• DNA in de celkern
◦ Bevat de blauwdruk/ informatie voor de synthese van eiwitten
◦ Template
‣ DNA dient als template voor de aanmaak van RNA
‣ RNA dient als template voor de productie van eiwitten
◦ Eiwitsynthese/ genexpressie
‣ Eiwitten maken
• De twee processen
◦ Transcriptie
‣ Vindt plaats in de celkern
‣ Wordt een RNA-kopie gemaakt van het DNA ter hoogte van het betrokken
gen
◦ Translatie
‣ Vindt plaats in het cytoplasma
‣ Hierbij worden eiwitten gemaakt op basis van het mRNA
• RNA, mRNA en RNA-kopie
◦ RNA
‣ Een kopie van een stukje DNA (een gen)
, ◦ mRNA (messanger RNA
‣ Een RNA-kopie van een gen uit het DNA die informatie naar een ribosoom
brengt voor de aanmaak van een eiwit
◦ RNA-kopie
‣ RNA-molecuul dat tijdens de transcriptie wordt gemaakt o.b.v een stukje
DNA
A. Transcriptie
• Wat is transcriptie
◦ Het overschrijven van de DNA-segmenentan een DNA-segmenent naar
mRNA
• Start van de transcriptie
◦ De transcriptie start in de celkern
◦ Het enzym RNA-polymerase
‣ Maakt de DNA-helix (dubbele structuur van DNA) open
‣ Hierdoor kan complementaire basenparing plaatsvinden
◦ Complementaire basenparing
‣ De juiste basen van DNA en RNA koppelen aan elkaar
• A U
• C G
-> )
, ◦ RNA-nucleotiden
‣ De bouwstenen waaruit RNA bestaat
‣ Bevatten een base:
◦ A = adenine
◦ U = uracil
◦ C = cytosine
◦ G Guanine
◦ RNA-polymerase
‣ Verbindt de RNA-nucleotiden
‣ Resulteert
• Een mRNA-moleculen met een complementaire basensequentie aan
het overgeschreven DNA-segment
• Processing van mRNA
◦ Processing
‣ Het bewerken van het pas gevormde mRNA voordat het de celkern
verlaat
◦ Daarbij
‣ Introns worden verwijderd
‣ Exons worden aan elkaar verbonden
‣ Zo ontstaat matuur mRNA, dat klaar is voor de translatie
=
, • Introns en exons
◦ Introns
‣ DNA-segmenten die niet vertaald worden in een eiwit
◦ Exons
‣ Delen van het gen die wel tot expressie komen en bijdragen aan het eiwit
• Van primair naar matuur mRNA
◦ Primair mRNA
‣ Het eerste gevormde RNA
‣ Bevat:
• Exons en introns
◦ Matuur mRNA
‣ mRNA dat na de processing naar het cytoplasma gaat voor translatie
B. Translatie
• Translatie
◦ Tijdens translatie vervoeren tRNA-moleculen aminozuren naar de ribosomen
◦ Ribosomen