Periode 1, master Strafrecht UU
2025-2026
,Week College- of werkgroepthema
37 (week 1) Dinsdag 9 september: Neurorecht: drie domeinen van onderzoek
Donderdag 11 september: Neurowetenschap, vrije wil en
toerekeningsvatbaarheid
38 (week 2) Dinsdag 16 september: Forensische neuropsychologie en de invloed van
detentie op het brein
Donderdag 18 september: Werkgroep: toerekeningsvatbaarheid en psychische
overmacht
39 (week 3) Dinsdag 23 september: Neurointerventies en het ECHR
Donderdag 25 september:
Werkgroep: Neurointerventies binnen het strafrecht, over consent en rehabilitatie
40 (week 4) Dinsdag 30 september (uiteindelijk gegeven op 16 oktober): Gedwongen
hersenscans, nemo tenetur en het ECHR
41 (week 5) Dinsdag 7 oktober: Tbs in getal
Donderdag 9 oktober: Tbs en gedwongen geestelijke gezondheidszorg
42 (week 6) Dinsdag 13 oktober: Risicotaxatie in de forensische psychiatrie
43 (week 7) Dinsdag 21 oktober: Diagnostiek en behandeling
2
,Week 1
College 1: Neurorecht: drie domeinen van onderzoek (9 september 2025)
Centraal thema: overzicht neurorecht
- Drie domeinen: herziening, assessment en interventie
Literatuur:
- Hoofdstuk 11 Leerboek forensische psychiatrie.
- Meynen, G. (2020). Neurorecht: hoop of hersenschim? Den Haag: Boom Juridisch
(beschikbaar via Brightspace).
Een concreet voorbeeld dat werd genoemd is dat van een hersenimplantaat bij verlamde
mensen, waarmee zij bijvoorbeeld weer kunnen schaken. Dit soort casussen roepen steeds de
centrale vraag in dit vak op: wat vind ik hiervan als jurist?
Een ander voorbeeld dat werd besproken is dat van Anders Breivik. Psychologen
concludeerden in eerste instantie dat hij schizofreen was en daardoor niet in staat zou zijn
geweest zijn daden goed te plannen. Tegelijkertijd was de aanslag die hij pleegde uiterst
zorgvuldig voorbereid. Dit leidde tot een discussie over zijn toerekeningsvatbaarheid. Tot op de
dag van vandaag is dit nog altijd een gevoelig discussiepunt.
Waarom is ontoerekeningsvatbaarheid zo’n bron van discussie?
Een van de redenen hiervoor is dat psychiaters en psychologen vaak een cruciale rol spelen,
maar hun oordeel niet altijd onomstreden is. In Nederland is dit bijvoorbeeld aan de orde geweest
in de zaak van Thijs H.
Vrij algemeen wordt geaccepteerd dat er situaties zijn waarin een psychische stoornis zo ernstig
is dat iemand niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn daad. De subjectieve ervaring
staat centraal in psychopathologie. Tegelijkertijd bestaat er veel scepsis over de vraag of
psychiaters en psychologen wel in staat zijn betrouwbaar onderscheid te maken tussen gevallen
waarin ontoerekeningsvatbaarheid wel of niet moet worden aangenomen.
Bijzonder aan psychische stoornissen is dat in de psychopathologie de subjectieve ervaring
centraal staat. Informatie hierover verkrijgen we uitsluitend via de verklaringen van de persoon
zelf. Een stoornis zoals een depressie of psychose kan niet worden vastgesteld door middel van
MRI-, fMRI- of bloedonderzoek. Dit maakt de diagnostiek waardevol, maar in een rechtszaal ook
kwetsbaar.
à In de forensische psychiatrie is dit probleem groter dan in de reguliere geestelijke
gezondheidszorg (ggz), omdat verdachten vaak geen intrinsieke hulpvraag hebben en hun
medewerking kunnen laten afhangen van hun procespositie.
Waarom een zwakte? Die kwetsbaarheid ontstaat doordat een verdachte kan liegen of zaken kan
verdraaien, terwijl het uiteindelijk gaat om diens eigen ervaring. Het gaat om de ervaring van de
persoon zelf. De neurowetenschappen worden hier geïntroduceerd als een mogelijke oplossing
om meer objectiviteit en betrouwbaarheid toe te voegen aan het forensisch psychiatrisch
onderzoek.
Kunnen neurowetenschappen misschien helpen? à neurorecht.
Volgens Buruma bieden neurowetenschappen in de praktijk van de rechtsstaat zeker kansen,
maar brengen ze ook risico’s met zich mee die juristen niet mogen negeren.
Binnen dit kader onderscheiden we drie onderzoeksdomeinen die elk kunnen bijdragen:
1. Herziening (van het juridisch stelsel).
2. Assessment (van individuen).
3