H1.2 Leerdoelen
Je beschrijft wat het staatsrecht inhoudt en legt uit met welke vragen het staatsrecht zich
bezighoudt.
Je benoemt de kenmerken van een (nationale) staat en legt deze in eigen woorden uit.
Je legt de kenmerken van een rechtsstaat uit.
Je legt uit wat een grondwet is en wat het belang is van deze wet.
Je benoemt de kenmerken van een democratie en legt deze kenmerken uit.
Je legt het verschil tussen de directe en indirecte democratie uit en kunt deze herkennen
Staatsrecht : Het recht dat toeziet op inhoud en functioneren van de instellingen van de staat;
het omvat regels over bevoegdheden om regels te stellen en besluiten te nemen
Vragen waarmee staatsrecht bezighoudt:
- Wie is bevoegd tot het nemen van besluiten? Overheidsorgaan heeft de bevoegdheden maar
kan alleen uitoefenen als ze zijn toegekend in de grondwet of wet.
Voorbeelden van bevoegdheden: nemen van besluiten , regels maken en opleggen van
straffen
- Waarop is die bevoegdheid gebaseerd? Toegekende bevoegdheid? Op de grondwet
- Welke zijn de grenzen van toegekende bevoegdheid? Tot hoever mag de uitoefening gaan ,
wat is de reikwijdte van zo en bevoegdheid
- Welke andere normen begrenzen de uitoefening van een toegekende bevoegdheid? Gaat de
uitoefening niet in strijd met andere regels of beginselen. Als je een straf oplegt (1) en
bepaald hoeveel het wordt(2) vervolgens moet je kijken of de straf niet in strijdt gaat met
andere beginselen als proportionaliteitsbeginsel , dus de straf moet evenredig zijn aan de
misdaad/misdrijf.
- Wie ziet toe? Vaak is dat de rechter die toeziet of iets in strijd gaat met beginselen of
grondrechten. Via een petitierecht(schriftelijk verzoek om overheidsorgaan in te dienen) kun
je ook een vertegenwoordigd lichaam inschakelen die het controleert of toeziet.
Nationale staat: Staat is een territoriale organisatie , die gezag over een op het grondgebied
woonachtige bevolking uitoefent en daartoe over machtsmiddelen bezit, zoals het
geweldsmonopolie(leger inzetten en gevangenis stoppen oftewel opsluiten.
En personen onder het gezag op het grondgebied van de staat. Mensen die de gezag vormen
hebben een eenheid , een vlag , een taal dat is een natie.
,Kenmerken staat
- Internationale erkenning is van belang op het moment dat je zaken gaat doen als buitenland
zoals oorlogen van landen. Die wordt erkent door elkaar (landen).
- Geweldsmonopolie , een staat kan geweld gebruiken in bepaalde gevallen. Zoals burgers
opsluiten en geweld gebruiken ter bescherming van de staat.
- Soevereiniteit
- Eigen grondgebied
- Eigen bevolking
Kenmerken van rechtstaat
- Gelijkheid door en voor de wet, de staat handelt op basis van regels via wetgeving waardoor
o.a. discriminatie en willekeur worden voorkomen
- Legaliteitsbeginsel, alles wat de overheid doet moet gebaseerd zijn op de wet en wetten
mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast
- Scheiding der machten:
Wetgevende , uitvoerende en rechtsprekende macht
Machten worden gescheiden zodat niet alle macht bij 1 orgaan ligt en misbruik van macht
voorkomen.
- Onafhankelijke rechterlijk macht , burgers hebben toegang tot bescherming van hun rechten
en vrijheden + rechters moeten op een onafhankelijke en onpartijdige oordeel komen
- Grondrechten, de staat respecteert de fundamentele(van groot belang) rechten van de
burger
Grondwet: het document waarin de meest belangrijke regels over de staatsorganisatie en de
verhouding tussen staat en burgers zijn neergelegd.
Gedachte achter grondwet: basisregels vastigheid te geven + lastig maken dat veranderingen
makkelijk worden doorgevoerd. Het belang van grondwet is ook om de burgers te
beschermen.
Kenmerken Democratie
- Volksvertegenwoordiging : volk vertegenwoordigen in regels en wetten. Klein groep mensen
namens het hele volk zorgt ervoor dat het land bestuurbaar wordt.
- Vrije, eerlijke, geheime verkiezingen : je bent niet verplicht om te stemmen het is vrij. Eerlijke
verkiezingen zijn eerlijk en stemtellers moeten eerlijk tellen en niet geronseld. Geheim
betekent dat je niet hoeft te zeggen op wie je stemt dus in stemhokjes waar niemand je ziet.
- Machtenscheiding : de machten worden gescheiden om machtsmisbruik te voorkomen
- Politieke gelijkheid : iedereen mag een politieke partij starten.
- Grondwet : rechten, vrijheden en plichten staan vast in de grondwet.
- Bescherming van de vrijheid : een grondwet
- Maatschappelijke middenveld: hele uitvoering van alle politieke besluiten >
vrijwilligersorganisatie helpen mee om de samenleving bij te draaien (draaiend te houden)
- Vrije media : vrijheid van meningsuiting op het media. Zij zijn onderzoekers van de
samenleving en halen dingen naar boven die kloppen en niet (journalisten) en dat brengen ze
naar buiten, op dat moment gaat er heel snel wat veranderen.
Democratie is dan ook de wijze van organisatie waarin een staat de bevolking een stem geeft in
het runnen van de staat
, In een democratie heeft de bevolking eens stem in het beheren van de staat, dat kan op
verschillende manieren: De indirecte democratie of representatieve democratie is een
staatsvorm, waarbij het volk personen kiest die het bestuur van het land vertegenwoordigen.
De indirecte democratie is het omgekeerde van de directe democratie, waarbij het volk
rechtstreeks bestuurd.
1. Directe democratie : bevolking zelf laten besluiten
Zeer lastig omdat er veel tijd voor nodig is en sommige zaken kunnen deskundige beter
overgaan.
Voorbeelden :
- Referendum (raadgevend/raadplegend)
- Referendum = stemming voor kiezers over een specifiek vraagstuk (volkstemming)
Referendum raadplegend = initiatief ligt bij de overheid , wetgever vraagt kiezer om raad
Referendum raadgevend = kiezers geven advies aan wetgever over het politiek vraagstuk
- Burgerinitiatief = een voorstel en verzoek van burgers aan de tweede kamer om er over te
bespreken en standpunt over te nemen. Burgerinitiatieven vaak om hun leefomgeving te
verbeteren.
- Volksinitiatief = bij bindend referendum(2 e kamer heeft ingestemd) komt er een
volksstemming over het opgesteld voorstel
2. Indirecte democratie: is de regeringsvorm waarbij de bevolking vertegenwoordigers kiest die
vervolgens het bestuur uitvoeren.
• Staten-Generaal vertegenwoordigen het volk
• Indirect : representatie van de bevolking in de verschillende organen van de staat. Want we
stemmen via de lagen. We zeggen dus niet direct met een megafoon wat we willen in de wet.
• In Nederland kiezen we Tweede kamer , provinciale staten, gemeenteraad en de
waterschappen.
H2.1 Leerdoelen
Je legt het belang uit van de eisen waaraan kiesstelsels moeten voldoen.
Je legt de verschillende kiesstelsels in eigen woorden uit en benoemt een voorbeeld en voor-
en nadelen van elk stelsel.
Je legt uit wat scheiding der machten is en wat het belang hiervan is voor de rechtsstaat.
Je benoemt verschillende staatsvormen en legt in eigen woorden uit wat elke vorm inhoudt.
Je benoemt verschillende democratische stelsels en legt in eigen woorden uit wat elke vorm
inhoudt.