie had informatie dat criminelen iemand wilden ontvoeren. Criminele Joegoslaven waren
er op uit om rijke mensen te kidnappen op losgeld. Actie was: ‘Als jullie nu verder gaan dan is het
2
,foute boel’. Politie verhindert ontvoering van ex-baas Wastora. In Nederland ontstond beroering.
Politie heeft risico-analyse gemaakt. We kunnen wachten totdat ze voor de deur staan, maar te
risicovol. Toch waren er problemen:
Geen poging: er was nog geen begin van uitvoering
Samenspanning moeilijk te bewijzen. Geen overeenkomst. Formeelrechtelijk is het lastig
om rond te krijgen. Aan een verdenkingscriterium wordt niet voldaan.
Criminele organisatie vaak pas achteraf vast te stellen
Dit zijn GWK-situaties (geen begin van de uitvoering). Daarnaast gold: zonder redelijke
verdenking (art. 27 Sv) mogen geen dwangmiddelen worden ingezet.
Commissie Van Veen: voorstellen van uitbreiding van aansprakelijkheid
● De wetgever ging verder dan de voorstellen van de commissie, zo is art. 46 Sr in het
leven geroepen.
● Het moet gaan om ernstige delicten: 8 jaar of meer.
● Kennelijk bestemd = nu bestemd
● In vereniging = nu niet meer ‘in vereniging’
Strafbare voorbereidingshandelingen (art. 46 Sr)
Art. 46 Sr maakt het mogelijk om gedragingen vóór de poging al strafbaar te stellen.
Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf
van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen,
stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen BESTEMD TOT HET BEGAAN VAN
DAT MISDRIJF verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft.
Vereisten van art. 46 Sr
1. Grondfeit (objectief): het moet gaan om een misdrijf met een strafmaximum van 8 jaar
of meer.
2. Voorbereidingshandeling
Bijvoorbeeld: verwerven, vervaardigen, invoeren/uitvoeren of voorhanden hebben.
Deze lijst is limitatief, maar in de praktijk heel ruim.
3. Voorbereidingsmiddel
Bijvoorbeeld: voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten, vervoermiddelen.
Ook dit is breed geformuleerd.
4. Bestemd tot het misdrijf
Dit is het belangrijkste en lastigste element. Vraag: wanneer is iets “bestemd” voor een
misdrijf?
Soms duidelijk: wapens, tiewraps, plattegronden → sterke aanwijzing
Soms niet: geld, telefoon, auto → op zichzelf neutraal
De bestemming moet blijken uit de omstandigheden én de intentie.
De vereisten bieden ruimte voor interpretatie. Als je wordt aangehouden met AK-47
en tiewraps & info over bepaalde persoon. Dan evident bedoeld om hem of haar te
kidnappen. Op het moment dat je aangehouden wordt met grote hoeveelheid
contant geld, is niet voldoende om de bestemming tot het plegen van het misdrijf te
bewijzen. Uit de intentie moet ook iets blijken, te weten bestemdheid om het misdrijf
te plegen/te bewijzen.
Valt de criminele intentie te bewijzen? Voorbeeld: dreigbrief, dan is het voorwerp van
een pen al voldoende om te bewijzen dat iemand de intentie heeft gehad
Belangrijk inzicht: objectieve en subjectieve elementen beïnvloeden elkaar (het
zijn communicerende vaten).
Kennelijk’ geschrapt in 2007 → subjectivering in de wet? à Keulen vindt van wel,
Sikkema van niet
o Kennelijk = zichtbaar, naar uiterlijke verschijningsvormen
o Tie wraps zijn kennelijk bestemd om iemand te kidnappen.
o AK-47 kennelijk bestemd om iemand te doden.
o Auto met dubbele bodem kennelijk bestemd om drugs te vervoeren.
o Het woord ‘kennelijk’ werd uitgelegd→ objectieve lading. De wetgever had in de
MvT gezegd dat het een meer subjectieve uitleg moeten krijgen dan bij de
3