,2. De psychoanalytische psychologie
De psychoanalytische benadering verklaart gedrag vanuit onbewuste psychische processen, innerlijke
conflicten, vroege ervaringen en dynamische motivatie. Gedrag is niet altijd rationeel of volledig bewust.
De benadering richt zich daarmee niet uitsluitend op observeerbaar gedrag, maar op de onderliggende
psychische dynamiek. In Psychologieën wordt de psychoanalytische visie naast vijf andere benaderingen
geplaatst: behavioristisch, humanistisch, cognitief, systemisch en biologisch.
2.1 Uitgangspunten
Kernidee Betekenis
Een belangrijk deel van psychische processen is niet direct toegankelijk voor het
Onbewuste
bewustzijn.
Psychische
Gedrag ontstaat uit wisselwerking tussen innerlijke krachten, behoeften en conflicten.
dynamiek
Determinisme Gedrag heeft psychische oorzaken, ook wanneer iemand deze niet kent.
Vooral ervaringen in de vroege ontwikkeling kunnen latere persoonlijkheidsvorming
Vroege ervaringen
beïnvloeden.
Motivatie Gedrag wordt mede gestuurd door onderliggende drijfveren.
Conflict Tegenstrijdige wensen, normen en impulsen kunnen psychische spanning veroorzaken.
Gedrag, dromen en fantasieën kunnen een indirecte uitdrukking vormen van
Symboliek
onderliggende processen.
2.2 Freud en de ontwikkeling van de psychoanalyse
Sigmund Freud vormde het centrale historische vertrekpunt van de psychoanalyse.
Zijn theorie ontwikkelde zich rond:
het onbewuste;
psychische conflicten;
driften;
persoonlijkheidsontwikkeling;
afweer;
dromen;
motivatie.
Freuds theorie veranderde in de loop van zijn werk. De psychoanalyse ontwikkelde zich vervolgens tot een
bredere psychologische en therapeutische traditie.
, 2.3 Bewuste en onbewuste processen
De psychoanalyse maakt onderscheid tussen wat iemand bewust ervaart en processen die buiten het directe
bewustzijn plaatsvinden.
Bewust
→ gedachten
→ waarnemingen
→ gevoelens
→ intenties
Onbewust
→ verdrongen impulsen
→ conflicten
→ motieven
→ herinneringsmateriaal
→ affectieve processen
Een persoon kan daarom een bewuste verklaring voor gedrag geven terwijl volgens een psychoanalytische
analyse ook andere, minder toegankelijke motieven een rol spelen.
Driften
Freud beschouwde driften als fundamentele psychische krachten die gedrag en motivatie beïnvloeden.
Vereenvoudigd:
drift → spanning → gedrag → tijdelijke spanningsreductie
Binnen het psychoanalytische model spelen vooral lichamelijke behoeften en psychische verlangens een
belangrijke rol.
Primair en secundair proces
Primair procesdenken
onmiddellijk;
associatief;
weinig logisch gestructureerd;
gericht op bevrediging.
Secundair procesdenken
rationeler;
realistischer;
planmatig;
rekening houdend met consequenties.
Contrast
Directe behoeftebevrediging ↔ realiteitsgerichte regulatie