Dik (30 tot max 80 km)
Graniet
Minder zwaar
Graniet (minder zwaar)
Dikker dan oceanische plaat
Hoe hoger de aardkorst hoe groter het deel dat zich in de asthenosfeer
bevindt
Bij gebergten tot zo 80 km dik
Oceanische plaat
Dun (tot 10 km)
Basalt
Zeer zwaar
Basalt (zwaar)
8-10 km dik
Binnen-kern : metalen en vast
Buitenkern : metalen en vloeibaar
Mantel : gesteente en plastisch
gesteentekringloop
sediment
o klastisch
o chemische
o organische
Aanstollings
o uitvloeiingen en diepte
metamorf
o 1 gesteente wordt een ander gesteente door de druk
o kenmerken en ontstaan
1. Stollingsgesteenten (magmatische gesteenten):
, Ontstaan:
Door het stollen van gesmolten gesteente
(magma of lava).
Intrusief (dieptegesteente): magma stolt onder het
aardoppervlak.
Extrusief (uitvloeiingsgesteente): lava stolt aan
het aardoppervlak.
Kenmerken:
Kristallijne structuur: de mineralen vormen
kristallen.
Textuur varieert: van grofkorrelig
(dieptegesteente) tot fijnkorrelig of glasachtig
(uitvloeiingsgesteente).
Hard en duurzaam.
Voorbeelden: graniet (intrusief), basalt (extrusief).
2. Sedimentaire gesteenten (afzettingsgesteenten):
Ontstaan:
Door het samenpersen en cementeren van
sedimenten (fragmenten van andere gesteenten,
organisch materiaal of chemische neerslag).
Afzetting vindt plaats in water, wind of ijs.
Kenmerken:
Gelaagdheid: zichtbare lagen van sediment.
Vaak fossielen aanwezig.
Textuur varieert: van fijnkorrelig (kleisteen) tot
grofkorrelig (conglomeraat).
Relatief zacht en poreus.
Voorbeelden: zandsteen, kalksteen, kleisteen.
3. Metamorfe gesteenten (omvormingsgesteenten):
Ontstaan:
Door de omvorming van bestaande gesteenten
(stollingsgesteenten, sedimentaire gesteenten of
, andere metamorfe gesteenten) onder invloed van
hoge temperatuur en/of druk.
Verandering van mineralogie en textuur.
Kenmerken:
Gelaagdheid of foliatie: parallelle rangschikking
van mineralen.
Kristallijne structuur.
Hard en compact.
Voorbeelden: marmer (uit kalksteen), leisteen (uit
kleisteen), gneis (uit graniet).
Continentale plaat
Dik (30 tot max 80 km)
Graniet
Minder zwaar
Graniet (minder zwaar)
Dikker dan oceanische plaat
Hoe hoger de aardkorst hoe groter het deel dat zich in de asthenosfeer
bevindt
Bij gebergten tot zo 80 km dik
Oceanische plaat
Dun (tot 10 km)
Basalt
Zeer zwaar
Basalt (zwaar)
8-10 km dik
Binnen-kern : metalen en vast
Buitenkern : metalen en vloeibaar
Mantel : gesteente en plastisch
gesteentekringloop
sediment