Inhoud
MD-K 5.1 Bloedverlies in het eerste trimester.................................................................................... 2
MD-K 5.2 Afwijkingen placenta, vliezen en navelstreng ................................................................... 17
MD-K 5.3 Bloedverlies in het 2e en 3e trimester .............................................................................. 38
MD-K 5.4 Oligo- en polyhydramnion................................................................................................. 47
MD-K 5.5 Hoogstaand caput à terme................................................................................................ 60
MD-K 5.6 Schildklierproblematiek .................................................................................................... 68
MD-K 5.7 Hemoglobinopathie .......................................................................................................... 87
MD-K 5.8 tractus uropoëticus ........................................................................................................... 99
MD-K 5.9 Aandoeningen tractus uropoëticus ................................................................................. 125
MD-K 5.10 tensieregulatie .............................................................................................................. 138
MD-K 5.11 Hypertensieve aandoeningen ....................................................................................... 148
MD-K 5.12 Hemostase .................................................................................................................... 174
MD-K 5.13 Bloedgroepincompatibiliteit ......................................................................................... 186
College Jeroen bloedgroep antagonisme ........................................................................................ 199
MD-K 5.14 neonatale problematiek ................................................................................................ 202
MD-K 5.15 Psychologie.................................................................................................................... 227
MD-K 5.16 seksualiteit .................................................................................................................... 230
,MD-K 5.1 Bloedverlies in het eerste trimester
Nummer Moduledoel
1. Je legt de pathofysiologie, symptomen, prevalentie, diagnostiek, risico’s en beleidsopties uit
van bloedverlies in het eerste trimester van de zwangerschap.
Kennisclip
Prevalentie
- Vaginaal bloedverlies in het eerste trimester 20% van alle zwangere vrouwen
- Bij ongeveer 50% duidt dit op een miskraam
Etiologie/ DD > 16 weken
Obstetrische oorzaken
- Dreigende miskraam
- Miskraam in gang
- EUG
- (Partiele) molagraviditeit
Niet-gynaecologische oorzaken
- Gerelateerd aan mictie - cystitis of caruncula urethrae
- Gerelateerd aan defecatie - hemorroiden of fissura ani
Gynaecologische oorzaak
- Erosieve portio
- Verwondingen
- Cervixpoliep
- Cervixcarcinoom (kanker)
- SOA: Chlamydia, condylomata
Vaginaal bloedverlies 16-24 weken
Obstetrische oorzaken
- Dreigende partus immaturus – na 16 weken dreigende extreme vroeggeboorte
- Cervixinsufficiëntie- cervix werkt niet goed, zonder veel klachten of weeën gaat de cervix
open. Gevolg van meerder curettages, conisatie van de cervix (ingreep bij afwijkend
uitstrijkje of HPV-test, een lusvormig schroeidraadje wordt er een stukje van de
baarmoederhalsoppervlakte verwijderd)
- Buiktrauma
, - Placenta praevia
- Vasa praevia
- (Partiële) abruptio (loslating van placenta)
➔ Deze onderwerpen komen in een ander moment in de opleiding verder aanbod!
Niet-gynaecologische oorzaken
- Gerelateerd aan mictie - cystitis of caruncula urethrae (goedaardige tumor in opening van
urethra)
- Gerelateerd aan defecatie - hemorroïden of fissura ani (scheurtje in het slijmvlies van de
anus)
Gynaecologische oorzaak
- Erosieve portio
- Verwondingen
- Cervixpoliep
- Cervixcarcinoom
- SOA: Chlamydia, condylomata
Miskraam (spontane abortus)
Uitdrijving van niet-vitale zwangerschap bij een zwangerschapsduur <20 weken; meestal vindt
uitdrijving plaats bij een zwangerschapsduur <12 weken, zelden >16 weken.
Met het begrip 'miskraam' wordt vaak zowel de echoscopische diagnose 'niet vitale zwangerschap'
als de uitdrijving daarvan bedoeld.
Niet- vitale zwangerschap (missed abortion)
- Afwezige hartactie bij een foetus met een kruin-stuitlengte (CRL) ≥ 7 mm
- Een lege vruchtzak zonder foetus en/of dooierzak bij een zwangerschapsduur van ≥ 6 weken
(met of zonder bloedverlies).
Abortus imminens – dreigende miskraam
Abortus incipiens – miskraam in gang
Abortus incompletus- incomplete miskraam
Abortus completus- complete miskraam
Prevalentie miskraam
- 10-15% van zwangerschappen eindigt in herkenbare miskraam
- 30% (NHG) 50% (praktische verloskunde) - is een niet waarneembare miskraam
, Oorzaak miskraam
Foetale factoren:
- Chromosomale afwijkingen bij de foetus (natuurlijk selectiesysteem, grootste gedeelte van
miskramen veroorzaakt).
Maternale factoren:
- Toegenomen maternale leeftijd.
- Obesitas BMI ≥ 25
- Virusinfectie (bv cytomegalie, toxoplasmose, rubella, parvo B19).
- Roken.
- Dagelijks en overmatig alcoholgebruik.
- ≥ 2 eenheden cafeïnegebruik per dag.
Miskraam symptomen
- Beloop kan heel wisselend zijn.
- Bloedverlies; eerste dagen het hevigst. Toename bloedverlies is over het algemeen een teken
dat miskraam snel zal plaatsvinden.
- Onderbuiks- en/of rugpijn. Vaak weeënachtige pijn.
- Na complete miskraam neemt bloedverlies af of stopt het. Buikpijn verdwijnt. Spotting kan
aantal weken aanhouden.
- Bij incomplete miskraam; bloedverlies persisteert of neemt toe & buikpijn houdt aan.
- Kan sprake zijn van afname zwangerschapsverschijnselen.
Diagnostiek
Echo
- Hartactie kan m.b.v. vaginale echo gezien worden vanaf AD 5+ wkn.
- Positieve hartactie op de echo (i.c.m. bloedverlies in eerste trimester) - kans op spontane
miskraam rond 4-6%.
Vaginaal toucher