1. Basis van ontwikkelingspsychologie en ontwikkelingspsychopathologie
2. Prenatale ontwikkeling, temperament en hechting
3. Cognitieve ontwikkeling, taal en leren
4. Sociale ontwikkeling en autismespectrumstoornis
5. Zelfregulatie, executieve functies, aandacht en ADHD
6. Psychosociale en morele ontwikkeling, relaties, opvoeding en gedragsstoornissen
7. Adolescentie, identiteit en eetstoornissen
8. Samenvattende vergelijkingen en kernbegrippen
Ontwikkelingspsychologie & Ontwikkelingspsychopathologie • 1
,1. Basis van ontwikkelingspsychologie en
ontwikkelingspsychopathologie
Ontwikkelingspsychologie bestudeert de normale ontwikkeling van kinderen en jongeren
vanaf de prenatale periode tot en met de adolescentie. Ontwikkelingspsychopathologie richt
zich op afwijkende ontwikkeling en psychische problemen en bevindt zich op het snijvlak
van normale en problematische ontwikkeling.
1.1 Ontwikkelingsfasen en ontwikkelingsgebieden
Leeftijdsfase Leeftijd
Prenataal en baby 0-1 jaar
Peuter 1-4 jaar
Kleuter 4-6 jaar
Schoolleeftijd 6-12 jaar
Adolescentie 12-18 jaar
Ontwikkeling wordt vanuit vier onderling samenhangende gebieden bekeken:
Ontwikkelingsgebied Kern
Fysieke groei, hersenontwikkeling en lichamelijke
Biologische ontwikkeling
rijping.
Cognitieve ontwikkeling Denken, leren, geheugen en informatieverwerking.
Sociale ontwikkeling Relaties, interacties en sociale vaardigheden.
Persoonlijkheidsontwikkeling Eigenschappen, identiteit en karakter.
De ontwikkelingsgebieden beïnvloeden elkaar voortdurend; veranderingen binnen één gebied
kunnen doorwerken in andere gebieden.
1.2 Bio-psycho-sociaal model
Psychische klachten en gedrag worden bekeken vanuit een combinatie van biologische,
psychologische, gedragsmatige en omgevingsfactoren.
Factor Voorbeelden / betekenis
Biologisch Lichamelijke en neurale kenmerken.
Psychologisch Cognitie, affectie en emoties.
Gedrag Waarneembare handelingen.
Omgeving Opvoeding, context en didactiek.
Interactionistische visie
Gedrag wordt niet uitsluitend gezien als een individueel tekort, maar als een aanpassingsprobleem
dat ontstaat binnen een specifieke omgeving en in wisselwerking met die omgeving.
1.3 Ecologisch model van Bronfenbrenner
Ontwikkeling wordt beïnvloed door verschillende omgevingslagen die in elkaar grijpen.
Niveau Betekenis
Ontwikkelingspsychologie & Ontwikkelingspsychopathologie • 2
, Individu Het kind of de jongere zelf.
Microsysteem Directe omgeving, zoals gezin, school en vrienden.
Relaties tussen microsystemen, bijvoorbeeld de
Mesosysteem
samenwerking tussen ouders en school.
Indirecte contexten die invloed hebben, bijvoorbeeld
Exosysteem
het werk van ouders.
Macrosysteem Maatschappelijke en culturele normen en waarden.
Chronosysteem Tijd en veranderingen gedurende de levensloop.
1.4 Ontwikkelingsopgaven
Ontwikkelingsopgaven zijn taken of uitdagingen die passen bij een bepaalde ontwikkelingsfase. Het
volbrengen ervan draagt bij aan psychisch welbevinden.
Het verloop van ontwikkelingsopgaven wordt beïnvloed door:
eerdere ervaringen;
de eisen die aan iemand worden gesteld;
de sociale, maatschappelijke en culturele omgeving;
biologische factoren.
Ieder individu ontwikkelt zich binnen een unieke combinatie van deze invloeden.
1.5 Risico- en beschermingsfactoren
Risico- en beschermingsfactoren worden op drie niveaus bekeken:
kind of jongere: kenmerken van het individu;
ouders en gezin: opvoeding en gezinssituatie;
omgeving: school, buurt en maatschappij.
Binnen elk niveau kunnen zowel factoren aanwezig zijn die de kans op problemen vergroten als
factoren die ontwikkeling juist beschermen.
1.6 Classificeren en diagnosticeren
Begrip Betekenis
Klachten herkennen, ordenen en vaststellen binnen
Classificeren
welke categorie ze passen.
Klachten verklaren en begrijpen; de centrale vraag is
Diagnosticeren
waarom iemand deze klachten heeft.
Categoriale benadering Klachten worden ingedeeld in vaste categorieën.
Dimensionale benadering Klachten worden beschouwd op een continuüm.
Classificatie is niet hetzelfde als diagnostiek.
Een classificatiesysteem beschrijft in welke categorie klachten passen; diagnostiek probeert te
begrijpen hoe de klachten bij een specifieke persoon zijn ontstaan en in stand worden gehouden.
1.7 DSM-5
De DSM-5 wordt gebruikt als classificatiesysteem voor psychische stoornissen. Er bestaan zowel
kritische als positieve opvattingen over het systeem. De Nederlandse vertaling verscheen in 2014.
Ontwikkelingspsychologie & Ontwikkelingspsychopathologie • 3
, De DSM ondersteunt het professioneel classificeren van klachten.
De DSM legitimeert professioneel handelen.
De beperkingen van het classificatiesysteem moeten bekend zijn.
Classificatie op zichzelf geeft geen volledige diagnostische verklaring.
1.8 Epidemiologie en prevalentie
Epidemiologie
Epidemiologie bestudeert hoe vaak psychische problemen voorkomen in een populatie. De aandacht
gaat naar verspreiding van stoornissen, verschillen naar leeftijd, geslacht en regio en veranderingen
door de tijd. Epidemiologische informatie kan beleid, preventie en hulpverlening ondersteunen.
Prevalentie
Prevalentie is het aantal gevallen van een stoornis in een populatie gedurende een bepaalde periode.
Puntprevalentie: het aantal gevallen op een bepaald moment.
Jaarprevalentie: het aantal gevallen gedurende het afgelopen jaar.
1.9 Preventie
Preventie is gericht op het voorkomen of verminderen van problemen en hangt samen met
advisering, monitoring en signalering.
Vorm Doelgroep
Gericht op iedereen, bijvoorbeeld algemene
Universele preventie
voorlichting op school.
Gericht op risicogroepen, bijvoorbeeld kinderen met
Selectieve preventie
een stressvolle thuissituatie.
Gericht op kinderen of jongeren met eerste signalen
Geïndiceerde preventie
van problemen.
1.10 Begeleiding en behandeling
Begeleiding Behandeling
Ondersteunen van functioneren. Veranderen of verminderen van psychische klachten.
Vaardigheden versterken, gedrag begeleiden, ouders Kan bestaan uit therapie, training, medicatie en
ondersteunen en schoolcontext verbeteren. systeeminterventies.
Komt onder andere voor in onderwijs, jeugdzorg en Wordt uitgevoerd door professionals die bevoegd zijn
maatschappelijk werk. om psychische klachten te behandelen.
Kernonderscheid
Begeleiding ondersteunt het functioneren; behandeling grijpt in met het doel klachten te
verminderen of te veranderen.
1.11 Differentiaaldiagnose en comorbiditeit
Differentiaaldiagnose
Ontwikkelingspsychologie & Ontwikkelingspsychopathologie • 4