Essentiële staatsrechtelijke beginselen, bestuursrechtelijke besluiten en de Awb voor het
tentamen.
HOOFDSTUK 1: STAATSRECHT – DE TRIAS POLITICA & GRONDRECHTEN
De Trias Politica (Scheiding der Machten):
Wetgevende macht: Regering en Staten-Generaal (art. 81 Grondwet).
Uitvoerende macht: Koning en ministers (regering) / bestuursorganen.
Rechterlijke macht: Onafhankelijke rechters (art. 112 en 113 Grondwet). Geen constitutionele
toetsing aan de Grondwet door de rechter (art. 120 Grondwet)!
Klassieke vs. Sociale Grondrechten:
Klassieke grondrechten (Hoofdstuk 1 Grondwet): Bescherming van de burger tegen de overheid
(bijv. vrijheid van meningsuiting, art. 7 GW; privacy, art. 10 GW). De overheid moet zich
onthouden van inbreuk.
Sociale grondrechten: Opdrachten aan de overheid om te zorgen voor welzijn, werkgelegenheid
en volkshuisvesting (bijv. recht op werk, art. 19 GW). Deze zijn over het algemeen niet
afdwingbaar bij de rechter.
HOOFDSTUK 2: BESTUURSRECHT – WAT IS EEN BESLUIT? (ART. 1:3 AWB)
Het hele bestuursrecht valt of staat bij de definitie van een besluit (art. 1:3 lid 1 Awb). Als er
geen besluit is, kan er geen bezwaar en beroep worden ingesteld!
De 5 cumulatieve bestanddelen van een besluit:
Een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan;
Inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling;
Gericht op een orgaan of persoon;
Bestaande in een wijziging, vaststelling of beëindiging van een rechtsverhouding, dan wel
weigering daarvan.
(Let op: een besluit van algemene strekking of een beleidsregel is iets anders, zie art. 1:3 lid 4
en lid 5 Awb).
HOOFDSTUK 3: DE ALGEMENE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR (AGBB)
Overheidshandelen moet voldoen aan de geschreven én ongeschreven beginselen van
behoorlijk bestuur (art. 3:2 en 3:4 Awb).
Formele beginselen:
Zorgvuldigheidsbeginsel (Art. 3:2 Awb): Het bestuursorgaan moet de nodige kennis omtrent de
relevante feiten en de af te wegen belangen vergaren.
Motiveringsbeginsel (Art. 3:46 Awb): Elk besluit moet voorzien zijn van een deugdelijke
motivering.
Materiële beginselen:
Evenredigheidsbeginsel (Art. 3:4 lid 2 Awb): De voor een belanghebbende nadelige gevolgen
van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen
doelen.
Gelijkheidsbeginsel: Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
Vertrouwensbeginsel: Gewekt gerechtvaardigd vertrouwen door de overheid moet worden
nagekomen, tenzij een zwaarder wegend algemeen belang daaraan in de weg staat.
HOOFDSTUK 4: DE BESLUITVORMING & RECHTSBESCHERMING (BEZWAAR EN
BEROEP)