SAMENVATTING BEGINSELEN
ACCOUNTANCY
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 – Accountancy en wetenschap .............................................................................................................................. 2
Hoofdstuk 2 – Organisaties en hun besturing ............................................................................................................................ 4
Hoofdstuk 3 – Bestuurlijke informatieverzorging ...................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 4 – Financial accounting ......................................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 5 – Auditing & Assurance ....................................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 6 – Ethiek ............................................................................................................................................................... 16
1
, Hoofdstuk 1 – Accountancy en wetenschap
Kennissysteem: kennis op systematische wijze verzamelen en met elkaar in verband brengen.
- Pragmatische kennis/ niet-wetenschappelijke kennis: kennis die we nodig hebben om in onze dagelijkse omgang
elkaar te kunnen begrijpen
- Wetenschappelijke kennis: gefundeerde kennis over aard van en samenhang tussen verschijnselen die voortvloeit
uit wetenschapsbeoefening, 3 voorwaarden:
o De kennis is gegrond
o De kennis is intersubjectief
o Kennis systematisch
Indeling wetenschap:
- Formele wetenschap: bestuderen niet de werkelijkheid om ons heen, maar abstracte, door de mens zelf bedachte
zaken en gedachteconstructies (bv. Wiskunde)
- Empirische/ ervaringswetenschap: bestuderen ervaringen met de werkelijkheid (de empirie)
o Natuurwetenschap
o Gedragswetenschap (accountancy)
Filosofie staat als wetenschap boven de formele en empirische wetenschappen.
Empirisch object: groep van verschijnselen, die het onderwerp van onderzoek is
Kenobject: specifieke aspect of verschijnselen dat wordt bestudeerd. Het kenobject van accountancy is beoordelen van
informatie en de inrichting en het functioneren van informatiesystemen met als doel een bepaalde mate van zekerheid te
verkrijgen (= assurance).
Multidisciplinaire wetenschap: onderzoekt de werkelijkheid vanuit verschillende wetenschappelijke invalshoeken
Observatie: waarnemen van verschijnselen
Redeneerwijzen:
- Deductie: vanuit algemene uitspraken (premissen) wordt doorgeredeneerd naar individuele conclusies
o Majorpremisse: algemene uitspraak
o Minorpremisse: specifieke uitspraak
o Syllogisme: wanneer een majorpremisse gevolgd wordt door een minorpremisse, waaruit een conclusie
wordt getrokken
- Inductie: we proberen vanuit specifieke uitspraken tot een algemeen geldende uitspraak te komen (lastiger).
Specifieke uitspraken ontstaan door waarnemingen waaraan een wetmatigheid aangewezen wordt. De conclusie
kan waar zijn, maar hoeft niet. In accountancy vaak sprake van inductief-statistische redeneringen (steekproeven)
- Abductie: een mogelijke verklaring wordt gegeven voor een verschijnsel, die voortkomtuit een aantal uitspraken
over dat verschijnsel
Theoriegeladenheid van waarneming: wat iemand waarneemt wordt vaak bepaald door de theoretische achtergrond of
cultuur waarin hij zich bevindt. Je kunt niet vanuit twee perspectieven tegelijk iets waarnemen
Hypothesen: conclusies uit deductieve of inductieve redeneringen. Dit is een veronderstelling waarvan we aannemen dat
hij waar kan zijn, maar die we ook bereid zijn te verwerpen als bewijs van onwaarheid wort geleverd.
- Universele hypothese: bewerking die betrekking heeft op alle relevante objecten in een populatie
- Existentiële hypothese: bewering die betrekking heeft op slechts een of enkele objecten uit populatie
- Waarschijnlijkheidshypothese: bewering die met behulp van een kans percentage betrekking heeft op een deel van
de populatie, deze vorm is lastig toetsbaar
Empirisch onderzoek à correspondentietoets: er wordt onderzocht of er overeenstemming is tussen hypothese en
werkelijkheid
- Falsificatie: universele hypothese wordt als waar aangenomen, totdat het tegendeel wordt bewezen
- Verificatie: het object uit de bewering van een existentiële hypothese wordt aan nader onderzoek onderworpen
Een consistentietoets is nog een tweede soort toetsing: beoordelen of er in de theorie geen onderling strijdige beweringen
worden gedaan.
2