Examen: multiple choice, geen giscorrectie, 27/40 halen, Vragen stellen
voor 16 december(laatste les)
Inleiding tot het recht
1.Wat is recht?
Iedereen wordt geconfronteerd met recht
- Privé leven overeenkomsten sluiten
- Professioneel leven student dus gebonden aan regelement
DEFINITIE
recht bestaat uit 3 categorieën
1. regels die ons gedrag, functioneren ordenen
2. niet alleen regels, regels hebben die het recht kan afdwingen (sanctie
kunnen afdwingen)
3. bestaande recht kunnen wijzigen of af te schaffen
1.2 Objectief recht staat ten opzichte van subjectief recht: Wat is het
verschil?
Objectief recht: de rechtsregels zoals ze bestaan
Subjectief recht: rechten die u ontleend aan het objectief recht,
iedereen bezit dit, rechten die u kan afdwingen voor de rechter.
1. Indeling van het recht
2.1.1 Onderscheid tussen nationaal recht en internationaal recht
Verschil:
Nationaal recht: nationale bron, bv. In België vinden ze de bron in
het federaal parlement zij maken regels voor nationaal recht
Internationaal recht: recht voortvloeiend uit gedragen die gesloten
worden, landen sluiten overeenkomsten
2.1.2 Indeling van het nationaal recht
1) Privaat recht: recht dat de relaties tussen burgers beheerst
Burgerlijk recht: recht geschreven voor burgers, vindt je terug
in het burgerlijk wetboek (BW) bijbel burgerlijk recht
(bewijsrecht in terug), moderniseren (voortdurend stukken
vernieuwd) OBW oud burgerlijk wetboek
Ondernemingsrecht: recht geschreven voor ondernemingen, in
ondernemingsleven moeten zaken snel en makkelijk verlopen
daarom aparte regels en niet burgerlijk recht
WER: wetboek van economisch recht: structuur;
20 boeken elk boek behandeld verschillende materie
WVV: wetboek vennootschappen en verenigingen, ook nog
afzonderlijke wetten
, Privaatrechtelijk procesrecht of gerechtelijk recht: het kunnen
afdwingen van rechtsregels
1. Regelt heel onze gerechtelijke organisatie
2. Regelt ook alle procedures
Vind terug in gerechtelijk wetboek (GER W); ook
afzonderlijke wetten
2) Publiek recht: relatie tussen burgers en overheid bv. Fiscaal recht,
of relaties tussen overheden onderling
1. Grondwettelijk recht: zit in hoofdzaak in de grondwet
(=hoogste rechtsbron), In grondwet zitten 3 aspecten:
o 1)staatsstructuur: structuur van België
o 2)aantal basisbeginselen die fundamenteel zijn
voor ons land, bv. De scheiden der machten (=
wetgevende macht, uitvoerende en rechtelijke
macht deze machten zijn gescheiden)
o 3)rechten en vrijheden, vb. vrijheid van
onderwijs, vrijheid van meningsuiting
2. Bestuursrecht: (niet echt bespreken) regelgeving van de
uitvoerende (=zij die wetgeving uitvoeren) macht, niet een
uitgesproken wetboek
3. Fiscaal recht: bepaald financiën van de overheid, regelt de
BTW,
WIB (= wetboek inkomsten belastingen)
4. Strafrecht: bv. Wat niet kan is slagen en verwondingen,
drugshandel, zijn handelingen waarvan het strafwetboek zegt
onaanvaardbaar en als u het toch zou doen dan staan daar
straffen op SW = strafwetboek staat wat de straffen zijn,
er zijn ook veel afzonderlijke wetten
5. Strafprocesrecht: juridische procedure die men volgt bij
strafrechtelijke vervolgingen wetboek van strafvordering
Belang onderscheid tussen privaat en publiek recht
Privaat : veel rechtsregels en ze zijn van aanvullend recht of
suppletief recht (wij kunnen daarvan afwijken) , er zitten niet
alleen regels van aanvullend recht maar ook regels van
dwingend recht en van openbare orde (=regels waardat u niet
van kan afwijken)
o Dwingend recht: beschermt private belangen (bv.
Beschermt de consument)
o Recht van openbare orde: belangen van de overheid,
beschermt de publieke belangen
Publiek recht: regels van openbare orde
,Je moet dat onderscheid relativeren: redenen
Rechtstakken die regels hebben die behoren tot beide
domeinen(voor een stuk privaat en stuk publiek)
o Vb. ondernemingsrecht bestaat uit 2 componenten
namelijk het eigenlijke ondernemingsrecht (regelt de
overeenkomsten) = privaatrecht, en het economisch
recht (= is het recht wat bepaalt hoe u u op de markt
moet gedragen) = publiek recht
o Vb. Sociaal recht valt onder Individueel arbeidsrecht
(regelt relatie tussen werkgever en werknemer) en
collectief arbeidsrecht (= collectieve afspraken tussen
werkgevers en werknemers) , en het eigenlijke sociaal
recht (= reglementering van vb. werkloosheid,
ziektewetgeving)
Probleem oplossen met privaat en publiek recht
o Vb. vennootschap(=privaatrecht)
Europees recht: zij kennen geen onderscheid tussen privaat en
publiek recht
Overheid: beginnen meer en meer privaatrechtelijke
technieken te gebruiken
o Vb. overheid die gronden en gebouwen willen
werven onteigenen (ze maken gebruik van de
techniek koop/verkoop)
o Vb. werknemers van de overheid (vroeger
ambtenaren) ze hebben geen ambtenaren meer
maar spreken van werknemers
Internationaal recht
1) Internationaal privaatrecht: recht dat bepaald welk nationaal
recht je toepast bij relaties met een buitenlands factor komen uit
een nationale orde: in Belgie een wetboek van IPR (internationaal
privaat recht)
2) Internationaal publiekrecht of volkerenrecht: recht dat de
relaties tussen landen regelt, heeft ook betrekking met relaties
tussen landen en internationale organisaties wordt geregeld door
verdragen:
o Men gaat die verdragen onderhandelen
o Ondertekening van het verdrag/akkoord (gebeurd door
onderhandelaars)
o Bekrachtiging (gebeurd door het parlement)
3) Europees recht: recht dat voorkomt uit EU (27 lidstaten) landen
die toetreden aan de EU hebben bevoegdheden overgedragen aan
, de EU, is zeer uniek wordt niet gedaan bij andere organisaties,
belangrijke principes van Europees recht:
o Wordt gekenmerkt door overdracht van bevoegdheden
o Primauteit of voorrang van Europees recht (Europees recht
altijd voorrang op nationaal recht)
o Rechtstreekse of directe werking van Europees recht
Aantal belangrijke begrippen
1. Rechtstaat = de overheid is er niet om zijn eigen belangen veilig te
stellen, maar stelt de belangen van zijn burgers veilig
moet ons beschermen tegen andere burgers
tegen de overheid zelf
beschermen ten opzichte van buitenlandse overheden
EVRM = Europees verdrag voor de rechten van de mens bevatten
fundamentele rechten zoals bv. Recht op vrije meningsuiting.
Zij hebben een directe werking, landen kunnen veroordeeld worden als de
wetgeving in tegenstrijdig is met het EVRM ze kunnen rechtstreeks bij
de rechter begeven
2. Wetstaat = meer wetgeving maken met probeert meer
gelijkheid te creëren en men probeert zwakke partijen te
beschermen
Via de wetgeving de burger rechten geven en beschermen
Deregulering: aantal regels hebben geen nut meer(overbodig)
3. 3 staatsmachten:
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechterlijke macht
SCHEIDING DER MACHTEN
3machten zijn onafhankelijk van elkaar en kunnen elkaar geen instructies
geven(onafhankelijk van elkaar) maar ze controleren elkaar wel!, ze zijn
niet volledig onafhankelijk (ze werken goed samen) dus voor een stuk
relativeren: ze beïnvloeden elkaar op een bepaalde manier en houden
elkaar in balans