deeltentamen 1
Hoorcollege 1: inleiding psychologie & genetica van
gedrag
Hoofdstuk 1 (P3-32)
Psychologie is de wetenschappelijke studie van de geest, inclusief
denken, emotie, gedrag, mentale processen en hersenfuncties. Het woord
psychologie is een combinatie van 2 Griekse woorden: psyche (of pauche)
geest en logos (objectieve studie van). Letterlijk vertaald betekend psychologie:
‘de objectieve studie van de geest’. Vroeger bleef de definitie steken bij
waarneembaar gedrag (elke handeling die we kunnen observeren).
Pas met betere onderzoeksmethoden (zoals hersenscans) konden ook mentale
processen en hersenfuncties objectief worden bestudeerd. Daarvoor leunde men
op introspectie de persoonlijke waarneming van je eigen gedachten
en gevoelens, maar die is subjectief en moeilijk door anderen te bevestigen, en
leent zich daarom slecht voor de wetenschappelijke methode.
Waarom bestuderen we psychologie?
Voordeel: is een dieper begrip van onszelf als individu en van de mensen
om ons heen.
Psychologie biedt veel mogelijkheden om je kritisch denkvermogen te
verbeteren.
Kan bijdragen aan het begrip van en de oplossingen voor veel
hedendaagse problemen (klimaatverandering, pandemieën).
Kan veel vragen beantwoorden die we uit pure nieuwsgierigheid stellen.
De stamboom van de psychologie is een hybride met twee
belangrijke wortels:
1. Filosofie de discipline die systematisch basisconcepten
onderzoekt, inclusief de bron van kennis.
- Stelde vragen over de aard van het zelf, vrije wil, de invloed van vroege
ervaring en de oorsprong van kennis.
- Aristoteles geloofde dat alle kennis via zintuigelijke ervaring
binnenkomt.
- In de 17e-eeuw bloeide dit idee op in het Britse empirisme, empiristen,
zoals Jacob Loske, beschouwde de geest als zijnde bij de geboorte, die
gevuld werd met ideeën verkregen door observatie van de wereld (als
een blank slate (onbeschreven blad) dat gevuld wordt door ervaring).
Hieruit komt het nature- en nurture-debat voort: de afweging
tussen biologische factoren (nature) en omgevingsfactoren (nurture).
2. Natuurwetenschappen wetenschappen die de fysieke en
biologische gebeurtenissen bestuderen die in de natuur voorkomen.
- De natuurwetenschappen leverden de methoden. Hermann von
Helmholz met reactietijden: een aanraking op de die werd sneller
waargenomen dan op de teen, omdat het signaal vanaf de teen verder
moet reizen. Dit toonde dat de geest fysiek en meetbaar is.
1
, Eenvoudige meting van fysiologie
- Gustav Fechner onderzocht hoe zacht een geluid nog hoorbaar is en
bracht daarmee mentale processen in het experiment.
Belang van mentale processen in zijn onderzoek.
Hoogtepunten in de filosofische en wetenschappelijke wortels van
de psychologie:
Persoon of groep Dingen om te onthouden:
Oude Griekse filosofen Waarnemingen kunnen worden verklaard door natuurlijke, niet
boven natuurlijke verklaringen.
Britse empiristen Kennis is het resultaat van ervaring.
Oude artsen De hersenen zijn de bron van de geest.
Natuurwetenschappers ui Ontdekkingen over gewaarwording en beweging toonden aan dat
de 17e en 18e eeuw de geest fysiek was.
Hermann von Helmholtz Studies naar reactietijd versterkten het idee van de geest als fysiek.
Vroege stromingen – hoe is de wetenschap van de psychologie
begonnen?
1: structuralisme geest opdelen kleine stukken
Structuralisme – Wilhelm Wundt: (in 1879 eerste psychologisch
experiment, reactietijd als ‘mentale chronometrie’). Wundt zag mentale
ervaring als een hiërarchie. De geest construeert een algehele perceptie
uit bouwstenen die bestaan uit afzonderlijke sensaties, als smaak en zich,
en emotionele reacties.
Probeerde de structuur van het menselijk bewustzijn te ontrafelen
opdelen van de geest in de kleinste basale eenheden (als sensaties).
- Student van Wundt, Edward Tichener, breidde wundts opvattingen uit
om een theorie van het structuralisme te ontwikkelen waarin de
geest kon worden opgedeeld in de kleinste elementen van
mentale ervaring
Ticheners benadering liep parallel met de algemene trends in
natuurwetenschappen.
2: Gestaltpsychologie ‘geheel’, ‘vorm’
Gestaltpsychologie – Wertheimer, Kohler en Koffka stelden dat jet
geheel meer is dan de som der delen: context bepaalt hoe we informatie
interpreteren.
Gestalt betekent ‘vorm’ of ‘geheel’.
Gestalt psychologen geloofden dat het opbreken van een ‘geheel’-
perceptie in zijn bouwstenen (gepleit door structuralisten), zouden leiden
tot verlies van belangrijke psychologische informatie.
2
,3: functionalisme waarom gedrag/mentale processen op bepaalde
manier werkten
Functionalisme – William James: (beïnvloed door Darwin), beschouwde
gedrag als doelgericht omdat het leidde tot overleving. Ipv zich te
beperken tot het onderzoeken van de structuur van de geest, waren
functionalisten meer geïnteresseerd in waarom gedrag en mentale
processen op een bepaalde manier werkten.
James benadrukte de rol van evolutie.
4: Freud en de humanistische psychologie:
De geschiedenis van pogingen om mensen met psychische stoornissen te helpen
is niet altijd verlicht geweest, met uitzonderingen is de meest voorkomende visie
op psychische stoornissen door de geschiedenis heen de
bovennatuurlijke benadering geweest psychische stoornissen waren het
gevolg van de acties van boze geesten of andere externe magische
krachten, behandelingen waren vaak hard.
Tussen 17e en 19e eeuw wetenschappelijke benadering: medisch en
psychologisch model.
Medische model: benadrukte fysieke oorzaken van afwijkend
gedrag en medische behandelingen (medicatie).
Psychologisch model: suggereerde dat afwijkend gedrag kan
voortkomen uit traumatische levenservaringen, die leiden tot angst
en onrust.
Hedendaagse psychologen combineren medische en
psychologische benaderingen om stoornissen te begrijpen en
effectieve behandelingen te ontwikkelen (bv therapie en medicatie bij
depressie).
Sigmund Freud (1856-1939):
Geloofde in de impact van levenservaringen op gedrag.
Zijn psychodynamische theorie benadrukte het onbewuste,
seksualiteit, droomanalyse en de rol van levenservaringen.
Bij ontwikkelde de psychoanalyse een psychologische theorie en
behandelmethode die ervan uitgaat dat ons gedrag, onze gevoelens
en mentale klachten sterk worden gestuurd door onbewuste
driften, verlangens en innerlijke conflicten.
Kritiek: theorieën zijn moeilijk experimenteel te toetsen, een
essentiële vereiste voor wetenschappelijke theorie.
5: Humanistische psychologie:
Humanistische psychologie werd aangeduid als een ‘derde kracht’,
los van de heersende behavioristische en psychodynamische theorieën
De humanistische psychologen breidden de filosofie van Jean-Jacques
Rousseau en de andere 18e-eeuwse romantische filosofen uit tot de
overtuiging dat mensen van nature goed zijn, gemotiveerd om zichzelf
te verbeteren.
3
, Abraham Maslow (1908-1970) bestudeerde wat een persoon
‘goed’ maakte (in tegenstelling tot Freuds focus op wat er mis is met
mensen).
Carl Rogers ontwikkelde een nieuwe benadering cliëntgerichte
therapie mensen die worden behandeld worden cliënten genoemd ipv
patiënten (medisch) gelijkwaardige positie t.o.v. therapeut.
Nadruk op actief luisteren.
De behavioristen en de cognitieve revolutie:
Behaviorisme concentreert zich op waarneembaar, meetbaar
gedrag (de ‘black bos’). Veel dieren studies, trokken gemakkelijk
parallellen tussen hun observaties van dieren en hun veronderstellingen
over menselijk gedrag.
Ivan Pavlov (klassieke conditionering), veel van deze emotionele reacties die
verband houden met omgevingsprikkels zijn het resultaat van dit type leren.
John B. Watson kwam tot veel van dezelfde conclusies als Pavlov.
Herhaalde de benadering van de Britse empiristische filosofen, die de rol van
ervaring in de vorming van menselijk gedrag benadrukten.
Later in carrière: paste begrip van gedrag toe op Amerikaanse reclame
industrie.
Benadrukte net als Pavlov de psychologie met focus op relatie tussen
omgevingsfactoren en gedrag. Andere behavioristen meer geïnteresseerd
in effecten van consequenties van gedrag.
Edward Thorndike stelde de wet van het effect voor, die suggereerde dat
gedragingen die gevolgd werden door aangename of nuttige uitkomsten
waarschijnlijker zouden zijn.
Law of effect: gedrag met aangename gevolgen wordt herhaald.
B. F. Skinner was net als Thorndike geïnteresseerd in de effecten van
consequenties op hoe vaak gedragingen werden uitgevoerd. Hij geloofde
dat innerlijke, private toestanden zoals denken en voelen bestonden, maar hij
beschouwde ze als gedragingen die dezelfde regels volgden als publieke
gedragingen als autorijden. (Rokers die proberen te stoppen met roken)
Skinner-box, gevolgen van gedrag
Cognitieve revolutie vanaf jaren 1950 keerde de aandacht terug naar
interne mentale processen. Ulric Neisser gaf het nieuwste vakgebied zijn
naam in zijn boek uit 1967: cognitieve psychologie
Cognitie omvat de private en interne mentale processen die
behavioristen vermeden te bestuderen: informatieverwerking,
denken, redeneren en probleemoplossing.
Doorbraken in de computertechnologie stelden deze nieuwe cognitieve
psychologen in staat wiskundige en computermodellen te gebruiken om mentale
processen te belichten die leiden tot waarneembaar gedrag.
Alan Newell en Herbert Simon schreven programma’s voor kunstmatige
intelligentie. In jaren 90 leidde samenwerking tussen cognitieve en biologische
psychologen tot nieuw vakgebied cognitieve neurowetenschappen:
probeert de hersenstructuren en functies te identificeren die betrokken
zijn bij de informatieverwerking.
4