STRESS -> fysiologische en psychologische reactie op uitdaging of bedreiging
- Activatie hormonen, neurotransmitters en hersengebieden
- Fight or flight respons
Biologische stressreactie gereguleerd door:
1/ hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as)
(langdurige reactie via cortisol – min tot uren)
- Stressprikkel (bv. Angst) -> activatie hypothalamus
- Hypothalamus zorgt voor CRH-uitscheiding
- CRH stimuleert de hypofyse om ACTH vrij te geven
- ACTH stimuleert bijnieren om cortisol te produceren
- Cortisol zet energie vrij -> lichaam past zich aan aan de stress
(langdurige stress = overactieve HPA-as + verhoogde cortisolniveau ’s = schadelijk)
2/ sympathisch (autonome)zenuwstelsel
(snelle, directe reactie via adrenaline – sec.)
- Hypothalamus activeert sympathisch zenuwstelsel
- Bijnieren scheiden adrenaline en noradrenaline uit
- Zorgt voor verhoogde hartslag, BD, alertheid -> lichaam is klaar voor actie
- Gevaar voorbij? -> parasympatisch ZS zorgt voor ontspanningsreactie
Acute stress
= kortdurende reactie op bedreiging
- Verhoogde alertheid, snelle energie, tijdelijke cortisolstijging
Chronische stress
= langdurige of herhaalde stress
- Cortisoloverschot, hersenschade, verhoogde ziektegevoeligheid, lichamelijke
klachten, verminderde afweer, ernstige gezondheidsproblemen, HPA-as
ontregeld
Interventies:
- Fysieke activiteit, mindfulness, sociale steun, goede slaap
PSYCHOTRAUMA -> psychologische verwonding
- Ontstaat na ernstige stressvolle of bedreigende gebeurtenis
o Interpersoonlijk geweld, oorlog, natuurrampen, medisch trauma,
getuige van trauma, ongevallen, …
- Leidt tot intense angst, machteloosheid, langdurige psychische klachten
- Veerkracht – sociale steun – eerdere ervaringen -> rol bij het al dan niet
ontwikkelen van psychische klachten
Klachten:
- Herbelevingen, vermijdingsreacties, negatieve gedachten, sterke
prikkelbaarheid of hyperactivatie
Gevolgen:
- Psychische:
o PTSS, angststoornis, depressie, dissociatie, middelenmisbruik
- Lichamelijke:
o Verhoogde stressgevoeligheid, risico op hartvaatziekten, pijnklachten
Behandeling:
- Verwerking – verminderen symptomen – herstellen veerkracht
Achtergrondkennis over psychotrauma bij verschillende doelgroepen:
Veteranen -> oorlogssituaties, gevechtservaringen
Ouderen -> oorlog in jeugd, verlies, ziekte
, Vluchtelingen -> oorlog, vluchten, verlies, onzekerheid
beroep gerelateerd -> risicovolle jobs (politie, zorg, brandweer)
PTSS (posttraumatische stresstoornis)
= psychische stoornis
- Ontstaat na traumatische gebeurtenis (1 afgebakende gebeurtenis)
- Kenmerken: intense angst, herbelevingen, vermijding
- Symptomen -> beperken dagelijks functioneren – langer dan 1 mnd
aanhouden
diagnostiek: (elementen van PTSS uit casus kunnen halen)
= persoon moet minstens 1 ernstig trauma hebben meegemaakt en last hebben van
symptomen in 4 categorieën
- 1/ herbeleving
o Flashbacks, nachtmerries, fysiologische stressreacties bij triggers
- 2/ vermijding
o Vermijden van gedachten, gevoelens, situaties die aan trauma doen
denken
- 3/ neg veranderingen in cognitie en stemming
o Geheugenproblemen, neg overtuigingen, schuld-schaamte gevoelens
- 4/ hyperarousal (verhoogde prikkelbaarheid)
o Slaapproblemen, woede-uitbarstingen, overmatige schrikreacties
Behandeling: (goed behandelbaar)
- Binnen de mnd niet behandelen -> eerst persoon ermee leren
omgaan/verwerken
- Cognitieve gedragstherapie: veranderen neg. Denkpatronen
- Exposure therapie: blootstelling aan traumatische herinneringen om zo
angstreacties te verminderen
- EMDR (eye movement desensitization and reprocessin): traumatische
herinneringen opnieuw verwerken + neutraliseren
CPTSS (complexe posttraumatische stresstoornis)
= ontstaat na langdurige of herhaalde traumatische ervaringen
(vaak in kindertijd of door interpersoonlijk geweld)
- Beïnvloed diepgaand persoonlijkheid, identiteit, relaties
Diagnostiek:
- Klachten duren langer dan 1 mnd
- Men voldoet aan criteria voor PTSS
o Herbeleving
o Vermijding
o Neg veranderingen in cognitie en stemming
o Sterke prikkelbaarheid
- + er zijn extra symptomen aanwezig
o Emotie-regulatie problemen
o Negatief zelfbeeld
o Moeite met relaties
o Dissociatieve symptomen
Behandeling: (langdurige, multidimensionale aanpak)
= langer + intensiever (sprake van diepgewortelde patronen)
- Fase-gerichte behandeling
o Stabilisatie = veiligheid, emotieregulatie en versterken veerkracht
o Traumaverwerking
o Integratie en herstel = werken aan identiteit, zelfbeeld, sociale relaties
- Schematherapie
o Behandelen diepgewortelde overtuigingen/patronen
- MBT (mentalization-based therapy
o Helpt bij zelfbewustzijn en relationele problemen