Het didactisch model LO-BR van HoGent
Inleiding
- Didactisch model
o Systematisch weergave essentiële aspecten leerprocessen en
relatie daartussen
o Steun bij voorbereiden, geven en evalueren lessen
o Referentiekader didactisch denken
Sleutelvragen
- In welke situatie begin ik?
o Sporters, sportlesgever, omgeving
o Aan wie geef ik les
o Welke mogelijkheden en kwaliteiten bezit ik
o In welke groep/klas
o In welke school/sportorganisatie
o Welke situationele gegevens rekening houden
- Wat wil ik bereiken?
o Leerdoelen
o Onderwijsdoelen, leerplandoelstellingen, lesdoelstellingen,
lesfasedoelen
- Wat doe ik om doelstellingen te bereiken?
o Oefenstof, krachtige setting, omgeving, sportlesgever
o Welke oefenstof kiezen en hoe opbouwen
o Welke organisatie vorm
o Manier van instructie/demo geven
o Leergesprek/ foutenanalyse/ feedback
o Welk didactisch model gebruikt
o Afspraken i.v.m. klasmanagement/ hoe reageren op ongewenst
gedrag
- Met welk resultaat heb ik mijn les(sen) geven?
zijn de doelstelling bereikt?
o Evaluatie, reflectie
o In welke mate lln doelstelling bereikt
o Doelstelling correct geselecteerd
o Wat ging goed
o …
,Basisonderwijs 2: lager
De sporters
De beginsituatie
= geheel van persoonlijke, schoolse en situationele gegevens die
opzetten/uitvoeren van leerprocessen kan beïnvloeden
De pedagogische beginsituatie
- Omschrijven algemene groep(sfeer)/klasklimaat
- Onderlinge relatie lln/lk
- Waar is welke lln sociaal-emotioneel sterk in
- Lln met bepaalde noden (medische beperking, leer of
ontwikkelingsstoornissen, kansarmoede, …)
- Taalbeheersing lln
De didactische beginsituatie
- Welke leerdoelen al bereikt
- Voorkennis lesonderwerp/ welke vaardigheden al verworven
- Beheren basisoefenstof vorige les
- Complexe oefeningen?
- Motivatie lln
- Belangrijk voor specifieke les(senreeks)
- Al gekende interesses die invloed hebben
Didactische tip
- Observatie lln binnen en buiten les
- Analyse voorgaande lessen, gebruikt materiaal, testen/resultaten
- Studie leerplan voorgaande/huidige les(senreeks)
- Interview lln
- Gesprek lesgever
- Enkel relevante beinvloedingsfactoren betreffende les
,Basisonderwijs 2: lager
Leer theorieën
Wat is leren
- Leren = verandering of aanpassing in gedrag, kennis of waarden als
gevolg van ervaring
- Veroorzaakt “relatief permanente verandering”
- Produceert nieuwe gedragsverandering en nieuwe kennis
- Beloning – straf – oefening (belangrijke) rol
- Vaardigheid leren afh. Van
o Genetisch bepaalde mogelijkheden
o Soort en hoeveelheid prikkels uit omgeving
Kenmerken van leren
- Niet altijd bewust van
- Soms opgelegd, andere vanuit interesse/ eigen wil
- Niet iedereen even snel
- Motivatie grote invloed
- Manier waarop verschilt
- Niet iedereen zelfde rendement
- Leerrendement afhv omstandigheden en aantal
persoonlijkheidskenmerken
Verband tussen rijpen en leren
- Leren binnen bepaalde leeftijdsperioden (individueel verschil)
- Voor leren bepaalde voorwaarden vervuld
o Bv. Rijping van het zenuwstelsel
- Myelisering snellere en efficiëntere signaal geleiding
o Automatisch en genetisch bepaald
- Gedrag veranderd door rijping zenuwstelsel
Bepaalde leerprocessen pas mogelijk wanneer nodige rijping heeft
plaatsgevonden
, Basisonderwijs 2: lager
Conditioneren
Wat is conditioneren
- Conditionering = manier waarop mensen en dieren leren zich
aanpassen aan hun omgeving
- Bepaald gedrag na blootstelling aan prikkel
- Associatie gelegd tussen twee zaken (prikkel en reactie)
- Vb’en
o Tafeldekken verwacht dat er gegeten wordt
o Hond ziet leiband verwacht wandeling
o Iemand vraagt basketbal verwacht dat die wilt basketten
- 2 vormen van conditionering
o Klassieke conditionering
o Operante conditionering
Klassieke conditionering
- Gedrag bestaat uit aangeboren en aangeleerd
- Aangeboren gedragingen (= reflexen)
o Helpen bij overleving
- Mensen en dieren kunnen ook nieuw gedrag aanleren
- Aangeleerd gedrag ontstaat door ervaring en oefening
- Reageren op een bepaalde prikkel hangt af van bepaalde
voorwaarden/ condities
o Klassieke conditionering (bv: hond Pavlov)
Kenmerken van klassieke conditionering
- Zonder onvoorwaardelijke stimulus dooft geconditioneerd gedrag
geleidelijk uit
- Uitgedoofde reactie snel opnieuw aangeleerd (herconditionering)
- Signaal kan aangeleerd gedrag opnieuw oproepen
(herinneringseffect)
- Prikkelgeneralisatie = reageren op gelijkaardige prikkels
- Prikkeldiscriminatie = onderscheid maken tussen verschillende
prikkels
(enkel reageren op de correcte)