Wat is recht?
Een precieze definitie van recht is lastig, omdat recht per tijd en plaats kan verschillen.
→ Juridisch: Het geheel van regels waar iedereen in een samenleving zich aan moet houden + de
instellingen die deze regels maken en handhaven.
→ Filosofisch: Of iets overeenkomt met wat een samenleving in het algemeen als eerlijk en rechtvaardig
beschouwt.
Kort onthouden:
Juridisch = de letter van de wet
Filosofisch = de geest van de wet
privaatrecht en publiekrecht
Er zijn twee grote soorten recht:
Privaatrecht (civiel recht)
→ gaat over conflicten tussen burgers onderling of tussen burgers en organisaties
→ beide partijen zijn juridisch in principe gelijk aan elkaar
Voorbeeld: Een conflict tussen een huurder en een verhuurder.
Publiekrecht
→ gaat over de verhouding tussen burger en overheid
→ de partijen staan niet op dezelfde manier tegenover elkaar.
Het publiekrecht bestaat onder andere uit:
1. Strafrecht → iemand wordt verdacht van een strafbaar feit.
2. Administratief recht / bestuursrecht → gaat over handelingen van de overheid en de relatie tussen
overheid en burgers.
Wie zijn betrokken bij de rechtspraak?
Bij rechtshandhaving en rechtspraak zijn verschillende personen en organisaties betrokken:
Politie
→ handhaaft de rechtsorde
→ spoort verdachten op
→ verzamelt bewijsmateriaal.
Verdachte
→ persoon van wie wordt aangenomen dat hij mogelijk iets strafbaars heeft gedaan.
Openbaar Ministerie (OM)
→ vervolgt verdachten
→ houdt zich bezig met:
- opsporing van strafbare feiten
- vervolging van strafbare feiten
- toezicht op de uitvoering van strafvonnissen.
Belangrijk: Het OM is niet de rechterlijke macht.
Officier van justitie
→ werkt bij het OM
→ leidt/verantwoordt de vervolging
→ komt met een strafeis.
Advocaat
→ gespecialiseerde jurist
→ verdedigt de belangen van de verdachte/cliënt.
, Rechter
→ onafhankelijke publieke functionaris
→ leidt de rechtszitting
→ geeft uiteindelijk een oordeel/vonnis.
Griffier
→ ambtenaar van de rechtbank
→ ondersteunt de rechter
→ noteert wat tijdens de zitting wordt gezegd.
Staande en zittende magistratuur
Staande magistratuur
→ Openbaar Ministerie
→ vervolgt verdachten en vertegenwoordigt het OM.
Zittende magistratuur
→ rechters
→ moeten onafhankelijk kunnen oordelen.
- Staande magistratuur = vragen stellen aan de verdachte / politieke verantwoordelijkheid
Zittende magistratuur = onafhankelijk blijven.
Politieke verantwoordelijkheid
De minister van Justitie en Veiligheid is politiek verantwoordelijk voor:
→ het Openbaar Ministerie
→ het algemene opsporings- en vervolgingsbeleid
→ in uitzonderlijke gevallen kan de minister zich ook met een individuele strafzaak bezighouden,
bijvoorbeeld door het OM om vervolging te verzoeken.
Hoewel OM en rechters formeel van elkaar gescheiden zijn, bestaat er wel onderlinge invloed:
→ het ministerie van Justitie en Veiligheid stelt het budget van de rechterlijke macht vast
→ rechters kunnen uitspraken doen over overheidshandelingen en overheidsbeleid.
De invloed van rechters op het openbaar bestuur heet juridisering van het bestuur.
Scheiding der machten — Montesquieu
Montesquieu beschreef in 1748 in De l'esprit des lois het idee van scheiding der machten.
Bij de rechterlijke macht betekent dit onder andere:
→ de politiek mag zich niet bemoeien met rechterlijke uitspraken
→ rechters doen uitspraken op basis van geschreven en ongeschreven recht en rechtsbeginselen
→ de rechter interpreteert wetsbepalingen zelfstandig.
Constitutionele toetsing → controleren of wetgeving in overeenstemming is met de Grondwet. (vindt niet
plaats in Nederland).
De organisatie van de rechtspraak
Nederland heeft:
→ 10 arrondissementsrechtbanken
→ 4 gerechtshoven
De vier gerechtshoven zijn:
- Amsterdam
- Arnhem-Leeuwarden
- Den Haag
- 's-Hertogenbosch
Daarnaast is de Hoge Raad der Nederlanden de hoogste rechter in Nederland voor:
→ civiel recht
→ strafrecht
→ belastingrecht.