Verbaal luistergedrag
- Parafraseren, reflecteren en samenvatten
- Bij een parafrase en een reflectie herhaalt de luisteraar kort in eigen woorden
wat hij denkt dat de patiënt hem verteld heeft.
Parafrase, die inhoudt van de boodschap wordt herhaald (laatste deel)
(objectief)
Reflectie, de gevoelens die waargenomen worden, wordt herhaald
(subjectief)
Waarom = een openvraag maar je moet oppassen met het gebruik. Leveren vaak
verdedigende antwoorden op.
Retorische vraag = sarcastische vraag > vraag waar je geen antwoord op verwacht.
Het is meer bedoeld als een mededeling
De context bepaalt in sterke mate de relatieve invloed van verbale, non-verbale en
vooral para linguïstische signalen.
Paralinguïstische signalen = stemtoon, spreektempo, articulatie, volume
Concretiseren = de ander zo nauwkeurig en precies mogelijk iets laten vertellen
Expliciteren = het uitdrukkelijk omschrijven of zeggen van iets om miscommunicatie
te voorkomen.
Thematiseren = helikopter view > de vragen die gesteld worden gaan over de relatie
tussen behandelaar en patiënt. De manier waarop zij met elkaar communiceren =
meta communicatie
Reguleren en samenvatten = fresh words, verduidelijken, doelgericht
Persuasief = De zender wil de opvatting of de houding van de ontvanger beïnvloeden.
Affectief = De zender wil bij de ontvanger bepaalde emoties opwekken.
Informatie:
o Syntactische informatie = vorm
o Semantische informatie = betekenis
o Pragmatische informatie = wat doet de ander met de informatie
Information-seeking theorie (Atkin, 1973):
o Mensen willen een bepaalde mate van zekerheid hebben over de wereld
waarin zij leven of aspecten daarvan
o Atkin:
Zoeken van informatie is afhankelijk van de afweging die mensen
maken over enerzijds de te verwachten opbrengst en anderzijds over
de noodzakelijke kosten die zij moeten maken om die informatie te
verwerven.
Waardeverwachtingstheorie (Rotter, 1966):
o Het menselijke gedrag is een functie van de waarde die toegekend wordt aan
het bereiken van bepaalde doeleinden en de verwachting dat het eigen
gedrag bijdraagt aan het bereiken van het doel.
- Parafraseren, reflecteren en samenvatten
- Bij een parafrase en een reflectie herhaalt de luisteraar kort in eigen woorden
wat hij denkt dat de patiënt hem verteld heeft.
Parafrase, die inhoudt van de boodschap wordt herhaald (laatste deel)
(objectief)
Reflectie, de gevoelens die waargenomen worden, wordt herhaald
(subjectief)
Waarom = een openvraag maar je moet oppassen met het gebruik. Leveren vaak
verdedigende antwoorden op.
Retorische vraag = sarcastische vraag > vraag waar je geen antwoord op verwacht.
Het is meer bedoeld als een mededeling
De context bepaalt in sterke mate de relatieve invloed van verbale, non-verbale en
vooral para linguïstische signalen.
Paralinguïstische signalen = stemtoon, spreektempo, articulatie, volume
Concretiseren = de ander zo nauwkeurig en precies mogelijk iets laten vertellen
Expliciteren = het uitdrukkelijk omschrijven of zeggen van iets om miscommunicatie
te voorkomen.
Thematiseren = helikopter view > de vragen die gesteld worden gaan over de relatie
tussen behandelaar en patiënt. De manier waarop zij met elkaar communiceren =
meta communicatie
Reguleren en samenvatten = fresh words, verduidelijken, doelgericht
Persuasief = De zender wil de opvatting of de houding van de ontvanger beïnvloeden.
Affectief = De zender wil bij de ontvanger bepaalde emoties opwekken.
Informatie:
o Syntactische informatie = vorm
o Semantische informatie = betekenis
o Pragmatische informatie = wat doet de ander met de informatie
Information-seeking theorie (Atkin, 1973):
o Mensen willen een bepaalde mate van zekerheid hebben over de wereld
waarin zij leven of aspecten daarvan
o Atkin:
Zoeken van informatie is afhankelijk van de afweging die mensen
maken over enerzijds de te verwachten opbrengst en anderzijds over
de noodzakelijke kosten die zij moeten maken om die informatie te
verwerven.
Waardeverwachtingstheorie (Rotter, 1966):
o Het menselijke gedrag is een functie van de waarde die toegekend wordt aan
het bereiken van bepaalde doeleinden en de verwachting dat het eigen
gedrag bijdraagt aan het bereiken van het doel.