College 1. Risico en rendement op vermogensmarkten
Risico: de spreiding van het rendement rond de verwachte waarde (standaarddeviatie).
- Standaardafwijking: de gemiddelde afwijking ten opzichte van het gemiddelde
rendement, ook wel genoemd de spreiding rondom het gemiddelde.
Diversificatie: unieke risico’s van aandelen kunnen weg worden gehaald door de
aandelenportefeuille te diversifiëren. Hierdoor blijft alleen het marktrisico over.
- Uniek risico = niet-systematisch risico = diversifieerbaar risico = geen risicopremie.
- Marktrisico = systematisch risico = risicopremie = niet vermeden risico.
→ Kan niet geëlimineerd worden, invloed op alle ondernemingen (conjunctuur,
inflatie, oorlog, politiek, consumentenvertrouwen, rente, olieprijs).
Correlatiecoëfficiënt: de samenhang tussen de reacties van de afzonderlijke fondsen op de
informatie die voor de fondsen relevant is. Waarde ligt tussen -1 en 1.
- Wanneer de correlatiecoëfficiënt onder de 1 ligt, is er sprake van risicoreductie.
- Hoe lager de correlatiecoëfficiënt, hoe beter de diversificatie.
o Waarde = -1 → perfect negatieve correlatie tussen de twee aandelen
o Waarde = 0 → geen correlatie tussen de twee aandelen
o Waarde = 0,5 → gemiddelde correlatie tussen de twee aandelen
o Waarde = 1 → perfecte positieve correlatie tussen de twee aandelen
Elimineren van risico door spreiding, als voorbeeld de stijging van de olieprijzen.
- Door de stijging van de olieprijzen, zal het resultaat van SHELL stijgen.
- Door de stijging van de olieprijzen, zal het resultaat van KLM dalen.
- Olieprijs is een uniek risico voor beide ondernemingen met een tegengesteld effect.
- Dit risico kan worden geëlimineerd door beide aandelen op te nemen.
Bèta = de manier waarop het aandeel reageert op de markt (b > 1, aandeel is volatieler dan
de markt). Drie factoren die de hoogte van de bèta beïnvloeden:
- De bedrijfstak waar de onderneming opereert.
- De kostenstructuur.
- De financieringsstructuur.
Efficiënte portefeuille (Markowitz):
- Bij een gekozen rendement het laagste risico
- Bij het gekozen risico het hoogste rendement
De Sharpe ratio geeft aan de verhouding tussen de vergoeding voor het risico en het
gelopen risico zelf.
- Doel beleggers is zo hoog mogelijke Sharpe ratio.
- De hoogste sharpe ratio is de marktportefeuille.
- Goede doelen: beleggen in marktportefeuille of een combinatie met obligaties die
het risicovrije rendement geven. Alle combinaties op deze capital market line
voldoen, op deze lijn wordt de maximaal haalbare Sharpe ratio bereikt.
CAPM (capital asset pricing model) geeft de relatie weer tussen het geëiste rendement en
het marktgerelateerde risico van het fonds.
, College 2. Verwerking van informatie op vermogensmarkten
Sepratie theorema: investeringsbeslissingen en financieringsbeslissingen kunnen
onafhankelijk van elkaar worden gemaakt.
Verschillen: Investeringsbeslissingen Financieringsbeslissingen
Keuzemogelijkheden Klein Groot
Omkeerbaarheid Laag Hoog
Concurrentie op de markt Zwak Sterk
Waardecreatie Hoog Laag/niet
De efficiënte markthypothese: alle beschikbare informatie is verwerkt in de huidige prijzen
van aandelen. Volgens deze hypothese is het onmogelijk om consequent een hoger
rendement te behalen dan de markt door het analyseren van informatie die al openbaar is.
Er zijn drie vormen van marktefficiëntie:
- Zwakke vorm: alle informatie uit historische koersen en koerspatronen is al verwerkt
in de huidige koers. Twee mogelijkheden om de markt te verslaan:
o Fundamentele analyse.
o Gepubliceerde informatie over de ondernemingen/economie als geheel.
- Semi-sterke vorm: alle gepubliceerde informatie en wat daaruit af te leiden is, is al
verwerkt in de huidige koers.
Bij deze vorm is ‘outperformance’ nog wel mogelijk, alleen met voorkennis.
- Sterke vorm: alle informatie (gepubliceerd en inside) is al verwerkt in de huidige
koers.
Twee pogingen gedaan om de markt te verslaan:
- Technische analyse: het bestuderen van grafieken van historische aandelenkoersen
in combinatie met historische informatie uit de markt. Aan de hand van
waargenomen patronen doet men vervolgens uitspraken over toekomstige koersen.
→ Random walk theory: de toekomstige koersbeweging is onafhankelijk van de
huidige koers en wordt bepaald door toeval.
- Fundamentele analyse: het grondig bestuderen van één onderneming. Deze is in
strijd met de sterke vorm die zegt dat alle informatie die met een grondige analyse
van al bekende gegevens verkregen zou kunnen worden al verwerkt is in de koers.
Het bewijs tegen de efficiënte markthypothese:
- Bubbles: in een bubbel stijgen prijzen door massapsychologie, speculatie en
kuddegedrag, niet door rationele waardering. Wanneer de bubbel barst, dalen
prijzen abrupt, wat moeilijk te rijmen is met ‘altijd efficiënte’ markten. Voorbeeld
hiervan is de dotcom-bubbel.
- Behavorial finance: beleggers kunnen ook systematisch irrationeel handelen door
biases (overmoed, verliesaversie).
- Hedge funds: beleggingsfondsen die speciaal zijn opgericht om te profiteren van
vermeende inefficiënties in de markt. Zoals het kopen van ondergewaardeerde
beleggingen en het verkopen van overgewaardeerde beleggingen, die men zelf niet
in bezit heeft (short selling).
Risico: de spreiding van het rendement rond de verwachte waarde (standaarddeviatie).
- Standaardafwijking: de gemiddelde afwijking ten opzichte van het gemiddelde
rendement, ook wel genoemd de spreiding rondom het gemiddelde.
Diversificatie: unieke risico’s van aandelen kunnen weg worden gehaald door de
aandelenportefeuille te diversifiëren. Hierdoor blijft alleen het marktrisico over.
- Uniek risico = niet-systematisch risico = diversifieerbaar risico = geen risicopremie.
- Marktrisico = systematisch risico = risicopremie = niet vermeden risico.
→ Kan niet geëlimineerd worden, invloed op alle ondernemingen (conjunctuur,
inflatie, oorlog, politiek, consumentenvertrouwen, rente, olieprijs).
Correlatiecoëfficiënt: de samenhang tussen de reacties van de afzonderlijke fondsen op de
informatie die voor de fondsen relevant is. Waarde ligt tussen -1 en 1.
- Wanneer de correlatiecoëfficiënt onder de 1 ligt, is er sprake van risicoreductie.
- Hoe lager de correlatiecoëfficiënt, hoe beter de diversificatie.
o Waarde = -1 → perfect negatieve correlatie tussen de twee aandelen
o Waarde = 0 → geen correlatie tussen de twee aandelen
o Waarde = 0,5 → gemiddelde correlatie tussen de twee aandelen
o Waarde = 1 → perfecte positieve correlatie tussen de twee aandelen
Elimineren van risico door spreiding, als voorbeeld de stijging van de olieprijzen.
- Door de stijging van de olieprijzen, zal het resultaat van SHELL stijgen.
- Door de stijging van de olieprijzen, zal het resultaat van KLM dalen.
- Olieprijs is een uniek risico voor beide ondernemingen met een tegengesteld effect.
- Dit risico kan worden geëlimineerd door beide aandelen op te nemen.
Bèta = de manier waarop het aandeel reageert op de markt (b > 1, aandeel is volatieler dan
de markt). Drie factoren die de hoogte van de bèta beïnvloeden:
- De bedrijfstak waar de onderneming opereert.
- De kostenstructuur.
- De financieringsstructuur.
Efficiënte portefeuille (Markowitz):
- Bij een gekozen rendement het laagste risico
- Bij het gekozen risico het hoogste rendement
De Sharpe ratio geeft aan de verhouding tussen de vergoeding voor het risico en het
gelopen risico zelf.
- Doel beleggers is zo hoog mogelijke Sharpe ratio.
- De hoogste sharpe ratio is de marktportefeuille.
- Goede doelen: beleggen in marktportefeuille of een combinatie met obligaties die
het risicovrije rendement geven. Alle combinaties op deze capital market line
voldoen, op deze lijn wordt de maximaal haalbare Sharpe ratio bereikt.
CAPM (capital asset pricing model) geeft de relatie weer tussen het geëiste rendement en
het marktgerelateerde risico van het fonds.
, College 2. Verwerking van informatie op vermogensmarkten
Sepratie theorema: investeringsbeslissingen en financieringsbeslissingen kunnen
onafhankelijk van elkaar worden gemaakt.
Verschillen: Investeringsbeslissingen Financieringsbeslissingen
Keuzemogelijkheden Klein Groot
Omkeerbaarheid Laag Hoog
Concurrentie op de markt Zwak Sterk
Waardecreatie Hoog Laag/niet
De efficiënte markthypothese: alle beschikbare informatie is verwerkt in de huidige prijzen
van aandelen. Volgens deze hypothese is het onmogelijk om consequent een hoger
rendement te behalen dan de markt door het analyseren van informatie die al openbaar is.
Er zijn drie vormen van marktefficiëntie:
- Zwakke vorm: alle informatie uit historische koersen en koerspatronen is al verwerkt
in de huidige koers. Twee mogelijkheden om de markt te verslaan:
o Fundamentele analyse.
o Gepubliceerde informatie over de ondernemingen/economie als geheel.
- Semi-sterke vorm: alle gepubliceerde informatie en wat daaruit af te leiden is, is al
verwerkt in de huidige koers.
Bij deze vorm is ‘outperformance’ nog wel mogelijk, alleen met voorkennis.
- Sterke vorm: alle informatie (gepubliceerd en inside) is al verwerkt in de huidige
koers.
Twee pogingen gedaan om de markt te verslaan:
- Technische analyse: het bestuderen van grafieken van historische aandelenkoersen
in combinatie met historische informatie uit de markt. Aan de hand van
waargenomen patronen doet men vervolgens uitspraken over toekomstige koersen.
→ Random walk theory: de toekomstige koersbeweging is onafhankelijk van de
huidige koers en wordt bepaald door toeval.
- Fundamentele analyse: het grondig bestuderen van één onderneming. Deze is in
strijd met de sterke vorm die zegt dat alle informatie die met een grondige analyse
van al bekende gegevens verkregen zou kunnen worden al verwerkt is in de koers.
Het bewijs tegen de efficiënte markthypothese:
- Bubbles: in een bubbel stijgen prijzen door massapsychologie, speculatie en
kuddegedrag, niet door rationele waardering. Wanneer de bubbel barst, dalen
prijzen abrupt, wat moeilijk te rijmen is met ‘altijd efficiënte’ markten. Voorbeeld
hiervan is de dotcom-bubbel.
- Behavorial finance: beleggers kunnen ook systematisch irrationeel handelen door
biases (overmoed, verliesaversie).
- Hedge funds: beleggingsfondsen die speciaal zijn opgericht om te profiteren van
vermeende inefficiënties in de markt. Zoals het kopen van ondergewaardeerde
beleggingen en het verkopen van overgewaardeerde beleggingen, die men zelf niet
in bezit heeft (short selling).