Hoorcollege Week 1 - Internationale kinderrechten: totstandkoming, implementatie,
monitoring en kritische reflecties
Door de twee wereldoorlogen is duidelijk geworden dat het heel snel mis kan gaan met de belangen
en rechten van burgers. Het Europa zoals wij dat vandaag kennen, is mede ontstaan vanuit de
gedachte dat staten samen afspraken moeten maken, omdat het anders snel mis kan gaan tussen
verschillende Europese landen. Als Europa een sterke kracht wil zijn, moeten landen samenwerken
en op elkaars uitspraken kunnen vertrouwen. Dat gebeurt onder meer door gezamenlijk afspraken
te maken over mensenrechten.
Staten maken dus samen afspraken en kunnen daar vervolgens niet telkens afzonderlijk opnieuw
over onderhandelen of op afdingen. Het gaat om het reguleren van basisnormen, zodat staten
gezamenlijk vooruit kunnen gaan.
Staatsverplichtingen
Bij mensenrechten wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten staatsverplichtingen:
Negatieve verplichtingen: wat de staat niet mag doen. Dit is een onthoudingsplicht,
bijvoorbeeld het verbod om iemand willekeurig op te sluiten.
Positieve verplichtingen: wat de staat juist wel moet doen. Dit is een inspanningsplicht,
bijvoorbeeld het faciliteren van onderwijs of zorg.
Opkomst van kinderrechten
Voor de ontwikkeling van kinderrechten zijn drie belangrijke momenten te onderscheiden: 1924,
1959 en 1989.
1924
In 1924 stond vooral de gedachte centraal dat kinderen bijzonder kwetsbaar zijn. Deze
gedachte kwam sterk voort uit de ellende van de Eerste Wereldoorlog. De verklaring uit 1924 werd
gezien als een oproep aan de wereld over wat wij kinderen verschuldigd zijn.
1959
In 1959 veranderde het denken. Kinderen werden nog steeds gezien als kwetsbaar, maar daarnaast
ontstond sterker het idee dat zij ook rechten nodig hebben. Deze periode zit daarmee als het
ware tussen 1924 en 1989 in.
Ook het belang van het kind werd in deze periode steeds belangrijker. In de jaren vijftig
begonnen veel familierechtelijke systemen het belang van het kind te erkennen. Die ontwikkeling
zie je hier terug. De gedachte bleef echter nog steeds sterk dat kinderen kwetsbaar zijn en daarom
bescherming en specifieke rechten nodig hebben.
1989
1
,In 1989 verandert de gedachte fundamenteel. Kinderen hebben rechten niet alleen omdat zij
bescherming nodig hebben, maar omdat zij daar zelf recht op hebben. Kinderen worden daarmee
als rechthebbenden gezien en in die zin als gelijkwaardig aan volwassenen.
Dit is een fundamenteel andere gedachte dan in 1924 en heeft de ontwikkeling van de
mensenrechten verder gebracht. Kinderen worden niet langer alleen gezien als een kwetsbare
groep die onze hulp nodig heeft, maar ook als zelfstandige dragers van rechten.
Dit belangrijke moment werd destijds ook internationaal opgemerkt. De Verenigde Naties namen in
1989 een verdrag aan waarin de fundamentele rechten van kinderen werden vastgelegd. Daarmee
ontstond voor het eerst een bindend internationaal document waarin de rechten van kinderen
breed en zelfstandig werden erkend.
Betekenis van kinderrechten
Amerika heeft een andere opvatting en maakt er geen onderdeel van uit.
Unicef Rapport (Digitale Wereld): Digitalisering brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Er
ontstaat een nieuwe vorm van sociale ongelijkheid: een 'digitale kloof' tussen kinderen met en
zonder toegang tot de digitale wereld.
Als we het IVRK moeten duiden, dan is het een bijzonder en veelomvattend verdrag. Bijzonder
omdat ze gaan over een bijzondere groep mensen (kinderen) en veelomvattend omdat het geen
onderscheid maakt tussen politieke en burgerlijke rechten en economische sociale culture rechten
(dit is nu meer 1 geheel). Op Europees niveau heb je het EVRM, gaat niet perse over gezondheid en
gaat alleen over politieke en burgerlijke rechten.
IVRK gebaseerd op 3 pijlers:
1. Kinderen als rechtssubject omdat zij mensen zijn en niet afhankelijk zijn of kwetsbaar.
(gelijkheid)
2. Kinderen worden erkend als een bijzondere groep en is verbonden met het feit dat ze in
ontwikkeling zijn en dat dit een actievere houding van de overheid vraagt. Ze hebben een
groot belang bij de ontwikkeling. (ontwikkeling)
3. Kinderen zijn lid van een gezin of familie (belangrijke rol van de ouders): Het kind maakt
deel uit van een gezin, waarbij ouders een primaire rol en verantwoordelijkheid
dragen. (Opmerking: De mate waarin rechten worden uitgeoefend hangt af van de
ontwikkelingsfase van het kind).
Vraag 1: De juridische kanteling in de kijk op kinderen
Vraag: De opkomst van kinderrechten heeft de manier waarop wij juridisch naar kinderen kijken
veranderd. Wat wordt met deze verandering bedoeld en welke voorbeelden uit het IVRK
weerspiegelen dit?
Kern van de verandering: De verschuiving van het kind als object van
zorg (passief/kwetsbaar) naar het kind als rechtssubject (actieve dragers van fundamentele
rechten, gelijkwaardig aan volwassenen).
Voorbeelden uit het IVRK:
2
,o Art. 2 IVRK: Verbod op discriminatie (o.a. op basis van leeftijd).
o Art. 3 IVRK: De belangen van het kind vormen de eerste overweging bij alle maatregelen. Niet
vanwege kwetsbaarheid.
o Art. 12 IVRK: Het recht van het kind om zijn/haar eigen mening te uiten en gehoord te
worden.
o Art. 13 t/m 15 IVRK: De klassieke vrijheidsrechten. Het verdrag kent kinderen rechten toe die
voorheen vaak alleen aan volwassenen werden toegeschreven, zoals de vrijheid van
meningsuiting (Art. 13), vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (Art. 14) en de vrijheid
van vereniging en vreedzame vergadering (Art. 15). Kinderen zijn mensen zoals iedereen, in de
kern ook de rechten en vrijheden hebben.
Vraag 2: Verantwoordelijkheid van ouders en staatsinterventie
Vraag: In hoeverre reguleert het IVRK de verantwoordelijkheid van ouders en de rol van de staat
daarin?
Primaire verantwoordelijkheid (Art. 18 lid 1 IVRK): Ouders dragen de eerste
verantwoordelijkheid voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Het belang van het
kind moet hierbij hun primaire zorg zijn.
Ondersteunende rol overheid (Art. 18 lid 2 & Art. 27 IVRK): De staat moet ouders
bijstaan in hun opvoedingstaak en, waar nodig, materiële ondersteuning bieden.
Grond voor staatsinterventie: Omdat Art. 3 IVRK (het belang van het kind) voor
iedereen geldt, mag en moet de staat ingrijpen wanneer ouders het belang van het kind
niet waarborgen of schaden. Staatsinterventie is juridisch gerechtvaardigd om het kind te
beschermen.
Uitgangspunten
Volgens het VN-Kinderrechtencomité zijn er vier zogenoemde general principles. De grondslag
hiervoor ligt in General Comment nr. 5, paragraaf 12:
Artikel 2 IVRK – verbod op discriminatie;
Artikel 3 lid 1 IVRK – belang van het kind;
Artikel 6 IVRK – recht op leven en ontwikkeling;
Artikel 12 IVRK – recht om te worden gehoord.
Deze vier general principles vind je niet als zodanig terug in het verdrag zelf. Het is het VN-
Kinderrechtencomité dat deze vier bepalingen als general principles heeft aangewezen. Volgens
het Comité spelen deze vier bepalingen altijd een rol.
Let wel op dat deze vier bepalingen soms onvoldoende zijn om scherp te beantwoorden waar
kinderrechten precies een rol spelen. Bij bijvoorbeeld het jeugdstrafrecht moet je ook naar
specifiekere bepalingen uit het IVRK kijken. Je moet een vraag dus niet uitsluitend beantwoorden
aan de hand van de general principles.
3
, Definitie van het kind
De definitie van een kind staat in artikel 1 IVRK.
Dynamische rechtspositie van het kind
De rechtspositie van het kind is dynamisch en verandert mee met de ontwikkeling van het kind.
Daarbij zijn onder andere relevant:
het right to development uit artikel 6 IVRK;
de evolving capacities, oftewel de zich ontwikkelende vermogens van het kind, uit artikel
5 IVRK;
leeftijd en rijpheid, bijvoorbeeld in artikel 12 en artikel 14 IVRK.
Implementatie
Artikel 4 IVRK is de belangrijke bepaling over de implementatie van de rechten uit het verdrag.
Monitoring
Het toezicht op de naleving van het IVRK vindt plaats door het VN-Comité voor de Rechten van
het Kind. Dit is geregeld in artikel 43 e.v. IVRK.
Werkgroep week 1
Literatuur (verplicht)
M. Freeman, ‘Why It Remains Important to Take Children’s Rights
Seriously’, International Journal of Children’s Rights 2007/15, p. 5-23.
Waarom kinderrechten belangrijk zijn (Freeman 2007): kinderen moeten worden gezien als
zelfstandige dragers van rechten en niet alleen als personen die door ouders of de Staat worden
beschermd. Rechten zorgen ervoor dat hun belangen, stem en positie juridisch zichtbaar worden.
“Rights without remedies are of symbolic importance no more” betekent dat rechten weinig
praktische waarde hebben als kinderen geen mogelijkheid hebben om een schending aan te
kaarten of herstel te krijgen. Kinderrechten moeten dus niet alleen op papier bestaan, maar ook
daadwerkelijk afdwingbaar en toegankelijk zijn via effectieve rechtsmiddelen.
Children’s Rights Law – Achievements and Challenges
Ontstaan en betekenis van het IVRK
Het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK/CRC) is het centrale internationale verdrag voor
kinderrechten en combineert burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten. Het
verdrag bouwt voort op de Kinderrechtenverklaringen van 1924 en 1959. Waar aanvankelijk
vooral bescherming en verzorging van kinderen centraal stonden, erkent het IVRK kinderen ook
als zelfstandige dragers van mensenrechten.
Het IVRK werd tussen 1978 en 1989 onderhandeld. De Koude Oorlog speelde daarbij een rol:
communistische staten benadrukten economische en sociale rechten, terwijl westerse staten meer
4