PRINS ET AL. – HOOFDSTUK 10
PRINS ET AL. – HOOFDSTUK 11
INLEIDING
Er zijn een aantal trends in de cognitieve gedragstherapie (CGT) bij kinderen te benoemen:
Methodieken uit de CGT bij kinderen lijken op steeds meer gebieden toegepast te kunnen worden. Het kan
niet alleen toegepast worden bij klassieke klachten (zoals angst), maar ook bij pediatrische klachten, bij heel
jonge kinderen, bij at-risk kinderen en kinderen met ontwikkelingsproblemen. Ook worden de
toepassingsmogelijkheden steeds verder uitgebreid naar culturele minderheidsgroepen.
Voor het behandelen van kinderen wordt er gezocht naar het best passende format. Ten eerste vraagt men
zich af of het wel nodig is om iedere week bij elkaar te komen. Daarnaast is het de v raag of het in groepen
behandelen wel voordelen heeft boven het individueel behandelen. Tot slot is nog steeds niet duidelijk wat
de therapeutische winst is van het betrekken van de ouders of de school bij de therapie.
Ook wordt er steeds meer digitale ondersteuning of digitale deelbehandeling gebruikt. Dit kan zijn via
chatsessies, telefonische ondersteuning, een virtuele klas, etc. Ook zijn er computergestuurde trainingen,
zoals trainingen voor het werkgeheugen. Het is wel belangrijk dat hiernaar onderzoek wordt gedaan.
Verder zijn er een aantal nieuwe therapeutische stromingen ontstaan, die ook wel de derde
generatiebehandelingen worden genoemd. Enkele hiervan worden in dit hoofdstuk beschreven. Duidelijk is
dat er nog veel evaluatieonderzoek nodig is.
Ten vijfde is er een toenadering vanuit andere therapeutische invalshoeken, vooral op het gebied van
contextgerichte behandelingen. Men richt zich niet alleen op de ouders (zoals bij mediatietherapie), maar
ook op de relatie tussen ouder en kind of andere gezinsleden.
Tot slot wordt er in de CGT bij kinderen tegenwoordig ook aandacht besteed aan de positieve psychologie.
ACCEPTANCE AND COMMITMENT THERAPY
Een van de nieuwe therapeutische stromingen binnen de derde generatiestromingen is de ACT. In principe is deze
therapie niet helemaal nieuw, maar de meerwaarde is dat het zich focust op het experiëntiële onderdeel. Volgens
de ACT ontwikkelt psychopathologie zich als gevolg van mislukte pogingen om de controle te krijgen over
ongewenste ervaringen en gevoelens. De essentie van ACT is de cliënt helpen, zodat die een meer accepterende
houding aanneemt ten opzichte van ongewenste ervaringen en nieuw gedrag ontwikkelt dat in overeenstemming is
met de eigenlijke levensdoelen en waarden in plaats van enkel ‘in zijn hoofd te leven’. ACT gebruikt daarvoor
metaforen, paradoxale interventies en technieken uit de mindfulness. Vaak wordt de metafoor van het drijfzand
gebruikt. Hiermee wil men de cliënt duidelijk maken dat hij vaak meer last heeft van pogingen om met de prob lemen
om te gaan dan van de problemen zelf. Een meta-analyse van 18 onderzoeken liet zien dat ACT effectiever is dan de
reguliere klinische praktijk, de wachtlijst of een placebo en even effectief is als gewone gedragstherapie.
Inmiddels zijn de technieken en principes van ACT vertaald naar kinderen en jongeren en worden de eerst
therapeutische programma’s voor jongere cliënten onderzocht. Men denkt dat ACT heel geschikt is voor
adolescenten, omdat ze minder een opdrachtkarakter hebben en er dus geen conflicten rond het gehoorzamen aan
de therapeut zullen zijn. Bovendien is de puberteit een periode van overgang en verandering; dit is het ideale
moment voor het creëren van psychologische flexibiliteit en waarde-gericht leven. Kinderen en jongeren hebben
minder lang in hun hoofd geleefd dan volwassenen, daarom heeft ACT bij hen soms meer een preventief karakter.
Sommige paradoxen en metaforen moeten wel aangepast worden. Leidraad voor de therapie is wat het kind
belangrijk vindt in zijn leven.
1
, Literatuur behandeling – Week 7
FASE 1: CREATIEVE HOPELOOSHEID
Hierbij bekijken het kind en de therapeut de worstelingen van het kind en brengen deze in kaart. Er wordt gekeken
welke inspanningen het kind al ondernomen heeft, wat de korte- en langetermijneffecten en de persoonlijke
nadelen hiervan zijn. Het besef moet komen dat het uiteindelijke doel nooit bereikt wordt en dat dit leidt tot een
gevoel van hopeloosheid. De erkenning dat de inspanningen hopeloos zijn en niet het kind zelf hopeloos is, geeft
het kind weer moed.
FASE 2: CONTROLE IS HET PROBLEEM
Het kind gaat begrijpen dat de inspanningen die gedaan worden om niet geconfronteerd te worden met iets
onaangenaams, voor veel meer last zorgen. Men kan dan gaan kijken of deze vormen van controle effectief werken
om het probleem te verminderen. Er zijn verschillende oefeningen om dit te bepalen.
FASE 3: DEFUSIE
Binnen ACT staat het idee centraal dat mensen reageren op gedachten en gevoelens alsof ze echt waar zijn. Duidelijk
moet worden dat letterlijke taal en gevoelens die door de in taal uitgedrukte gedachten worden opgeroepen, los
van elkaar staan. Ook hiervoor zijn veel oefeningen ontwikkeld. Een voorbeeld is het heel vaak snel achter elkaar
zeggen van een persoonlijk relevant, bedreigend woord als ‘loser’ of het echt voelen van wat het kind letterlijk
vreest.
VERDERE FASEN BINNEN ACT
In de latere fasen van de therapie leert de therapeut zijn cliënt om de eigen gedachten en worstelingen te bekijken
vanuit het observatorperspectief. Het doel is dat de cliënt naar de gedachten kan kijken als producten van de
hersenen die proberen een oplossing te vinden voor de ervaren worstelingen en angsten, zonder ze gelijk op te
volgen. Belangrijk in de therapie is dat kinderen leren om keuzes in het leven te maken, die gestuurd word en door
hun persoonlijke waarden en doelen.
OP MINDFULNESS GEBASEERDE COGNITIEVE INTERVENTIES
In de CGT heeft de oosterse wijsheid ook haar intrede gedaan. Kabat-Zinn ontwikkelde aan het einde van de jaren
‘70 een training die stress zou doen afnemen. Hij probeerde via de training, mindfulness genaamd, mensen minder
reactief te laten zijn op stresssituaties. Het bleek dat MBCT ook succesvol toegepast kan worden bij kinderen en
jongeren.
Het programma kan zowel in een groep als individueel toegepast worden en bestaat vaak uit 8-10 sessies van twee
uur. Belangrijke onderdelen zijn meditatie en yoga. Het zijn vooral doe-sessies en huiswerk is ook belangrijk.
Kinderen leren bewuster om te gaan met hun gevoelens, gedachten en lichaamsgewaarwordingen. Kinderen worden
zich bewust van hun automatische neiging tot oordelen of wegdromen. Ze leren een ‘gedecentreerde’ houding aan
te nemen, oftewel een verschuiving van de aandacht, een vorm van afstand nemen.
EVALUATIE
MBCT blijkt bij volwassenen, kinderen en adolescenten succesvol toegepast te worden. MBCT kan nog niet standaard
toegepast worden. Het is wel belangrijk dat er systematisch effectonderzoek wordt gedaan naar wanneer en bij wie
MBCT werkt.
COMPASSION- FOCUSED THERAPY (CFT)
Het ontstaan van deze therapie is een heel recente ontwikkeling. Volgens CFT heeft de voorgeschiedenis van een
persoon een negatieve invloed op de mogelijkheden van cliënten om hun voordeel te doen met de positieve effecten
van CGT, zolang deze voorgeschiedenis niet bespreekbaar is binnen de therapie. De basisprincipes van CFT spreken
veel gedragstherapeuten aan. CFT wordt als aanvulling gezien op CGT. Het boeddhistische idee achter CFT is dat
mededogen voor jezelf en de ander belangrijk zijn om gelukkig te zijn. Volgens CFT kan mededogen getraind worden.
Pas als de waarde van een ander en de zelfwaarde niet continu geëvalueerd worden, maar beschouwd worden als
een intrinsiek aspect van het zijn, kan iemand mededogen en mildheid tonen voor het falen van een ander en van
2
, Literatuur behandeling – Week 7
zichzelf. Het trainen van mededogen is vooral belangrijk voor het omgaan met schaamtegevoelens en zelfkritiek.
Volgens CFT komen deze gevoelens voort uit een lange geschiedenis van mislopende sociale interacties.
CFT benadrukt het belang van het betrekken van de ontwikkeling van cliënten bij de behandeling. De therapeut
moet een zorgend en sensitief persoon worden in het leven van de cliënt. Dit ontstaat doordat de therapeut
emotioneel betrokken is bij de beleving van de cliënt, empatisch is, tolerant is tegenover de turbulentie in het leven
van de cliënt en de therapie, en door een niet-oordelende houding. Het uiteindelijke doel is dat de cliënt met meer
mededogen naar zichzelf gaat kijken. In de therapeutische aanpak bestaan overeenkomsten met ACT en MBCT. Ook
hier is van belang dat de meerwaarde en effectiviteit onderzocht worden.
ATTACHMENT BASED FAMILY THERAPY
ABFT is ontwikkeld vanuit het systeemtheoretische denkkader. Het is de eerste evidence-based geprotocolleerde
behandeling die ontwikkeld is binnen de systeemtherapie. Ook is een combinatie met CGT mogelijk en zelfs
wenselijk. Onderzoek lijkt uit te wijzen dat ABFT effectiever is dan alleen CGT bij depressie en suïcidaliteit bij
adolescenten. Binnen de ABFT staat het verbeteren van relaties tussen ouders en kinderen centraal. Daarom lijkt
het er enerzijds op dat ABFT aandacht besteed aan zaken die bij CGT niet genoeg aan bod komen.
ACHTERGRONDEN VAN ABFT
In ABFT staan relationele processen in een gezin centraal. Het baseert zich op de gehechtheidstheorie. In
gehechtheidsschema’s worden de ervaringen van kinderen in hun interacties met hun ouders opgeslagen. Dit
kunnen zowel positieve als negatieve ervaringen zijn. Een gehechtheidsschema lijkt op een cognitief schema. Als
kinderen veilig gehecht zijn, wil dat zeggen dat hun gehechtheidsfiguren tijdens moeilijke omstandigheden hulp en
steun boden. Tijdens nieuwe stressvolle omstandigheden zullen ze vertrouwen op deze gehechtheidsfiguren. Als
kinderen onveilig gehecht zijn, waren hun gehechtheidsfiguren niet beschikbaar. Zij hebben dan ook minder
adaptieve strategieën om om te kunnen gaan met nieuwe stress. Negatieve gevoelens zullen onveilig gehechte
kinderen sneller overspoelen. Ook zullen ze hun emoties eerder opkroppen. De maladaptieve
probleemoplossingsstrategieën lijken het verband tussen gehechtheid en depressie te verklaren. Het vertrouwen in
de beschikbaarheid van de gehechtheidsfiguren moet hersteld worden.
Om ABFT toe te kunnen passen, is kennis nodig over gehechtheid in de adolescentie, attributieprocessen,
emotionele ontwikkeling en verwerking, trauma en langdurige blootstelling hieraan, en over vergeving als
therapeutisch proces. Ook moet er meer bekend zijn over processen die de mate van veilige gehechtheid negatief
kunnen beïnvloeden. ABFT stelt dat wederkerige interactie de oorzaak is van relationele conflicten en wijst dus geen
schuldige aan. De keuze om het gezin te behandelen wordt gemaakt, omdat het gezin een veiligheidsnet is. Binnen
ABFT wordt geprobeerd om de gehechtheidsbasis maximaal te herstellen en ouderlijke liefde en controle te
herstellen. Er wordt afwisselend gewerkt met de ouders en de adolescent samen en apart.
INDICATIES EN THERAPEUTISCHE DOELEN VAN ABFT
ABFT stelt dat de kans om psychopathologie te ontwikkelen vermindert door steun van de ouders. Daarom wil ze
vooral de ouder-kindrelatie herstellen bij 13- tot 18-jarigen. Voor deze relatie moet in de behandeling een evenwicht
gevonden worden, waarbij de adolescent zich ontwikkelt tot een zelfstandig individu in de context van een
liefdevolle en respectvolle relatie. Het behandelprogramma duurt 16 weken en bestaat uit 5 fasen, die verderop nog
aan de orde komen. Om een crisis effectief aan te pakken, moet een adolescent in staat zijn om zijn
gehechtheidsgerelateerde gevoelens en behoeften op een directe en gereguleerde manier duidelijk te maken aan
zijn ouders. Ouders moeten hier met zorg, respect en autoriteit op reageren. De adolescent moet leren om zijn
gevoelens beter te verwoorden, beter om te gaan met emoties en om nieuwe relationele inzichten op te doen. De
gezinsconflicten en teleurstellingen worden in beeld gebracht. De ouders moeten ouderlijke betrokkenheid en
sensitiviteit opnieuw leren. ABFT is taak-georiënteerd, er is een ideale (hoewel flexibele) volgorde in het doorwerken
van een taak. Er zijn drie principes: doel, interventie en resultaat. Tijdens de therapie evalueert de therapeut steeds
of de doelen op de huidige manier bereikt kunnen worden.
TAKEN BINNEN ABFT
1. R ELATIONELE HERFORMULERING
3