het boek, dus met relatief weinig diepgang. Alleen de hoofdzaken. Sommigen zullen behoefte hebben aan
veel diepgang en het boek heeft dat zeker.
Deel I – Rechtspersonen en personenvennootschappen...........................................................4
1. Boek 2 BW – Rechtspersonen.............................................................................................4
2. Boek 7A BW, Titel 9 – Maatschap.......................................................................................6
3. Boek 3 BW, art. 3:15i – Administratieplicht........................................................................7
Deel II – Rechtshandelingen, gemeenschap en vorderingen.....................................................7
4. Boek 3 BW, Titel 2 en 3 – Rechtshandelingen en volmacht...............................................7
5. Boek 3 BW, Titel 7 – Gemeenschap....................................................................................8
6. Boek 3 BW, art. 3:83 – Overdraagbaarheid en verpandbaarheid van vorderingen...........9
Deel III – Pandrecht, verjaring en het Wetboek van Koophandel............................................10
7. Boek 3 BW, art. 3:259 – Wettelijk pandrecht van certificaathouders..............................10
8. Boek 3 BW, art. 3:320 en 3:321 – Verlenging van verjaring.............................................10
9. Wetboek van Koophandel – Uittreksel.............................................................................11
Deel II – Overgangsrecht..........................................................................................................12
10. Overgangsrecht Flex-BV..................................................................................................12
11. Overgangsrecht Bestuur en Toezicht..............................................................................13
12. Overgangsrecht Wet bestuur en toezicht rechtspersonen............................................14
13. Overgangsrecht implementatie Mobiliteitsrichtlijn.......................................................15
14. Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek......................................................................17
15. Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 nieuw BW....................................................................17
Deel III – Toezicht en oprichting...............................................................................................19
16. Wet controle op rechtspersonen...................................................................................19
17. Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames.............................................20
18. Vaststellingsregeling Richtlijnen 1986 voor oprichting en statutenwijziging van NV's en
BV's.......................................................................................................................................21
19. Corporate Governance Code..........................................................................................21
Deel IV – Werknemers en medezeggenschap..........................................................................22
20. Wet op de ondernemingsraden.....................................................................................22
21. Wet op de Europese ondernemingsraden.....................................................................24
22. Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen........................................................25
,Deel IV – Werknemers en medezeggenschap..........................................................................27
20. Boek 7 BW, Titel 10, Afdeling 8 – Werknemers bij overgang van onderneming............27
21. SER-Fusiegedragsregels 2015.........................................................................................28
Deel V – Handelsnaam en Handelsregister..............................................................................30
25. Handelsregisterwet 2007...............................................................................................30
26. Handelsregisterbesluit 2008...........................................................................................31
Deel VI – Faillissementsrecht....................................................................................................33
27. Faillissementswet...........................................................................................................33
Deel VII – Internationaal rechtspersonenrecht........................................................................36
28. Boek 10 BW – Uittreksel.................................................................................................36
29. Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.....................................................37
30. Verordening (EG) nr. 2157/2001 – Europese vennootschap (SE)...................................38
28. Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap...................................................41
29. Verordening (EG) nr. 1435/2003 – Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE)..........42
30. Uitvoeringswet verordening Europese coöperatieve vennootschap.............................42
31. Verordening (EEG) nr. 2137/85 – Europese economische samenwerkingsverbanden
(EESV)....................................................................................................................................43
32. Uitvoeringswet Verordening 2137/85 – EESV................................................................44
Deel VIII – Marktregulering en financieel recht.......................................................................45
36. Wet giraal effectenverkeer.............................................................................................45
37. Wet op het financieel toezicht – Uittreksel....................................................................46
38. Invoerings- en aanpassingswet Wft...............................................................................47
39. Besluit openbare biedingen Wft....................................................................................48
36. Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft..................................................................50
37. Vrijstellingsregeling Wft.................................................................................................50
38. Besluit inhoud bestuursverslag......................................................................................52
39. Besluit bekendmaking niet-financiële informatie..........................................................52
Deel VIII – Marktregulering en financieel recht.......................................................................53
36. Wet toezicht financiële verslaggeving............................................................................53
37. Besluit toezicht financiële verslaggeving........................................................................54
38. Mededingingswet – Uittreksel.......................................................................................55
39. Besluit artikel 10 Overnamerichtlijn...............................................................................57
, 40. Wet toezicht accountantsorganisaties – Uittreksel........................................................57
41. Besluit instelling auditcommissie...................................................................................59
Aansprakelijkheidsregels..........................................................................................................61
Kernbegrippen..........................................................................................................................64
Nieuwe wetgeving 2026/2027.................................................................................................65
Deel I – Rechtspersonen en personenvennootschappen
1. Boek 2 BW – Rechtspersonen
Wanneer meerdere personen samen een organisatie vormen, is de eerste juridische vraag vaak: wie draagt de
rechten en verplichtingen? Bij een rechtspersoon is het antwoord niet de individuele bestuurder,
aandeelhouder of het individuele lid, maar de rechtspersoon zelf.
Een rechtspersoon kan zelfstandig deelnemen aan het rechtsverkeer. Hij kan bijvoorbeeld:
overeenkomsten sluiten;
goederen bezitten;
geld lenen;
schulden aangaan;
werknemers in dienst nemen;
een procedure voeren;
aansprakelijk zijn voor verplichtingen.
De belangrijkste regels staan in Boek 2 BW. Daarin worden verschillende rechtspersonen geregeld, waaronder:
1. de vereniging;
2. de stichting;
3. de coöperatie;
4. de onderlinge waarborgmaatschappij;
5. de naamloze vennootschap (nv);
6. de besloten vennootschap (bv).
Hoewel deze rechtsvormen van elkaar verschillen, hebben zij een gemeenschappelijk uitgangspunt: de
organisatie heeft een eigen juridische positie.
Eigen vermogen
Het onderscheid tussen de rechtspersoon en de personen daarachter is vooral zichtbaar bij het vermogen. Stel dat
een bv een schuld van €50.000 heeft. De schuldeiser heeft in beginsel een vordering op de bv. Het
privévermogen van de aandeelhouder is niet automatisch hetzelfde vermogen als dat van de bv.
Bestuur en organisatie
,Een rechtspersoon kan uiteraard niet letterlijk zelf handelen. Daarom kent Boek 2 BW organen, zoals een
bestuur en bij bepaalde rechtsvormen een algemene vergadering.
Het bestuur heeft een centrale functie. Het neemt beslissingen over de dagelijkse en strategische gang van zaken
en vertegenwoordigt de rechtspersoon binnen de daarvoor geldende regels.
,Daarbij moet steeds onderscheid worden gemaakt tussen:
de rechtspersoon
→ de juridische entiteit zelf
het bestuur
→ het orgaan dat de rechtspersoon bestuurt
de bestuurder
→ de natuurlijke persoon die deel uitmaakt van het bestuur
2. Boek 7A BW, Titel 9 – Maatschap
Niet iedere samenwerking tussen personen leidt tot een rechtspersoon.
Dat is precies waarom de maatschap een belangrijk contrast vormt met bijvoorbeeld de bv of stichting.
Bij een maatschap spreken twee of meer personen af om samen te werken en voordeel met elkaar te delen. De
wettelijke basis ligt in Boek 7A, Titel 9 BW.
De kern van de maatschap kan eenvoudig worden weergegeven als:
samenwerken → iets inbrengen → gezamenlijk voordeel behalen → voordeel delen
Geen rechtspersoon
Hier ligt een belangrijk verschil met Boek 2-rechtspersonen.
Een maatschap is geen rechtspersoon. De maatschap vormt dus niet op dezelfde manier een zelfstandige
juridische persoon als bijvoorbeeld een bv.
Dat heeft gevolgen voor de manier waarop de samenwerking juridisch wordt ingericht.
Bij een rechtspersoon staat de zelfstandige juridische entiteit centraal. Bij een maatschap staan juist de maten en
hun onderlinge overeenkomst centraal.
Rechtspersoon Maatschap
Zelfstandige rechtspersoon Geen rechtspersoon
Eigen juridische entiteit Samenwerkingsverband
Boek 2 BW Boek 7A, Titel 9 BW
Organen spelen een belangrijke
Onderlinge afspraken tussen maten centraal
rol
Eigen vermogen van de Vermogensrechtelijke positie van de maten en maatschap moet afzonderlijk
rechtspersoon worden bekeken