FVV2 – Verpleegkunde 2: Antitrombotica
❖ Definities
Functie van de bloedstolling:
• Doel: Integriteit bloedvaten beschermen terwijl het bloed vloeibaar gehouden w
• Antitrombotica:
o = Middelen die w gebruikt ter bestrijding of ter voorkoming ve trombose.
o Onderverdeling obv werkingsmechanisme:
▪ Trombocytenaggregatieremmers = voorkomt dat bloedplaatjes
samenklonteren
▪ Anticoagulantia = proces van bloedstolling inwerken
▪ Fibrinolytica = als er stolsels zijn, die afbreken
• Hemostase:
o = Waarborgt integriteit vh vasculaire systeem bij beschadiging → onmiddellijk reactie om
bloedverlies te beperken
o Hemo = bloed + stase = stilstaan → gezonde balans tss vloeibaar bloed en klonters
o Mechanisme bij beschadiging:
Primaire Secundaire
o Komt tot stand als bloedplaatjes, stollingsmechanisme, fibrinolytisch systeem en de
vaatwand adequaat functioneren
• Coagulatie of bloedstolling:
o Doel : beperkt bloedverlies wnr bloed in contact komt met lucht (want dan klontert het)
Bloed klontert
o = complex proces: trombocyten + SF
o Te lage stolling → risico op bloeding
o Te hoge stolling → risico op trombose
‘Waar’ zitten de onderdelen van stolling?
• Midden = tube die gecentrifugeerd is
o RBC = transport, WBC = afweer,
o Binnenste = vooraal endotheel
o Middelste = elastisch bind – en spierweefsel
o Buitenkant = vooral steunfunctie v bindweefsel
, ❖ Fysiologie
Vasoconstrictie:
• Beschadiging bloedvat → vasoconstrictie (vernauwen)
• Vaatspasme kan 30 min duren.
• Doel: Bloedverlies beperkt houden (X alleen tegenhouden, tragere bloedverloop)
• Hoe :
o Beschadiging gladde spiercellen en bloedplaatjes maken humorale factoren vrij die
vasoconstrictie veroorzaken.
o Reactie pijnreceptoren (zenuwreflex) veroorzaakt vasoconstrictie
Bloedstolling: kort ➔ coagulatie = heel erg complex proces
Links = Extrinsieke keten = w geactiveerd bij
beschadiging → tissue factor → activeert factor
7 in aanwezigheid v calcium en fosfolipiden
Rechts = intrinsieke = gaat trager → gaat
geactiveerd w wnr er schade is aan endotheel en
gaan bep stoffen vrijkomen die in contact komen
met ons bloed zoals collageen → gaat samen
met opnieuw die calciumionen en fosfolipiden
die factor 10 bekomen
Factor 10 zorgt dat protrombine omgezet w in
trombine → T zorgt dat fribrinogeen omgezet w in
fribrine
Hier w eerste trombus gevormd:
• Primaire hemostase = vasoconstrictie
• Secundaire hemostase = coagulatie → de prop w
verstevigd dr fibrine en RBC ➔ w rode trombus,
dan moet de fibrine opgeruimd w = fibrinolyse
Primaire hemostase: eerste reactie op vaatwantschade
• Eerste reactie bij schade → bloedvaten gaan
vernauwen waardoor de bloedflow daalt
❖ Definities
Functie van de bloedstolling:
• Doel: Integriteit bloedvaten beschermen terwijl het bloed vloeibaar gehouden w
• Antitrombotica:
o = Middelen die w gebruikt ter bestrijding of ter voorkoming ve trombose.
o Onderverdeling obv werkingsmechanisme:
▪ Trombocytenaggregatieremmers = voorkomt dat bloedplaatjes
samenklonteren
▪ Anticoagulantia = proces van bloedstolling inwerken
▪ Fibrinolytica = als er stolsels zijn, die afbreken
• Hemostase:
o = Waarborgt integriteit vh vasculaire systeem bij beschadiging → onmiddellijk reactie om
bloedverlies te beperken
o Hemo = bloed + stase = stilstaan → gezonde balans tss vloeibaar bloed en klonters
o Mechanisme bij beschadiging:
Primaire Secundaire
o Komt tot stand als bloedplaatjes, stollingsmechanisme, fibrinolytisch systeem en de
vaatwand adequaat functioneren
• Coagulatie of bloedstolling:
o Doel : beperkt bloedverlies wnr bloed in contact komt met lucht (want dan klontert het)
Bloed klontert
o = complex proces: trombocyten + SF
o Te lage stolling → risico op bloeding
o Te hoge stolling → risico op trombose
‘Waar’ zitten de onderdelen van stolling?
• Midden = tube die gecentrifugeerd is
o RBC = transport, WBC = afweer,
o Binnenste = vooraal endotheel
o Middelste = elastisch bind – en spierweefsel
o Buitenkant = vooral steunfunctie v bindweefsel
, ❖ Fysiologie
Vasoconstrictie:
• Beschadiging bloedvat → vasoconstrictie (vernauwen)
• Vaatspasme kan 30 min duren.
• Doel: Bloedverlies beperkt houden (X alleen tegenhouden, tragere bloedverloop)
• Hoe :
o Beschadiging gladde spiercellen en bloedplaatjes maken humorale factoren vrij die
vasoconstrictie veroorzaken.
o Reactie pijnreceptoren (zenuwreflex) veroorzaakt vasoconstrictie
Bloedstolling: kort ➔ coagulatie = heel erg complex proces
Links = Extrinsieke keten = w geactiveerd bij
beschadiging → tissue factor → activeert factor
7 in aanwezigheid v calcium en fosfolipiden
Rechts = intrinsieke = gaat trager → gaat
geactiveerd w wnr er schade is aan endotheel en
gaan bep stoffen vrijkomen die in contact komen
met ons bloed zoals collageen → gaat samen
met opnieuw die calciumionen en fosfolipiden
die factor 10 bekomen
Factor 10 zorgt dat protrombine omgezet w in
trombine → T zorgt dat fribrinogeen omgezet w in
fribrine
Hier w eerste trombus gevormd:
• Primaire hemostase = vasoconstrictie
• Secundaire hemostase = coagulatie → de prop w
verstevigd dr fibrine en RBC ➔ w rode trombus,
dan moet de fibrine opgeruimd w = fibrinolyse
Primaire hemostase: eerste reactie op vaatwantschade
• Eerste reactie bij schade → bloedvaten gaan
vernauwen waardoor de bloedflow daalt