1. Sociaal werk in de context van superdiversiteit.....................................................................5
1.1 Wat betekent sociaal werk in de huidige tijd?.................................................................5
1.2 De kernelementen van sociaal werk als professie...........................................................6
1.3 Kerntaken en bekwaamheden van sociaal werkers.........................................................6
1.4 Wat betekent superdiversiteit?........................................................................................7
1.5 Uitdagingen voor iedere sociaal werker...........................................................................8
1.6 De betekenis van superdiversiteit voor organisaties en beleid........................................9
2. Werk maken van diversiteit en inclusie in organisaties..........................................................9
2.1 De concepten diversiteit en inclusie: een verheldering...................................................9
2.2 Het belang van gelijkwaardigheid en sense of belonging................................................9
2.3 Kenmerken van een inclusieve organisatie....................................................................10
2.4 Duurzaam impact maken op diversiteit en inclusie.......................................................11
2.5 Ruimte creëren voor meervoudige verhalen.................................................................11
3. Meervoudig kijken door een intersectionele bril.................................................................12
3.1 Het belang van intersectionaliteit..................................................................................12
3.2 Het begrip intersectionaliteit.........................................................................................12
3.3 Ontwikkelingsgeschiedenis............................................................................................12
3.4 Basisprincipes van intersectionaliteit.............................................................................12
3.5 Vanuit een intersectionele lens kijken naar identiteitsontwikkeling.............................13
3.6 Intersectionaliteit in de praktijk van de sociaal werker..................................................13
4. Cultuur en interculturele competentie................................................................................15
4.2 Wat is culturalisering?....................................................................................................15
4.3 Uitsluitingsmechanismen...............................................................................................15
4.4 Cultuursensitief werken.................................................................................................16
4.5 Interculturele competentie............................................................................................16
4.6 Actief pluralisme als grondhouding................................................................................17
5. Sociale uitsluiting en discriminatie in de sociale basis.........................................................18
5.1 Sociale uitsluiting: begripsverkenning en belangrijke factoren......................................18
5.2 Zicht op sociale uitsluiting en ongelijkheid met het model van sociale kwaliteit..........18
5.3 Het belang van sociaal kapitaal en de sociale basis.......................................................19
, 5.4 Discriminatie: begripsverkenning en verschijningsvormen............................................19
5.5 De impact van alledaagse discriminatie en racisme......................................................20
5.6 Ervaren discriminatie in de sociale basis........................................................................20
5.7 Onderzoek naar antidiscriminatie-aanpakken...............................................................21
6. Relationeel werken vanuit de presentiebenadering............................................................21
6.1 De presentiebenadering: een globale verkenning.........................................................21
6.2 Kenmerken van een presente sociaal professional........................................................22
6.3 Sterke relationaliteit en het belang van exposure.........................................................22
6.4 Finaliseren: waar gaat het nu eigenlijk om in ons werk?...............................................23
6.5 Relationeel werken als beweging: de opgaven voor de sociaal professional................23
6.6 De betekenis van relationeel werken voor organisaties................................................24
6.7 Narratief-relationeel verantwoorden: inzicht geven in je werk met verhalen...............24
7. Transcultureel systemisch werken met beschermjassen.....................................................25
7.1 Het ontstaan van het Beschermjassen-model...............................................................25
7.2 De theorie achter het Beschermjassen-model...............................................................25
7.3 Beschermjassen als begeleidingsmodel in de transitionele ruimte...............................25
7.4 Transities in teams en organisaties begeleiden met beschermjassen...........................26
7.5 Werkprincipes en instrumenten bij het begeleiden van diversiteit...............................26
8. Inclusief en verbindend communiceren...............................................................................27
8.1 Begripsverkenning inclusieve communicatie.................................................................27
8.2 Inclusieve communicatie door de lens van het TOPOI-model.......................................27
8.3 Misverstanden ophelderen met TOPOI..........................................................................28
8.4 Inbedding in grondhouding van presentie en dialoog...................................................28
8.5 Verbindende communicatie door de lens van het NVC-model......................................29
8.6 Basisoefeningen in verbindende communicatie............................................................30
9. Sociaal en contextueel verbinden vanuit de capability-benadering....................................31
9.1 De betekenis van sociale verbindingen in het alledaagse leven....................................31
9.2 De buurt als plek van betekenis.....................................................................................31
9.3 De capability-benadering als lens...................................................................................32
9.4 De betekenis van de capability-benadering voor het sociaal werk................................32
9.5 Werken vanuit de capability-benadering: twee narratieve tools...................................32
10. Verbinden en versterken vanuit de empowermentbenadering.........................................33
, 10.1 Empowerment: definitie en belangrijke elementen....................................................33
10.2 Geschiedenis van empowerment en kritische perspectieven.....................................34
10.3 Versterken van verbinding op meerdere niveaus........................................................34
10.4 Methodische toepassingen van de empowermentbenadering...................................34
10.5 De veranderkracht van sociaal-artistiek samenwerken...............................................35
10.6 Empowerment van de werker en de organisatie.........................................................35
11. Betekenisgericht werken met verhalen..............................................................................36
11.1 Begripsverkenning........................................................................................................36
11.2 Verhaal en narratief......................................................................................................36
11.3 Uitgangspunten van de narratieve benadering en Op Reis met de Held.....................37
11.4 Rol en vaardigheden van de narratief begeleider........................................................38
11.5 Narratieve methoden en praktijken in sociaal werk....................................................38
11.6 Het verhaal als narratieve interventie in de organisatie..............................................38
Top 20 kernbegrippen uitgelegd...............................................................................................39
Top 10 modellen en theorieën als compacte schema's...........................................................41
Praktische handelingsprincipes................................................................................................42